• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Account aanmaken
    Historisch Nieuwsblad 10/2014

    BOEKEN: Shortlist Libris Geschiedenis Prijs 2014

    Vier biografieën en een complot

    Door: Rob Hartmans

    In de jaren zestig en zeventig dachten nogal wat historici dat geschiedenis een ‘echte’ wetenschap was, waarin het ging om harde, liefst kwantitatieve feiten, die onopgesmukt gepresenteerd konden worden. Wat ze vergaten, was dat geschiedenis een vorm van literatuur is, dat het gaat om het vertellen van verhalen. Geschiedenis dient weliswaar gebaseerd te zijn op feiten, maar die controleerbare gegevens krijgen pas betekenis als ze verteld worden in een bepaalde samenhang. Als er wordt geselecteerd en gecomponeerd, dus als er een verhaal verteld wordt dat voor lezers interessant en begrijpelijk is.
     


    Hoewel een historicus niet aan de feiten mag tornen, is hij wel vrij om te kiezen in welke vorm hij zijn verhaal giet. En het is vooral in dit opzicht dat de goede en minder goede historici zich van elkaar onderscheiden. Het is namelijk best lastig om uit al die op het eerste gezicht losstaande gegevens een coherent en leesbaar verhaal te componeren. Waar begin je, wat laat je weg, hoe bouw je het verhaal op, waar eindig je en hoe zorg je ervoor dat je lezer niet afhaakt?

    Het is niet vreemd dat juist de biografie een populair genre is. Niet alleen vinden veel lezers het boeiend zich te verdiepen in het leven van anderen, en dan en passant nog een en ander op te steken over de wereld waarin de hoofdpersoon zich bewoog, maar ook voor historici is de biografie aantrekkelijk. Begin- en eindpunt van het boek liggen min of meer vast, en de tussenliggende verhaallijn ook, terwijl de keuze wat je wel en niet behandelt aanzienlijk vergemakkelijkt wordt. Waar je bij een ander historisch boek vaak uitgebreid moet verantwoorden waarom je juist voor dit verhaal hebt gekozen, lijkt de keuze van de biograaf veel helderder en is het eenvoudiger om met een duidelijk afgerond verhaal te komen.

    Vandaar dat het niet zo heel vreemd is dat vier van de vijf titels op de shortlist van de Libris Geschiedenis Prijs dit jaar biografieën zijn. Op de longlist staan overigens drie werkelijk uitstekende titels die handelen over langlopende processen: Marita Mathijsens boek over de negentiende-eeuwse obsessie met de geschiedenis, Rienk Vermijs studie over de Verlichting en Piet de Rooys overzicht van de ontwikkeling die de Nederlandse politieke cultuur vanaf 1800 doormaakte. Zij hebben het niet ‘gehaald’. Hoe goed ook, blijkbaar vertellen ze in de ogen van de jury toch te weinig een ‘verhaal’.
     
    Dat het bij geschiedenis om het vertellen van verhalen gaat, blijkt ook duidelijk uit de enige niet-biografie onder de genomineerde boeken. Hét grote verhaal uit de Nederlandse geschiedenis van de afgelopen twee eeuwen is natuurlijk de Tweede Wereldoorlog. Of beter gezegd: die oorlog zorgde voor een onuitputtelijk reeks verhalen, die soms glorieus maar veel vaker pijnlijk waren, die elkaar dikwijls tegenspraken, en die soms ondanks een gebrek aan evidente feiten een hardnekkig leven bleven leiden. De zogenoemde ‘Velser affaire’ was zo’n hardnekkig, uiterst pijnlijk en ‘onbewezen’ verhaal.

         In het Noord-Hollandse Kennemerland was vooral in de laatste jaren van de oorlog het verzet bijzonder actief, terwijl de Duitse bezetter veel verzetslieden arresteerde en fusilleerde, onder wie Hannie Schaft. Hoewel getracht werd de krachten van het verzet te bundelen, en de verschillende groepen vanaf september 1944 ressorteerden onder de Binnenlandse Strijdkrachten (BS), was er allesbehalve sprake van eenheid. Vooral de rivaliteit tussen allerlei linkse groepen en de doorgaans conservatieve politiemannen en justitieambtenaren die de leiding van de BS vormden, was groot.

         Na de oorlog deden allerlei verhalen de ronde over de rechtse verzetslieden van de BS, die niet alleen in het begin van de oorlog met de Duitsers zouden hebben gecollaboreerd, maar die bovendien hun linkse collega’s zouden hebben verraden, zodat er onevenredig veel communistische verzetsmensen gefusilleerd werden. Bovendien zou de regionale BS-leider Sikkel, een zwager van premier Gerbrandy, in opdracht van de Nederlandse regering in ballingschap hebben gehandeld. De regering zou bang zijn dat de communisten na de oorlog de macht zouden grijpen. Dit soort samenzweringstheorieën is heel hardnekkig en was vooral in de ‘linkse jaren zeventig’ erg populair. Schrijfster Conny Braam heeft dit alles enkele jaren geleden nog opgerakeld in een roman.

         De jonge historicus Bas von Benda-Beckmann heeft de mythevorming rond de kwestie op voorbeeldige en leesbare wijze ontrafeld in De Velser affaire. Hij kwam tot de conclusie dat het optreden van de verzetsgroep van politiemannen allesbehalve onberispelijk was, maar dat er geen bewijzen zijn voor een anticommunistische samenzwering. Echte complotdenkers zullen natuurlijk geneigd zijn Donald Rumsfeld te citeren, die over de massavernietigingswapens van Sadam Hoessein nog altijd volhoudt: ‘De afwezigheid van bewijs is nog geen bewijs van afwezigheid.’ Het zakelijke, niet-ideologische verhaal van Von Benda-Beckmann is echter erg overtuigend, zodat de bewijslast definitief ligt bij degenen die beweren dat er wel een samenzwering was.
     
    Afwezigheid van ‘bewijs’ is een probleem waar vooral biografen mee worstelen die schrijven over figuren uit de Oudheid, Middeleeuwen of vroegmoderne tijd. Documenten met rechtstreekse informatie over deze personen zijn vaak schaars, zodat de biograaf zijn onderwerp vaak via allerlei omwegen moet benaderen. Dat gold ook voor Sandra Langereis, die met De woordenaar een biografie van de beroemde zestiende-eeuwse Antwerpse drukker Christoffel Plantijn schreef. Hoewel het zakelijk archief van Plantijn (1520-1589), met daarin onder meer 1500 brieven, bewaard is gebleven, blijft zijn persoonlijkheid enigszins schimmig. En dat is jammer, omdat Plantijn niet alleen een uiterst innovatieve en gewiekste zakenman was, maar zich ondanks zijn gebrekkige scholing ook ontwikkelde tot een intellectueel die op voet van gelijkheid omging met de grote geesten van zijn tijd.

    Bovendien moest hij zich staande houden in een tijd waarin de godsdiensttwisten hoog oplaaiden en velen het leven kostten. Plantijn wist zelfs een tijdlang zowel de protestanten in het Noorden van drukwerk te voorzien als de Spanjaarden te vriend te houden, wat een niet-geringe prestatie was. Hoewel je graag dichter op de huid zou kruipen van deze razend slimme, handige en interessante man, biedt Langereis wel een uiterst boeiend inkijkje in het zakelijke, culturele en godsdienstige leven in de Nederlanden in de tweede helft van de zestiende eeuw.

    Over veel negentiende-eeuwers, zeker als ze een behoorlijke opleiding hadden genoten en zakelijk actief waren, is doorgaans aanzienlijk meer informatie voorhanden. Het was dus vrij opmerkelijk dat toen Annejet van der Zijl gevraagd werd de biografie te schrijven van Gerard Heineken, de oprichter van het brouwerijconcern, ze onmiddellijk te horen kreeg dat er van hem slechts één brief en één foto bewaard gebleven waren. Zijn zoon Henry, die de vader was van Freddy Heineken, had na het overlijden van Gerard namelijk grote schoonmaak gehouden vanwege de hardnekkige verhalen dat hij niet het kind van zijn vader was, maar van ‘huisvriend’ Julius Petersen. Zijn moeder zou later ook met Petersen trouwen.

    Doordat er over de hoofdpersoon zo weinig concrete gegevens waren, heeft Van der Zijl in haar Gerard Heineken: De man, de stad en het bier vooral over het middelste thema uit de ondertitel geschreven. In haar bekende, nadrukkelijk literair bedoelde stijl schrijft ze uitgebreid en beeldend over de ingrijpende veranderingen die Amsterdam doormaakte tijdens het leven van Gerard Heineken (1841-1893). Amsterdam veranderde van een onbedaarlijk stinkend en in veel opzichten ingedommeld plaatsje dat vooral droomde van een glorieus verleden in een bruisende, snel groeiende en moderniserende stad met een sterk ontluikend cultureel leven en hevige politieke strijd. Voor wie hiervan nog niet al te veel af weet, en wie geen moeite heeft met zinnen waarin ‘de oude tijd voor de derde keer onbarmhartig zijn tanden zette in het gezin aan de Singel’, is dit een informatief boekje, dat vlot wegleest.
     
    Volstrekt onvergelijkbaar is de biografie van Willem Drees (1886-1988) die Hans Daalder en Jelle Gaemers schreven, en waarvan onlangs het vijfde en laatste deel verscheen. Dat het een kolossaal werk is geworden, van in totaal 2635 bladzijden, heeft uiteraard niet alleen te maken met het feit dat de hoofdpersoon bijna 102 is geworden. Het komt vooral doordat Drees en lange politieke carrière heeft gehad en tien jaar premier van Nederland is geweest, in een periode dat het land moest bijkomen van de Tweede Wereldoorlog, aanvankelijk in Indonesië nog oorlog voerde, en de hedendaagse verzorgingsstaat in de steigers werd gezet.

    In dit laatste deel, Premier en elder statesman, staat dat premierschap centraal, zij het dat in twee andere delen – over de Indonesische ‘nachtmerrie’ en de Greet Hofmans-affaire – al de belangrijkste krenten uit de pap zijn gevist. Niettemin blijft er voldoende over, zoals de sociaal-economische politiek en Drees’ opstelling in de Koude Oorlog, terwijl tot slot nog de dertig jaar na zijn aftreden worden behandeld. Een periode waarin hij al snel vervreemdt van – en uiteindelijk in 1969 breekt met – de Partij van de Arbeid, iets wat buitengewoon pijnlijk was voor iemand die in 1904 lid van de sociaal-democratische beweging was geworden.

    Deze biografie lijkt in veel opzichten op de hoofdpersoon: ze beslaat een grote periode en is buitengewoon degelijk. Dat levert geen meeslepende lectuur op, maar deze vijf delen vormen wel een groots monument voor een groots politicus, en bieden bovendien buitengewoon veel informatie over Nederland gedurende ruim een eeuw.
     
    Was Drees iemand van eenvoudige komaf, die zijn uiteindelijke positie als premier helemaal te danken had aan eigen talent en keihard werken, van de man aan wie de vierde biografie is gewijd hadden we vermoedelijk nooit gehoord als hij niet toevallig als kroonprins geboren was. Koning Willem III (1817-1890) was iemand met middelmatige gaven en een opvliegend en gemakzuchtig karakter. Hij was niet alleen van mindere statuur dan zijn grootvader en vader, maar bovendien had de laatste er, door in 1848 de liberale grondwet van Thorbecke te tekenen, voor gezorgd dat de koning geen echte politieke macht meer had.

         Het heersende beeld van de machteloze, conservatieve, luie, onsympathieke, tamelijk onbeduidende en met exhibitionistische neigingen behepte vorst wordt door biograaf Dik van der Meulen in Koning Willem III niet volledig op zijn kop gezet, maar toch in belangrijke mate genuanceerd. Hij laat zien hoezeer Willem het product was van zijn tijd en zijn opvoeding, en dat er in zijn jeugd van uit werd gegaan dat hij als autocratisch vorst zou heersen over een middelgroot koninkrijk. Nadat België zich had afgescheiden en de macht des konings enorm was ingeperkt, had Willem er eigenlijk helemaal geen zin in om zijn vader op te volgen. Hij zette zich hier echter overheen en heeft een tijdlang wel degelijk geprobeerd iets van zijn baantje maken. Hij zette zich in voor goed onderwijs, de modernisering van de landbouw en de cultuur, terwijl zijn grootste belangstelling het leger gold. Vanwege zijn liefdadigheid en zijn betrokkenheid na enkele watersnoodrampen was hij bij de bevolking behoorlijk populair.

         Door frustraties over zijn geringe macht en als gevolg van zijn wispelturige karakter raakte de lol er na een tijdje wel vanaf, zodat hij zich onbehouwen en ongeïnteresseerd ging gedragen. Historici hebben lang de neiging gehad om het mislukken van zijn huwelijk met de intelligente en ontwikkelde Sophia van Wurtemberg helemaal op zijn conto te schrijven, maar Van der Meulen laat overtuigend zien dat zij ook bepaald niet vrijuit ging en dat ook zij verantwoordelijk was voor de falende opvoeding van hun kinderen.

         Een boek over zo’n grillige en in feite mislukte koning had gemakkelijk kunnen resulteren in een chronique scandaleuse, maar in de evenwichtige en uitstekend geschreven biografie van Van der Meulen komen ook de verdiensten en positieve kanten van Willem III aan de orde. En daarnaast vormt het boek een belangrijke bijdrage aan de geschiedenis van de Nederlandse monarchie in de negentiende eeuw, die met het tegelijkertijd verschijnen van de biografieën van Willem I en Willem II nu eindelijk grondig is geboekstaafd.
     
     
    De Velser affaire
    Bas von Benda-Beckmann
    464 p. Uitgeverij Boom,
    € 24,90
     
    De Woordenaar
    Sandra Langereis
    352 p. Uitgeverij Balans,
    € 29,95
     
    Gerard Heineken: De man, de stad en het bier
    Annejet van der Zijl
    256 p. Querido,
    € 19,95
     
    Premier en elder statesman. De jaren 1948-1988
    Hans Daalder en Jelle Gaemers
    620 p. Uitgeverij Balans,
    € 39,95
    Koning Willem III
    Dik van der Meulen
    700 p. Uitgeverij Boom,
    € 39,90
     



    De Libris Geschiedenis Prijs
     
    De Libris Geschiedenis Prijs is een jaarlijkse prijs voor het beste geschiedenisboek. Oorspronkelijkheid, leesbaarheid en historische degelijkheid zijn de belangrijkste criteria. De prijs is een initiatief van Historisch Nieuwsblad, Libris, het Nederlands Openluchtmuseum, de NTR/VPRO, Rijksmuseum Amsterdam en de Volkskrant, en wordt dit jaar voor de achtste keer uitgereikt. Met deze prijs willen de initiatiefnemers een stimulans geven aan het goede historische boek in Nederland.
     
    Tijdens de Nacht van de Geschiedenis op 18 oktober worden de genomineerden geïnterviewd door jurylid en Volkskrant-redacteur Martin Sommer.
    Op 26 oktober 2013 wordt de Libris Geschiedenis Prijs 2014 uitgereikt door juryvoorzitter Heleen Dupuis tijdens een speciale live-uitzending van het radioprogramma OVT.
     

    Wilt u meer geschiedenisverhalen lezen?

    Ontdek de duizenden verhalen die we voor onze abonnees beschikbaar stellen, lees de nieuwste artikelen uit Historisch Nieuwsblad en ontvang iedere week leestips van de redactie in uw mailbox. Met Historisch Nieuwsblad Online krijgt u altijd de juiste historische context om het nieuws van nu te begrijpen.
    Registreer nu en lees de eerste maand voor slechts 1 euro!

    Al abonnee? Log dan in en lees direct alle geschiedenisverhalen online. Heeft u nog geen account of is uw emailadres niet bij ons geregistreerd? Lees dan hier hoe u verder kunt lezen.

    Word lidInloggen