• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Account aanmaken
    Historisch Nieuwsblad 6/2000

    De eigenliefde gaat tegenwoordig in een kritische jas

    Nederlanders over hun nationale verleden

    Door: Mar Oomen

    Nederlanders schamen zich voor het koloniale verleden en zijn trots op de waterwerken en de Gouden Eeuw. Eénderde van de bevolking is bereid voor het vaderland te sterven. Samen met EO-radio 1 hield Historisch Nieuwsblad een onderzoek onder 503 Nederlanders naar hun waardering van het nationale verleden en naar hun verbondenheid met Nederland.


    U wordt gebeld door een gerenommeerd onderzoeksbureau met de vraag of u wilt meedoen aan een onderzoek naar Nederlanders en hun geschiedenis. Natuurlijk, zegt u, steek maar van wal en dan luidt één vraag: Met welk figuur uit het Nederlands verleden zou u wel eens een goed gesprek willen voeren?
            Wat zou u antwoorden?
            In opdracht van EO-radio 1 en Historisch Nieuwsblad vroeg Kijk en luisteronderzoek van de NOS dit aan 503 Nederlanders. Het was géén meerkeuze vraag, iedereen mocht noemen wie hij of zij wilde, als de persoon in kwestie maar overleden was. Ongeveer de helft van de respondenten wist een markante voorvader of -moeder te verzinnen.
            Hun antwoorden hebben ons verrast – en ook weer niet. Veel mensen willen natuurlijk Anne Frank ontmoeten, dachten wij, en haar vragen wat zìj met haar dagboek gedaan zou hebben. Misschien willen sommigen wel van Colijn weten wat er door hem heen ging toen hij die negen vrouwen en drie kinderen liet executeren, terwijl ze om genade smeekten.
    Maar nee. Het vaakst genoemd, maar liefst 33 keer, werd Willem van Oranje, op de voet gevolgd door Wilhelmina, met 31 stemmen.

    De lijst ziet er zo uit:
    Willem van Oranje (33 keer genoemd)
    Wilhelmina (31 keer)
    Joop den Uyl (15 keer)
    Willem Drees (12 keer)
    Rembrandt van Rijn (10 keer)
    Vincent van Gogh (8 keer)

    'De keuze voor deze erflaters verspreidt een typische bloemkoolgeur', reageert antropoloog Jojada Verrips. ‘Grappig dat twee leden van het koningshuis, twee socialisten en twee schilders het vaakst genoemd werden. Met Drees als seculiere Vader des Vaderlands naast de echte. Ik had het zelf niet kunnen bedenken.'
            Hoe komen mensen erbij Willem van Oranje te noemen, vraagt hoogleraar in de Brabantse geschiedenis Arnoud Jan Bijsterveld zich af. ‘Met Willem de Zwijger ga je toch niet praten!' Meer historici zijn verbaasd, Willem van Oranje is nauwelijks in de publieke belangstelling geweest de laatste decennia. Er waren geen tentoonstellingen en herdenkingsjaar 1984 was een flop. Of komt het door de theatrale televisieserie midden jaren tachtig met Jeroen Krabbé als Willem van Oranje?
            ‘Willem van Oranje is toch de grondlegger van de staat der Nederlanden', zegt respondent R. Scholte, ‘Ik zou met hem willen praten over wat er nu aan de hand is, in bijvoorbeeld Kosovo en Servië. Dat is toch net zoiets als de burgeroorlog in zijn tijd.' ‘Willem van Oranje heeft veel voor het land gedaan', aldus respondente G. Bakker-Bennen, ‘Hij heeft er zelfs al zijn zilver voor verkocht!'
            Historicus Henk van Nierop kijkt niet op van de belangstelling voor Willem van Oranje, ‘hoewel niemand zich waarschijnlijk realiseert dat ze dan Frans moeten praten'. Als de stichter van de natie en bestrijder van de Spanjaarden is Willem van Oranje een standaardheld. Hij spreekt tot de verbeelding. ‘Toch', zegt Van Nierop, ‘zou ik ook wel met die man willen praten, want over de persoon Willem is heel weinig bekend.'
            Ook historicus-journalist Hubert Smeets vindt het niet vreemd dat zoveel mensen benieuwd zijn naar Willem van Oranje of Wilhelmina. Logisch, vindt hij, dat zijn de geijkte helden van Oranje. Maar waar hij helemaal niets van begrijpt, is Joop den Uyl op nummer drie. Smeets: ‘Joop den Uyl is de laatste tien jaar voor van alles en nog wat uitgemaakt in de pers. Het is zeer opmerkelijk dat mensen met hem willen praten. Dat duidt op een verlangen naar het politieke gesprek. En politiek in Nederland gaat niet over macht, maar over maatschappelijke moraal.' ‘Respondente W. Baarsma formuleert het zo: ‘Joop den Uyl was een sociaal iemand. Hij hield rekening met de minder bedeelden. Ik zou willen weten hoe hij daartoe is gekomen. Het is nu toch vaak van "ieder voor zich. God voor ons allen".'

    In een vorig nummer van Historisch Nieuwsblad constateerden we dat historici zich de laatste jaren weer wagen aan het Grote Verhaal, Vaderlandsche Geschiedenis mag weer, maar wel anders dan pakweg veertig jaar geleden: niet alleen de grote helden krijgen een plaats in de nationale geschiedschrijving, ook de schaduwzijden komen aan bod. We vroegen ons af in hoeverre deze geschiedschrijving doorsijpelt naar het ‘gewone publiek', wat krijgen de gemiddelde krantenlezers hiervan mee, en ook: wat betekent geschiedenis eigenlijk voor hen; hoe waardeert de Nederlander zijn eigen verleden? Vanwege de artikelen van Paul Scheffer over het Multiculturele Drama – Scheffer pleitte onder meer voor kennisoverdracht van ‘ons' verleden - wilden we ook wel eens weten of, en zo ja, wat nieuwkomers van onze nationale geschiedenis moeten weten.
    Een vraag luidde: vindt u het belangrijk dat Nederlanders iets over hun eigen geschiedenis weten? Bijna negentig procent (86 procent) van de 503 mensen die ondervraagd zijn, antwoordde: ja, dat is belangrijk tot zeer belangrijk. En bijna tachtig procent (79 procent) vindt het belangrijk tot zeer belangrijk dat mensen die hier nieuw zijn kennis van het verleden tot zich nemen. Maar als de respondenten dan moeten zeggen wàt de nieuwkomers zouden moeten weten, dan is eigenlijk maar één onderwerp belangrijk: het Nederlands regeringsstelsel, terwijl de ondervraagden vier onderwerpen voorgelegd kregen: de Tachtigjarige oorlog; Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog; het Nederlandse koloniale bestuur in Indonesië, Suriname en de Antillen; en het Nederlandse regeringsstelsel. Dertien procent van de respondenten vindt dat nieuwkomers iets over de Tweede Wereldoorlog moeten weten. 76 procent noemt het Nederlandse regeringsstelsel. ‘Dat is positief', zegt Hubert Smeets. ‘Het regeringsstelsel wordt belangrijk gevonden. Men vindt: dat moeten we koesteren, dat moeten we kennen. Met een beetje kwaadwillendheid kun je dit antwoord opvatten als kritiek op de huidige gang van zaken. De regering heeft het stelsel te grabbel gegooid, onder het motto: wat de markt kan, moet de markt ook doen. Het volk heeft door dat het fout is gegaan. Maar, ik geef toe, nu redeneer ik wel erg in mijn eigen straatje.'

    Dat prins Willem Alexander zich heeft gespecialiseerd in alles wat met water te maken heeft, is een uitstekende zet geweest. Zijn vader prins Claus, op wiens aanraden hij dat is gaan doen, heeft het Nederlandse volk goed begrepen. Hij weet waar we trots op zijn: de waterwerken.
            Wij vroegen de respondenten of zij een gebeurtenis of episode uit de Nederlandse geschiedenis konden noemen waarop de Nederlanders trots kunnen zijn. Iets meer dan de helft van de respondenten (56 procent) gaf antwoord op deze vraag, wat overigens weer een zogenoemde ‘open vraag' was: iedereen mocht zeggen wat hij wilde. Het vaakst genoemd (92 keer), werden, inderdaad, de waterwerken, in variaties als de Deltawerken, de bouw van bruggen, de afsluitdijk, baggermaatschappijen in het buitenland, dijkenbouw en de drooglegging van polders.
            ‘Grappig, die rare associatie van Nederlanders met water', zegt Jojada Verrips, die overigens zelf hard bezig is een centrum op te richten dat sociaal-cultureel onderzoek gaat doen naar alles wat met het leven op en rond de zee te maken heeft. ‘Ik ben benieuwd of Turkse kindertjes die Nederlandse tik overnemen. Dat zou ik eens moeten onderzoeken.' ‘Zonder die waterwerken was er niet veel van Nederland over geweest', zegt respondente J. van Kelckhoven.

    Het lijstje met periodes uit de Nederlandse geschiedenis waarop we trots zijn, ziet er zo uit:
    1. De waterwerken, 92 keer genoemd, vooral door ouderen
    2. De Gouden Eeuw, 55 keer genoemd
    3. Voetbal (vooral Nederlands elftal 1988) en andere sporten, 53 keer genoemd, vooral door jongeren
    4. Tweede Wereldoorlog, verzet en bevrijding, 39 keer genoemd
    5. Humanitaire zaken, vrijgevigheid bij rampen en dergelijke, 16 keer genoemd.
    ‘Waterwerken en Gouden Eeuw: typisch de collectieve mythes die we in standhouden', zegt Arnoud Jan Bijsterveld. ‘Op postzegels komen die ook het vaakst voor.'
            Niemand kijkt ervan op dat zoveel mensen de Gouden Eeuw genoemd hebben. De laatste jaren zijn er immers verschillende tentoonstellingen over georganiseerd en boeken over verschenen. Natuurlijk krijgen we daar allemaal iets van mee. Maar waaròm de belangstelling voor die periode zo groot is, waarom de tentoonstellingen druk bezocht worden en boeken over de Gouden Eeuw als warme broodjes over de toonbank gaan – Overvloed en Onbehagen van Simon Schama en Van Deursens boek Graft. Een dorp in de zeventiende eeuw waren bestsellers – dat begrijpen historici weer veel minder. De Gouden Eeuw is toch zeker geen periode waar je alleen maar trots op kunt zijn met zijn slavernij en koloniale rooftochten.
    ‘De Gouden Eeuw, met mensen als Rembrandt, Huygens en Spinoza, staat voor high culture', zegt Hubert Smeets. ‘We etaleren de laatste jaren graag dat Nederland over high culture beschikt.'
            Volgens Gouden-Eeuwdeskundige Henk van Nierop heeft ‘het gewone volk' altijd belangstelling gehad voor de Gouden Eeuw, de eeuw waarin Nederland toonaangevend was in de wereld. Maar historici waren lange tijd zeer ambivalent over die periode. De term Gouden Eeuw vonden ze ook hoogst ongepast. De laatste jaren dreigden buitenlandse historici als Jonathan Israel en Simon Schama echter met de eeuw weg te lopen. Vandaar dat nu ook Nederlandse historici de glorie van de Gouden Eeuw benadrukken: voor Nederland in internationale context was de Gouden Eeuw een hele belangrijke tijd. Nederland was toonaangevend op allerlei terreinen, in de scheepvaart, de handel, de wetenschap en de schilderkunst. En de term Gouden Eeuw mag ook weer, om puur pragmatische redenen: de term Gouden Eeuw verkoopt.
    ‘Het is de eeuw waarin Nederland zijn naam heeft gevestigd', zegt respondent R. Scholte. ‘Als Hollander ben ik daar trots op, ja. Nederlanders hebben in die tijd veel mensen "cultuur en beschaving" bijgebracht. De wereldeconomie is toen gestart. Nederland was een groot voorbeeld voor de rest van de wereld. Maar aan de Gouden Eeuw zaten ook veel keerzijden. Het is ook de periode waarvoor we ons zouden moeten schamen. De slachtpartijen die plaatsvonden, terwijl we cultuur en beschaving aan het brengen waren. En wat er op die schepen gebeurde! Wij hebben zoveel slaven naar Amerika gebracht!'
    Natuurlijk vroegen wij de respondenten ook voor welke gebeurtenis of episode uit de Nederlandse geschiedenis Nederlanders zich zouden moeten schamen. Iets meer dan de helft van de ondervraagden (53 procent) heeft daar een antwoord op gegeven. Het vaakst genoemd, maar liefst 112 keer, werd het kolonialisme, in varianten als: Nederlands-Indië, gebeurtenissen in Indonesië, de politionele acties, Nieuw-Guinea, en kolonialisme in het algemeen.

    Het lijstje met gebeurtenissen waarvoor we ons schamen, ziet er zo uit:
    1. Kolonialisme, 112 keer genoemd.
    2. Tweede Wereldoorlog: collaboratie, (lijdzaamheid ten aanzien van) deportatie van joden, de behandeling van joden na de oorlog, 56 keer genoemd
    3. Slavenhandel en slavernij, 40 keer genoemd
    4. Zinloos geweld/ waar moet het heen met onze samenleving, 28 keer genoemd
    5. Sebrenica/Balkan, 20 keer.

    Als we veertig jaar geleden dit onderzoek hadden gehouden, had het lijstje er heel anders uitgezien. Dan was de Tweede Wereldoorlog vooral een periode geweest om trots op te zijn, vanwege het verzet dat was gepleegd en het koloniale tijdperk zou überhaupt niet ter sprake zijn gekomen. De historicus mag niet klagen. De veranderende geschiedopvattingen sijpelen zeker door naar het grote publiek, ook door de recente ophef over de behandeling van de joden na de oorlog en al eerder over bijvoorbeeld de oorlogsmisdaden in voormalig Nederlands-Indië.
            ‘Nu lees je dingen, dan denk je echt tjonge tjonge tjonge', zegt respondente G. Bakker-Bennen. ‘En dan te bedenken dat tegen mannen als Colijn werd opgekeken, terwijl hij zulke vreselijke dingen deed. Burgers smeekten ons om genade en toch hebben we ze weggevaagd. Ja, dat zijn dingen waar je je wel voor moet schamen.'
            Respondent H. Wotte vindt de politionele acties in Nederlands-Indië de meest schandelijke gebeurtenis uit het verleden. ‘Wij hoorden daar helemaal niet thuis. Er was onafhankelijkheid beloofd. Om dat nu met zoveel geweld en al die excessen tegen te gaan, daar mogen we ons wel voor schamen.'

    De laatste tijd zijn verschillende boeken verschenen over Nederland en de slavenhandel. Ook wordt er regelmatig in de kranten geschreven over een slavenmonument dat volgend jaar gerealiseerd moet zijn. Toch verbaast het ons dat slavenhandel en slavernij zo vaak genoemd zijn, vaker nog dan bijvoorbeeld Sebrenica. ‘Ik kwam er op door die 58 illegale Chinezen die laatst zijn omgekomen in die vrachtwagen in Dover', zegt respondente G. de Geus. ‘Zij zijn natuurlijk ook een soort slaven, ze moeten ergens onderduiken en allerlei rotklussen opknappen.'
            ‘Ik vind het heel interessant dat de slavenhandel zo vaak genoemd is', zegt Jojada Verrips. ‘Ik vermoed dat het komt doordat Nederlanders steeds meer te maken krijgen met mensen uit gebieden die door de slavenhandel van aanzien zijn veranderd. Met Ghanezen bijvoorbeeld.' En met Surinamers en Antillianen natuurlijk. Kunnen we nu concluderen dat Nederlanders steeds meer begaan zijn met de geschiedenis van allochtonen?

    We wilden weten hoe Nederlanders het eigen verleden waarderen en we waren benieuwd naar het ‘Nederland-gevoel': hoe groot is de verbondenheid van burgers met Nederland? We vroegen de respondenten daarom hoe erg ze het zouden vinden als Nederland zou ophouden te bestaan: verschrikkelijk, jammer, niet erg of toe te juichen. Nu blijkt dat 43 procent dat verschrikkelijk zou vinden en 45 procent zou het jammer vinden. ‘Ik zou wel willen weten hoe boos de ondervraagden werden over deze vraag', zegt Verrips. ‘De verknochtheid aan Nederland is toch wel erg groot.'
            Maar als we dan vervolgens de vraag stelden waarmee men zich het meest verbonden voelde: de woonplaats, de streek of provincie, Nederland of Europa, noemde nog geen kwart (24 procent) Nederland. De meeste ondervraagden (44 procent) antwoordden: de eigen stad of het eigen dorp; 22 procent zei: de streek; 9 procent had Europa als antwoord. Ondanks internet en global economy, of misschien dankzij, blijven we huismussen, ook de jongeren onder ons.
    Tenslotte stelden we iedereen de vraag: Mocht Nederland ooit in oorlog raken zou u dan bereid zijn voor het land te sterven? Eenderde van alle respondenten (33 procent) antwoordde: ja. 43 procent van de mannen is daartoe bereid, en dan vooral de lager opgeleide jonge mannen, en 23 procent van de vrouwen. Eenvijfde van de ondervraagden kon deze vraag niet beantwoorden.
    Eenderde bereid te sterven? Weinig, vindt Hubert Smeets, ‘in Rusland zou dat zeker tweederde zijn. Dat wijst weer eens op het niet-militaire karakter van Nederland. Nederlanders geloven niet in geweld als oplossing van problemen.'
            Luitenant-generaal Maarten Schouten ziet het anders. De percentages vallen hem zeker niet tegen. ‘Kennelijk is er nog steeds een sterk nationaal gevoel dat dieper gaat dan de gebruikelijke Oranje-hausse tijdens een Europees of wereldkampioenschap voetbal. Overigens is het goed te vermelden dat de grondwet alle Nederlanders de plicht oplegt mee te werken aan de handhaving van de onafhankelijkheid van het Rijk en aan de verdediging van zijn grondgebied.' Met andere woorden: volgens de grondwet zijn we verplicht ons leven voor Nederland op het spel te zetten, of we willen of niet.
            Sterven voor het vaderland? Kom nou zeg, is de reactie van veel respondenten. Daar hebben we toch een beroepsleger voor. ‘Ik zou sterven voor het leven van mijn kleinkinderen', zegt respondente H. Postma van Stam, ‘maar niet voor dat van mijn buurman.'
            ‘Hoeveel moed heb je in het aangezicht van de dood?', vraagt respondent J. van der Zwaag zich af. ‘In de Tweede Wereldoorlog wisten heel veel Nederlanders heel goed hoe hard ze moesten lopen. Wat hebben we voor de joden gedaan? Bitter weinig. Het hangt af van de omstandigheden. Als je onrecht wordt aangedaan, dan ben je misschien bereid te sterven. Maar het is moeilijk te voorspellen hoe het is als putje bij mutje komt.'
            Veel historici vinden het veel: eenderde. Ze geloven het ook niet. Akkoord, aan het begin en het einde van de Tweede Wereldoorlog stelde het verzet in Nederland nog wel iets voor, maar in de middenperiode deed 95 procent van de Nederlandse bevolking helemaal niets. Men ging gewoon door met leven. Van de overige vijf procent zat twee procent in het verzet en drie procent collaboreerde.
            Zou dat nu anders zijn? Zouden we nu ons vaderland met meer hartstocht en overtuiging verdedigen? Of geloven we nog steeds niet, zoals Smeets beweert, in geweld als oplossing voor problemen. Zullen we, zoals Smeets denkt, een oorlog proberen te winnen met alternatieve methoden.
            Eén ding wijst het onderzoek uit: Nederlanders zijn niet bang om zich te schamen, en niet bang om trots te zijn. Ze staan open voor de nuances en zwarte bladzijden in de geschiedschrijving. Als het om de Tweede Wereldoorlog gaat, lijken ze net zo redelijk als hun geschiedschrijvers. Inzake het kolonialisme zijn ze net zo verontwaardigd als hun journalisten. En verder zijn ze trots op hun kleine-grote natie, die het vooral in de Gouden Eeuw zo goed deed.


    Vraag 1
    Kunt u een gebeurtenis of episode uit de Nederlandse geschiedenis noemen waarop de Nederlanders trots kunnen zijn?

    1. De waterwerken, 92 keer genoemd, vooral door ouderen
    2. De Gouden Eeuw, 55 keer genoemd
    3. Voetbal (vooral Nederlands elftal 1988) en andere sporten, 53 keer genoemd, vooral door jongeren
    4. Tweede Wereldoorlog, verzet en bevrijding, 39 keer genoemd
    5. Humanitaire zaken, vrijgevigheid bij rampen en dergelijke 16 keer genoemd


    Vraag 2
    Kunt u een gebeurtenis of episode uit de Nederlandse geschiedenis noemen waarvoor de Nederlanders zich zouden moeten schamen?


    1. Kolonialisme, 112 keer genoemd
    2. Tweede Wereldoorlog: collaboratie, (lijdzaamheid ten aanzien van) deportatie van joden, de behandeling van joden na de oorlog. 56 keer genoemd
    3. Slavenhandel, 40 keer genoemd
    4. Zinloos geweld/ waar moet het heen met onze samenleving: 28 keer genoemd
    5. Srebrenica/Balkan: 20 keer

    Vraag 3
    Kunt u iemand uit de Nederlandse geschiedenis noemen waar u wel eens een goed gesprek mee zou willen hebben voeren? Het gaat om iemand die niet meer leeft.


    Willem van Oranje (33 keer genoemd)
    Wilhelmina (31 keer)
    Joop den Uyl (15 keer)
    Willem Drees (12 keer)
    Rembrandt van Rijn (10 keer)
    Vincent van Gogh (8 keer)

    Wilt u meer geschiedenisverhalen lezen?

    Ontdek de duizenden verhalen die we voor onze abonnees beschikbaar stellen, lees de nieuwste artikelen uit Historisch Nieuwsblad en ontvang iedere week leestips van de redactie in uw mailbox. Met Historisch Nieuwsblad Online krijgt u altijd de juiste historische context om het nieuws van nu te begrijpen.
    Registreer nu en lees de eerste maand voor slechts 1 euro!

    Al abonnee? Log dan in en lees direct alle geschiedenisverhalen online. Heeft u nog geen account of is uw emailadres niet bij ons geregistreerd? Lees dan hier hoe u verder kunt lezen.

    Word lidInloggen