• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Account aanmaken
    dinsdag 11 maart 2003

    Burgemeester van Amsterdam: something to be

    Verhalen van Wim Polak en Ed van Thijn

    Door: Bastiaan Bommeljé

    Op 16 juni 1983 werd Ed van Thijn geïnstalleerd als burgemeester van Amsterdam. Hij was opvolger van Wim Polak, die sinds 15 juni 1977 de ambtsketen had gedragen en na zijn eerste termijn bekendmaakte dat hij geen herbenoeming ambieerde. Polak was 58 jaar, maar hij straalde een soort ouderdom uit dat niet erg leek te passen bij de tijdgeest. Van Thijn was 48, en hoewel ook hij voortkwam uit de traditie van het hoofdstedelijk wethouderssocialisme, was hij in allerlei opzichten vertegenwoordiger van een ander soort sociaal-democratie.

    Beide burgemeesters bestuurden de hoofdstad in een periode die bepaald niet saai te noemen was. Zowel Polak als Van Thijn had frequent te maken met grootschalige krakersrellen, die in de praktijk neerkwamen op harde vechtpartijen om het gezag over delen van de stad. Begin jaren tachtig leefden zo’n 15.000 Amsterdammers in een gekraakte woning, en dat bleef niet zonder consequenties.

    Tijdens de ambtsperiode van Polak culmineerde dit onder meer in barricades rondom de Vondelstraat, die met tanks werden opgeruimd, en in de massale kroningsrellen van 1980. Tijdens de ambtsperiode van Van Thijn mondden de spanningen uit in de dood van kraker Hans Kok in een politiecel en een mislukte bomaanslag op de burgemeester. Tussendoor moesten beiden een stad besturen die in grote financiële problemen verkeerde, overwoekerd werd door drugsproblematiek, criminaliteit en een sterk veranderende bevolkingsopbouw. Bovendien beschouwde de plaatselijke PvdA de hoofdstad als privé-speeltuin waar de eerste burger op de schommel mocht zitten, maar veel meer ook niet.

    Wim Polak wordt geïnstalleerd als burgemeester van Amsterdam, 1977.

    Burgemeester van Amsterdam is, kortom, something to be. De belevenissen van Polak en Van Thijn zijn na te lezen in twee boeken. Wim Polak – Amsterdammer en sociaal-democraat is een bundel met stukken, notities en essays over en van Polak, die op 1 oktober 1999 overleed, kort na zijn vijfenzeventigste verjaardag. Het werk is niet bijzonder meeslepend, maar ondanks het fragmentarische karakter informatief en redelijk solide. Het bestrijkt het hele leven en de hele carrière van de journalist, wethouder, staatssecretaris Buitenlandse Zaken, burgemeester en staatsraad Polak. BM – herinneringen is een persoonlijke visie van Van Thijn op zijn eigen burgemeesterschap in de traditie van zijn eerdere, halfliteraire ‘vertelboeken’ zoals Dagboek van een onderhandelaar en Retour Den Haag.

    Lucky Luik

    Polak noemde het ambt van eerste burger van de hoofdstad ooit ‘de mooiste baan die er bestaat’. Het opmerkelijke – misschien het enige opmerkelijke – van Wim Polak – Amsterdammer en sociaal-democraat is dat van die opvatting weinig terug te vinden is. Veeleer blijkt uit Polaks notities over het Vondelstraat-oproer, de kroningsrellen en de positie van een socialistische burgemeester als wetshandhaver, dat hij zich nogal ongemakkelijk voelde als hoogste vertegenwoordiger van de overheid in de stad. Polak verafschuwde geweld en opereerde tegenover de kraakbeweging aanvankelijk nogal voorzichtig (critici zeiden ‘bangelijk’), maar hij aarzelde niet in 1980 aan de vooravond van de veldslag rond het kraakpand de Lucky Luik voor drie dagen in Amsterdam een soort noodtoestand af te kondigen. Het is een unicum dat onvermeld blijft in dit boek.

    Ook tijdens zijn ambtstermijn verzuchtte Polak trouwens al: ‘En dan ben je aan het eind van de werkdag volstrekt afgepeigerd, en dan vraag je jezelf af: heb ik vandaag het socialisme één centimeter dichterbij gebracht? En meestal moet ik dan tot mijn grote spijt constateren: nog geen millimeter!’ Wellicht dat een deel van de frustratie werd veroorzaakt doordat destijds de touwtjes in Amsterdam muurvast in handen waren van de PvdA-trojka Jan Schaefer, Michael van der Vlis en Walter Etty. Zelf beschouwde Polak de feestelijke intocht van de Canadese veteranen op 5 mei 1980, kort na de kroningsrellen, als een van de hoogtepunten van zijn ambtstermijn, en wellicht ook het optreden van Willy Alberti tijdens zijn afscheidsfeest in het Concertgebouw.

    Uit Wim Polak – Amsterdammer en sociaal-democraat blijkt dat Polak beter functioneerde in een positie waar hij kon besturen zonder al te veel politiek gehannes. Van geen van zijn andere publieke functies zei Polak ooit wat hij bij zijn vertrek uit de hoofdstad zei: ‘Nog mooier dan burgemeester van Amsterdam is oud-burgemeester van Amsterdam te zijn.’

    Ed van Thijn, 1984.

    Zo’n uitspraak zal men tevergeefs zoeken in Ed van Thijns BM – herinneringen. Van elke pagina in dit boek straalt af hoe deze oud-student van Jacques Presser ervan genoot ‘BM’ te zijn. In korte, voetnootloze hoofdstukken worden de toppen en dalen van dit burgemeesterschap geschetst. Dat begint vanaf de dag dat Van Thijn de keten overneemt van Polak (‘een menselijke man’ voor wie Amsterdam a hell of a time was in de Nederlandse betekenis, niet in de Engelse). Daarna volgen de wederwaardigheden van de ‘BM’, zoals het Stopera-debacle, de moord op Kerwin Duinmeyer, de mislukte kandidatuur voor de Olympische Spelen, de installatie van het eerste raadslid van de Centrum Partij, het bezoek van Nelson Mandela, de Bijlmerramp, de dood van kraker Hans Kok en de IRT-affaire.

    Bijlmerramp

    Hoewel dit werk soms niet terugdeinst voor een jongensboekenstijl (‘‘‘Van Thijn,’’ stamel ik met verstikte stem’; ‘Ik begin te ijsberen. Duizend gedachten tuimelen over elkaar heen’; ‘Ik verbaas me er soms over dat ik ook nu mijn kalmte bewaar’), is het bovenal de toon die deze ‘herinneringen’ tot uitzonderlijke lectuur maakt. Het gaat er nu even niet om dat er minder heroïsche zaken onvermeld blijven – zoals de riante arbeidsvoorwaarden die Van Thijn in het geheim fabriceerde voor politiecommissaris Nordholt, zoals de kritiek door de Parlementaire Enquêtecommissie op aspecten van zijn optreden tijdens de Bijlmerramp, en zoals het bijtende oordeel over zijn burgemeesterschap door scribenten als columnist Max Pam (de in dit boek geciteerde journalisten putten zich vrijwel allen uit in loftuitingen). Het gaat er ook niet om dat Van Thijn zichzelf in BM afficheert als iemand die van meet af aan het minderhedenvraagstuk ‘tolerant maar zonder toegeeflijkheid’ aanpakte, terwijl onvermeld blijft dat hij aan de basis stond van Wisselwerking, het PvdA-rapport over integratie dat door critici als Wouter Gortzak en Herman Vuijsje juist wordt beschouwd als de oorzaak van de verstikkende politieke correctheid in de partij. En het gaat er ook niet om dat BM – herinneringen net zoals de andere politieke memoires van Van Thijn een rare mengeling biedt van naïviteit, emoties en de vaste overtuiging rechter in eigen zaak te kunnen spelen.

    Neen, het bijzondere aan dit boek is dat het een blik gunt op een universum waarin slechts één stralend middelpunt is: de ‘BM’ zelve. Amsterdam is slechts een decor voor de gevoelens, inzichten, overtuigingen, strategieën en opinies van Van Thijn. Geen wonder dat in dit boek geen enkel cijfer voorkomt – over inwoneraantal, begrotingen, bevolkingsopbouw, kostenoverschrijdingen, schoolverzuim, criminaliteit of wat dan ook. Zelfs als Van Thijn tracht met zelfspot te schrijven, gaat het vooral over het zelf en niet over de spot. BM – herinneringen is geen kritische reflectie op een burgemeesterschap geworden, maar een ijdele apologie. Historici mogen nu aan het werk om Van Thijns burgemeesterschap te bevrijden uit deze dwangbuis van zijn narcistische universum.

    Wim Polak – Amsterdammer en sociaal-democraat

    Gerrit van Herwijnen (eds), 320 p. Meulenhoff Amsterdam

    BM – herinneringen

    Ed van Thijn, 254 p. Uitgeverij Augustus