Contact | Adverteren | Login | Lezersservice

De Dertigjarige Oorlog (1618-1648)

Door: Femke Deen

Historisch Nieuwsblad 4/2014

Verraders wierp men uit het raam

De Dertigjarige Oorlog begon met een aanslag: protestantse edelen gooiden drie katholieke hoogwaardigheidsbekleders uit het raam van de burcht in Praag. Dat was het startsein voor een oorlog die vrijwel alle Europese landen meesleurde in een spiraal van geweld.

Uit het raam 

Vier hoge regenten waren op 23 mei 1618 in overleg in een kamer boven in de burcht van Praag toen de deur openvloog en een groepje woedende mannen binnenstormde. De vier regeringsfunctionarissen, in dienst van keizer Matthias II, werden tegen de muur gewerkt en bedreigd. Twee van hen konden ontkomen; de andere twee werden zonder pardon met het hoofd naar voren uit het raam gegooid. Hun secretaris onderging hetzelfde lot.

Wonderbaarlijk genoeg overleefden alle drie de mannen de val van zeventien meter. Volgens de katholieke versie van de gebeurtenissen brak de Maagd Maria hun smak met haar mantel. De protestantse verklaring was dat de drie katholieke regenten op een berg vuilnis waren terechtgekomen. Waarschijnlijker is dat de snelheid van hun val werd afgeremd doordat de muur onder het raam schuin afliep.

Hoe dan ook konden de drie hoogwaardigheidsbekleders de stad uit vluchten. Secretaris Fabritius snelde naar Wenen om de keizer te waarschuwen en werd daarvoor beloond met een adellijke titel. Hij heette voortaan officieel ‘Von Hohenfall’.
 

 Het doel van de aanvallers was bereikt

Dat de drie mannen ontsnapten was jammer, maar het doel van de aanvallers was bereikt. De hussitische (protestantse) edellieden wilden met hun daad de keizer provoceren. Twee eeuwen eerder, in 1419, waren zeven leden van het Praagse stadsbestuur uit het raam van het stadhuis gegooid, een gebeurtenis die bekendstaat als de Eerste Praagse Defenestratie – ‘defenestreren’ betekent letterlijk ‘uit het raam gooien’. Toen waren het boze aanhangers van radicale predikanten geweest die de corrupte katholieke regenten weg wilden hebben. Dat was een uiting van de groeiende onvrede over de sociale ongelijkheid.
 

Tweede Praagse Defenstratie

Nu waren het protestantse edelen die zich tegen de vertegenwoordigers van de katholieke keizer keerden. Diens neef Ferdinand probeerde als koning van Bohemen de rechten van de protestanten in te perken. De boodschap die de aanstichters van de Tweede Praagse Defenestratie stuurden, was duidelijk: iedereen die de rechten van de drie standen – adel, burgers en boeren – aantastte, waaronder het recht op godsdienstvrijheid, kon het raam uit.
 

Als een estafettestokje werd het conflict doorgegeven aan andere spelers en gebieden rondom het Heilige Roomse Rijk 

De Tweede Praagse Defenestratie luidde de Boheemse Opstand in en daarmee de Dertigjarige Oorlog (1618-1648), een strijd waarbij uiteindelijk vrijwel heel Europa betrokken raakte. Latent aanwezige religieuze, economische en politieke spanningen konden hierdoor oplaaien. Als een estafettestokje werd het conflict doorgegeven aan andere spelers en gebieden rondom het Heilige Roomse Rijk, dat het huidige Duitsland, Oostenrijk, de Tsjechische Republiek, West-Polen, Luxemburg en een deel van Frankrijk omvatte.
 

Verschrikkelijk

De oorlog was bloedig en verschrikkelijk; volgens voorzichtige schattingen kwam een kwart van de inwoners van het rijk om het leven. Andere schattingen spreken van een derde of zelfs 40 procent van de bevolking.

Legio zijn de verhalen over kannibalisme in belegerde steden en misdaden begaan door plunderende soldaten. Weerloze boeren werden hun neuzen en oren afgesneden, of ze werden overgoten met kokend water. Steden en dorpen vormden het toneel voor apocalyptische taferelen; doordat er geen ruimte meer was voor nieuwe graven, lagen halfvergane lijken opeengestapeld op de straathoeken. Dankzij dagboek- en kroniekschrijvers zijn deze anekdotes overgeleverd, maar ook auteurs van propagandapamfletten gingen gretig met de gruwelen aan de haal.
 

De oorlog was bloedig en verschrikkelijk; volgens voorzichtige schattingen kwam een kwart van de inwoners van het Heilig Roomse Rijk om het leven

Dertigjarige oorlog in Nederland

De huiveringwekkende aspecten van de Dertigjarige Oorlog zijn in Nederland redelijk bekend. Maar de oorlog speelt allesbehalve een grote rol in het collectieve geheugen, in tegenstelling tot de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). Vreemd is dat niet. De Tachtigjarige Oorlog was ‘onze’ onafhankelijkheidsstrijd tegen Spanje en spreekt dus veel meer tot de verbeelding dan een strijd die zich voornamelijk in Centraal-Europa afspeelde.
 

Weerloze boeren werden verminkt of overgoten met kokend water

Toch is de geringe aandacht voor de Dertigjarige Oorlog in Nederland onterecht. De strijd had een enorme en blijvende impact op de internationale verhoudingen in Europa. Daarnaast was de Dertigjarige Oorlog onlosmakelijk met de Tachtigjarige verbonden, en niet alleen omdat de laatste dertig jaar overlapten. De onbekendheid van de Dertigjarige Oorlog kan te maken hebben met de complexiteit ervan. De machtsverhoudingen in het Heilige Roomse Rijk waren ingewikkeld. Het rijk was een politiek verband van losse hertogdommen, prinsdommen, vrije steden, bisdommen en graafschappen, waarvan sommige wel en andere niet onder de directe macht van de Habsburgse keizer vielen.
 

Wisselen van kant

Tijdens de Dertigjarige Oorlog wisselden lokale heersers geregeld van kant, waarbij ze zich nu eens lieten leiden door godsdienstige motieven en dan weer door politieke, dynastieke of economische afwegingen. Ondertussen bemoeiden ook buitenlandse mogendheden zich ermee. Kort gezegd speelden er twee grote conflicten: de godsdienstkwestie – de machtsstrijd tussen katholieken en protestanten – en het streven naar alleenheerschappij door de Habsburgse dynastie.

Beide strijdpunten vormden de achtergrond van de Defenestratie. De opstandige edelen in Praag verzetten zich niet alleen tegen pogingen van de Habsburgse keizer om de katholieke godsdienst in ere te herstellen, maar ook tegen het feit dat hij absolute macht nastreefde. Het ideaal van de Habsburgers was een universele monarchie: een wereldomvattend rijk onder leiding van een door God uitverkoren dynastie. Ook de Spaanse gebieden – waaronder de Nederlanden – behoorden tot dit rijk. Zij werden sinds de troonsafstand van Karel V in 1555 geleid door een andere tak van de Habsburgse dynastie.
 

Kort gezegd speelden er twee grote conflicten: de godsdienstkwestie en het streven naar alleenheerschappij door de Habsburgse dynastie

De Habsburgse vorsten raakten er steeds vaster van overtuigd dat alleen de katholieke godsdienst als basis kon dienen voor die universele monarchie. Het katholieke geloof en de dynastieke belangen werden zo met elkaar verweven. Dat stuitte tegen de borst van de graven, prinsen en aartsbisschoppen die gewend waren te heersen over hun eigen gebied. Sinds de Vrede van Augsburg (1555) mochten zij bovendien zelf bepalen welke godsdienst in hun domein werd beleden, een recht waar ze zeer veel waarde aan hechtten. In de Bohemen was het grootste deel van de regerende elite protestant.
 
Ongeveer hetzelfde conflict had gespeeld tussen de Spaanse tak van de Habsburgse dynastie en de Nederlanden: de Nederlandse Opstand draaide een halve eeuw eerder ook om verzet tegen de absolutistische neigingen van het Habsburgse centrale gezag en hun strijd tegen het oprukkende protestantisme. De opstandige gewesten zagen de pogingen tot centralisatie en de antiketterijwetgeving van de Habsburgers als aantasting van hun eeuwenoude rechten.
 

Gebeurtenissen volgen

De overeenkomsten tussen de gebeurtenissen in het Heilige Roomse Rijk en hun eigen geschiedenis ontgingen ook veel inwoners van de Republiek niet. De protestanten in het rijk werden gezien als zielsverwanten. De gebeurtenissen werden op de voet gevolgd via een constante stroom van pamfletten, prenten en kranten.

Al direct na de Defenestratie in Praag konden de nieuwsgierige inwoners van de Republiek in een pamflet lezen over de spectaculaire gebeurtenissen. Het pamflet bevatte twee brieven aan de Staten-Generaal van Jacques Hoefnagel, een neef van Constantijn Huygens, die zich tijdens het voorval in Praag bevond.

Volgens Hoefnagel wilden de boze edelen alleen maar weten wie hen in een kwaad daglicht had gesteld bij de keizer. Twee van de vier hoogwaardigheidsbekleders bekenden schuld: Vilem Slatava en Jaroslav Borita von Martinitz. Zij werden vervolgens uit het venster geworpen, inclusief ‘rapier en mantel’. Dat was, aldus Hoefnagel, niet meer dan redelijk. In de statuten van het land stond immers geschreven dat iedereen die het vaderland verraadde uit het raam moest worden gegooid.
 

Het was nu aan de keizer om de boel niet uit de hand te laten lopen

De aanstichter van de gooipartij, graaf Thurn, was volgens Hoefnagel door een engel gezonden. Thurn wilde geen gewelddadige opstand ontketenen, maar een waarschuwing afgeven aan de keizer. Het was nu aan de keizer om de boel niet uit de hand te laten lopen.
 

Waarschuwing

Hoefnagel had in één opzicht gelijk: de Defenestratie was inderdaad bedoeld als waarschuwing. De dag ervoor waren edelen en burgers samengekomen in het huis van de machtige edelman Albrecht Jan Smirický. Daar liepen de emoties hoog op. Graaf Thurns hield een gepassioneerd betoog, waarin hij stelde dat de katholieke vertegenwoordigers van de keizer met geheime trucs probeerden de eenheid van het rijk te ondermijnen. Volgens Thurn stonden de katholieke regenten zelfs op het punt hen te arresteren. Het is tijd om ze uit het raam te gooien, ‘zoals gebruikelijk’, zou Thurn hebben gezegd.
 
Het broeide al jaren tussen de Habsburgers en de Boheemse standen. Onder keizer Rudolf II ging het mis. Rudolf was een slimme man, die geobsedeerd was door kunst, alchemie en astrologie. Met de dagelijkse realiteit hield hij zich minder graag bezig. Vanaf 1600 takelde hij mentaal af. Maanden achter elkaar sloot hij zich op, en hij leed aan extreme stemmingswisselingen.
 

In 1609 troggelden boze protestantse edelen Rudolf een brief af waarin de Boheemse protestanten grote godsdienstige en politieke vrijheden kregen

Door zijn onhandige pogingen het katholicisme nieuw leven in te blazen groeiden de tegenstellingen tussen het protestantse deel van de bevolking en de katholieke keizerlijke regering. In 1609 troggelden boze protestantse edelen Rudolf een brief af waarin de Boheemse protestanten grote godsdienstige en politieke vrijheden kregen.

Na de dood van Rudolf in 1612 draaide de nieuwe keizer, Matthias, direct een aantal concessies terug. De protestanten waren woedend. Wat de tegenstellingen nog verder aanwakkerde was de uitgebreide viering door de protestanten in 1617 van het 100-jarig jubileum van het ophangen van Luthers stellingen in 1517. Katholieke publicisten schreven giftige pamfletten over deze provocaties.
 

Tegenstellingen

De tegenstellingen werden steeds groter, en de opzijgeschoven protestantse elite zon op maatregelen. Uiteindelijk besloten ze uit pure wanhoop over te gaan tot het defenestreren van de hoogste vertegenwoordigers van de keizer in Bohemen.

Na de Defenestratie installeerden de samenzweerders snel een eigen regering. In eerste instantie probeerden ze het niet op een al te openlijk conflict te laten aankomen. Net zoals de vroege opstandelingen in de Nederlanden, stelden zij dat ze het hadden voorzien op de corrupte regering, niet op de vorst.
 

Nu moesten alle Duitse vorsten een kant kiezen

Toen keizer Matthias in 1619 stierf en diens vrome neef tot keizer Ferdinand II werd gekroond, besloten de standen op eigen houtje de calvinistische Frederik V van de Palts tot koning van Bohemen te benoemen. Nu moesten alle Duitse vorsten een kant kiezen, en de oorlog begon nu echt.
 
Ook deze gebeurtenissen werden in de Republiek op de voet gevolgd. Pamfletten waarin de pracht en praal van de inhuldigingsceremonie stonden beschreven, lagen volop in de boekenstalletjes op het Binnenhof. Frederiks echtgenote was Praag binnengereden in een ‘onuitsprekelijk dure’ koets, stond in de verslagen te lezen. Tijdens het diner na afloop van de ceremonie vloeide de witte en rode wijn uit speciale fonteinen en werden over Frederik gouden en zilveren munten uitgestrooid.
 

Steun vanuit de Republiek

De Staten-Generaal, onder leiding van de streng-calvinistische partij van stadhouder Maurits van Nassau, ondersteunden Frederik en de anti-Habsburgse partij van harte, zowel militair als financieel. Ondanks die steun werden de Boheemse opstandelingen vernietigend verslagen bij de Slag op de Witte Berg (1620). Frederik vluchtte naar de Republiek, waar hij de bijnaam ‘Winterkoning’ kreeg, omdat hij maar een seizoen lang op de troon had gezeten. In Den Haag startte hij een uitgebreide lobby en zette hij een internationale verzetscoalitie tegen de Habsburgers op poten.
 

Maurits wilde de oorlog met Spanje hervatten

Dat de Republiek zo openlijk partij koos tegen de Habsburgers, was geen toeval. Rond deze tijd liep het Twaalfjarig Bestand met Spanje (1609-1621) af. Maurits wilde de oorlog met Spanje hervatten. Hij wees erop dat met de Defenestratie en de Boheemse Opstand nu eindelijk de grote protestantse oorlog was uitgebroken.

Het katholieke juk van de Habsburgers kon nu eens en voor altijd worden afgeworpen, aldus Maurits. De indruk dat zich een grootschalige godsdienstoorlog afspeelde, werd nog eens versterkt toen het lutherse Zweden en Denemarken zich mengden in het conflict.
 

De Vrede van Augsburg

Tijdgenoten zagen het conflict duidelijk als een godsdienststrijd. Tot op zekere hoogte was dat ook zo. De Vrede van Augsburg van 1548 kon niet verhullen dat in het Heilige Roomse Rijk twee godsdiensten bestonden, die er allebei van overtuigd waren dat zijzelf de waarheid in pacht hadden en dat zij de enige echte weg naar het zielenheil bewandelden. De verschillen werden steeds meer benadrukt door de radicale partijen aan beide kanten, de jezuïeten en de calvinisten.
 

De prijs voor de vrede was hoog: Europa was verwoest door oorlog, ziekte en hongersnoden

Maar er speelde meer dan alleen een conflict over godsdienst. De lange en uitputtende oorlog met het Ottomaanse Rijk (1593-1606) had de Habsburgse dynastie veel geld en politiek gezag gekost. De schade werd nog eens vergroot door het continue geruzie tussen de verschillende takken van de dynastie. Aan de vooravond van de Dertigjarige Oorlog waren de Habsburgers financieel en politiek bankroet. Daardoor durfden de radicale groeperingen de confrontatie aan te gaan.

Ook de edelen die verantwoordelijk waren voor de Defenestratie hadden niet alleen godsdienstige motieven. Graaf Thurn, een van de leiders van de opstandige edelen, was een jaar eerder uit zijn ambt als slotbewaarder van Karlstadt gezet. Hij was vervangen door Martinitz, niet toevallig de eerste katholieke regent die het raam uit werd gegooid.
 

Politieke strijd

Ook in het vervolg van de strijd speelden pragmatische en politieke belangen regelmatig een belangrijkere rol dan religieuze. Het katholieke Frankrijk sloot in 1635 een verbond met de protestantse Republiek om hun beider aartsvijand Spanje dwars te zitten. De Franse kardinaal Richelieu kreeg voor dit religieuze ‘verraad’ in eigen land veel kritiek.
 

De Franse kardinaal Richelieu kreeg in eigen land veel kritiek

Voor de Habsburgers was de strijd in de Bohemen ook politiek. Bohemen bevond zich in het hart van de universele monarchie die zij nastreefden. Dat ideaal dreigde met de Defenestratie in te storten. Daarom zetten zij alles op alles om Bohemen terug te krijgen, en later de andere gebieden die zich tegen hen verzetten. Ze riepen de hulp in van de Spaanse Habsburgers.
 

Vrede van Westfalen

De inmenging van Spanje in de Dertigjarige Oorlog had verstrekkende gevolgen voor de Republiek. In de laatste fase van de oorlog met Spanje kon de Republiek veel overwinningen boeken in de Zuidelijke Nederlanden, omdat de Habsburgers het vanaf 1643 te druk hadden de Zweeds-Franse coalitie aan het andere front te bevechten.

Ze raakten uiteindelijk financieel en militair zo uitgeput dat ze hun droom van een universele monarchie definitief moesten opgeven. Voor het geteisterde Heilige Roomse Rijk, maar ook voor de Republiek betekende dat: vrede.
 

De vrede geldt als de overwinning van de diplomatie en de geboorte van het internationale stelsel van soevereine staten zoals we dat nu nog kennen

De Vrede van Westfalen, die uiteindelijk na eindeloze diplomatieke onderhandelingen werd gesloten, bestond uit het Verdrag van Münster tussen Spanje en de Republiek, en uit de Verdragen van Osnabrück en Münster tussen respectievelijk het Heilige Roomse Rijk en Zweden en Frankrijk. De vrede geldt als de overwinning van de diplomatie en de geboorte van het internationale stelsel van soevereine staten zoals we dat nu nog kennen. Maar volgens velen was de prijs die werd betaald te hoog om te kunnen spreken van een positieve uitkomst. Wat begon met het uit het raam werpen van drie mannen, eindigde met een Europa verwoest door oorlog, ziekte en hongersnoden.
 

Meer lezen

Het overzichtswerk Europe’s Tragedy. A History of the Thirty Years War (2009) van Peter Wilson geldt als toonaangevende studie over de Dertigjarige Oorlog. De bundel The Thirty Years’ War (1987) onder redactie van Geoffrey Parker is een andere invloedrijke klassieker.
 
Gezaghebbende Duitse bundelingen van artikelen over het conflict zijn Zwischen Alltag und Katastrophe. Der Dreissigjährige Krieg und der Nähe (1999) onder redactie van Benigna bon Krusenstjern en Hans Medick en Der Dreissigjährige Krieg. Facetten einer folgenreichen Epoche (2010) onder redactie van Peter C. Hartmann en Florian Schuller.
 
De driedelige catalogus van een tentoonstelling over de Vrede van Westfalen Krieg und Frieden in Europa (1988) van Klaus Bußmann en Heinz Schilling (red.) is ook een belangrijk naslagwerk.


Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Gouden Eeuw

Eerste Wereldoorlog

Tweede Wereldoorlog

VOC

Lincoln

Verhagen plaatst Abraham Lincoln in de context van de geschiedenis van de VS. Volgens velen heeft Lincoln laten zien dat leiderschap niet kan worden aangeleerd, maar dat het aankomt op karakter.

€ 19,95 | Koop nu

Middeleeuwen