Tachtigjarige OorlogDe Tachtigjarige Oorlog betekende een belangrijke omwenteling in de Nederlandse geschiedenis. De strijd stond aan de basis van een zelfstandig Nederland. Voordat de Tachtigjarige Oorlog uitbrak viel het gebied dat nu Nederland heet altijd onder het gezag van buitenlandse heersers. Willem van Oranje speelde een belangrijke rol in het verzet tegen de Spanjaarden en wordt om deze reden wel Vader des Vaderlands genoemd. De oorlog heeft veel menselijk leed veroorzaakt en staat zelfs bekend als één van de bloederigste oorlogen die Nederland heeft meegemaakt. De strijd verdeelde de Nederlanden, met name langs de lijnen van religie, maar ook tussen Noord en Zuid. De Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden zouden later nog één keer, tijdens het Verenigd Koninkrijk (1815-1830), samen een staat vormen, maar toen waren de gebieden al te ver uit elkaar gegroeid om een eenheid te vormen. Onrust ![]() Na de Bourgondische periode vielen de Nederlanden vanaf het begin van de zestiende eeuw onder het gezag van het Spaans-Habsburgse koninkrijk. Een andere religie dan het rooms-katholicisme werd door deze dynastie niet geduld. Maar als gevolg van de Reformatie, de beweging die de kerk van binnenuit wilde hervormen, kwam het calvinisme in Nederland tot ontwikkeling. Aanvankelijk vond de leer van Calvijn alleen in de zuidelijke delen aansluiting, maar de stroming verspreidde zich steeds verder naar het noorden. Koning Filips II trad hard op tegen de 'ketters', zoals zijn vader keizer Karel V al deed voor hem. Verschillende groepen in de samenleving begonnen zich te roeren. De hoge adel wilde meer inspraak in het bestuur; de lage adel was bang voor inkomstenderving en reputatieverlies. De geestelijkheid was ontvreden met de kerkelijke herindeling die Filips II doorvoerde, waardoor de Nederlanden één zelfstandige kerkprovincie vormden, bestaande uit drie aartsbisdommen. Een breder deel van de bevolking stoorde zich aan de aanwezigheid van grote aantallen Spaanse soldaten in het land, die steeds meer leken op een bezettingsleger. En ten slotte stoorden velen in de Nederlanden zich in steeds grotere mate aan de geloofsvervolgingen. Oppositie van de adel Filips stelde in 1559 zijn halfzus Margaretha van Parma aan als landvoogdes over de Nederlanden. De hoge edelen stak het dat zij geen inspraak kregen in regeringszaken, terwijl zij wel verantwoordelijkheid droegen voor het landsbestuur. Ze besloten hun kritiek officieel kenbaar te maken. In drie smeekschriften vroegen zij de geloofsvervolgingen te staken, maar zonder resultaat. De halsstarrigheid van de koning wekte nog meer irritaties op bij de hoge adel. Niet in het minst bij Willem van Oranje, de stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht, die in 1564 een niet eerder gehoord pleidooi voor godsdienstvrijheid hield. In de zomer van 1566 wisten hagenpreken - clandestiene protestantse kerkdiensten die in de openlucht plaatsvonden - steeds meer luisteraars te trekken. De Beeldenstorm was het meest tastbare gevolg van de hagenpreken. Rondtrekkende groepen, soms met hulp van lokale bewoners, ontdeden vele katholieke kerken van de in hun ogen ongepaste uiterlijkheden. ![]() De oppositie van de adel tegen de koning en de geloofsonlusten moesten in de ogen van de Spaanse heerser een halt toegeroepen worden. Filips II zond de hertog van Alva naar de Nederlanden, die dacht dat hij de klus in zes maanden zou kunnen klaren. Zijn bewind zou uiteindelijk zes jaar duren en bovendien waren de problemen hierna eerder verergerd dan opgelost. De oorlog breekt uit In 1567 werd een opstand van Geuzen - aanvankelijk een spotnaam voor ontevreden edelen - in Oosterweel bij Antwerpen neergeslagen. Behalve tegen de Geuzen stelden de Spanjaarden hierna ook vervolging in tegen Willem van Oranje. Vanuit zijn stamslot de Dillenburg (in het huidige Duitsland) plande hij met een aantal broers een militaire campagne tegen de Spanjaarden in de Nederlanden. Zijn militaire optreden verantwoorde Willem van Oranje door duidelijk te stellen dat hij niet tegen de koning van Spanje streed, maar dat hij Alva een ongeschikte raadsman achtte. Alva schilderde op zijn beurt Willem af als een ordinaire oproerkraaier. Na enkele overwinningen, maar ook nederlagen, wist Willem van Oranje in de zeventiger jaren van de zestiende eeuw zijn invloed steeds meer uit te breiden. De steun van de Geuzen speelde hierbij een belangrijke rol. Willem van Oranje had de zogenaamde Watergeuzen kaperbrieven verleend, waarmee ze toestemming kregen Spaanse schepen aan te vallen. De Geuzen bleken echter lastig onder controle te houden en zouden om in hun onderhoud te voorzien ook schepen en andere bezittingen van landgenoten veroveren. In 1572, toen Willem van Oranje een nieuwe inval wilde wagen, vond de Geuzenopstand plaats. Deze begon met de inname van Brielle in april. De Geuzen veroverden steeds meer steden en kregen ook van steeds meer steden steun. Zo wisten zij de Opstand te consolideren.Onafhankelijkheidsverklaring De Pacificatie van Gent, een overeenkomst tussen de gewesten van de Nederlanden uit 1576, had tot doel de Nederlanden te verenigen in de strijd tegen Spanje. Het duurde echter niet lang voordat meningsverschillen tussen de gewesten roet in het eten gooiden. Behalve godsdienstige conflicten speelde ook mee dat ieder gewest vooral voor zijn eigen belangen opkwam. De Nederlanden splitsten zich in 1579 met aan de ene kant de Unie van Atrecht (de zuidelijke gewesten Artesië en Henegouwen en de Vlaamse stad Dowaai) en aan de andere kant de Unie van Utrecht (Gelderland, Holland, Zeeland, Utrecht en de Groningse Ommelanden, later de overige noordelijke provincies en diverse steden in Brabant en Vlaanderen). Na deze scheiding volgde in 1581 wat wellicht gezien kan worden als de Nederlandse onafhankelijkheidsverklaring: de Acte van Verlatinghe. Voor het eerst werd Filips II officieel afgezworen als heerser over de Nederlandse provinciën die de Acte ondertekenden. Het gebied had geen vorst, dus de Staten-Generaal gingen op zoek. Al in 1573 was Willem van Oranje op zoek gegaan naar een buitenlandse partner die hem kon steunen in zijn strijd tegen het Spaanse gezag. Engeland, met koningin Elizabeth I op de troon, was eerste keus. Zij twijfelde echter of het verstandig was om zich in een oorlog met Spanje te storten en de onderhandelingen ketsten af. Ook onderhandelingen met Frankrijk waren onsuccesvol. Prins Maurits en Johan van Oldenbarnevelt In 1584 werd Willem van Oranje in het Prinsenhof in Delft vermoord door de Fransman Balthasar Gerards, die op zoek was naar geld en een plaats in de hemel. De Opstand was zijn aanvoerder kwijt. Voor Willem van Oranje was niet direct een opvolger beschikbaar. Zijn oudste zoon zat gevangen in Spanje en zijn tweede zoon, Maurits, was pas zestien jaar. Johan van Oldenbarnevelt, die dankzij zijn werk in diverse Statencommissies veel invloed kreeg in het landsbestuur, pleitte ervoor om de functie van stadhouder toch aan Maurits over te dragen. Op zijn achttiende verjaardag werd hij inderdaad benoemd tot stadhouder van Holland en Zeeland. Van Oldenbarnevelt zelf werd in 1586 landsadvocaat en raadpensionaris van de Staten van Holland.De hertog van Parma, vanaf 1578 landvoogd van de Nederlanden, wist intussen de Vlaamse kuststeden te veroveren. Toen Antwerpen in 1585 viel, was de scheuring van de Nederlanden in een noordelijk en een zuidelijk deel militair bezegeld. Maurits en Van Oldenbarnevelt zochten weer steun bij de Engelse koningin Elizabeth en vroegen haar de soevereiniteit over de Nederlanden te aanvaarden. Zij bleef echter terughoudend in verband met de moeizame relatie met Spanje. Wel stuurde ze de graaf van Leicester naar de Nederlanden om er de militaire verantwoordelijkheid te nemen. Toen de samenwerking weer niet op een succes uitliep, besloten Maurits en Van Oldenbarnevelt geen pogingen meer te ondernemen om een soevereine vorst voor de Nederlanden te vinden. De politieke macht zou bij de Staten-Generaal komen te liggen, waarmee de Verenigde Provinciën geboren waren. Niet eerder werd een land bestuurd zonder vorst. Twaalfjarig Bestand Het laatste decennium van de zestiende eeuw verliep zeer voorspoedig voor de opstandige Nederlanden. Aan de ene kant kwam dat doordat de Spanjaarden hun aandacht en middelen moesten verdelen over verschillende oorlogen, zoals tegen de Turken en Frankrijk, aan de andere kant hadden de opstandelingen veel te danken aan de bekwaamheid van Maurits en Oldenbarnevelt. Niettemin brak er een periode van elf jaar aan, die niet in het bijzonder gunstig voor één van de kampen verliep. In 1609 werd het Twaalfjarig Bestand overeengekomen. Tijdens deze wapenstilstand bleef het evenwel onrustig in de Republiek. Een godsdienstig en politiek conflict tussen remonstranten (gesteund door Oldenbarnevelt) en contraremonstranten (gesteund door Maurits) liep bijna uit op een burgeroorlog. Maurits liet verschillende remonstranten, zoals Hugo de Groot, gevangennemen. Droevig dieptepunt van het conflict was de terechtstelling van Oldenbarnevelt op 29 augustus 1617. Succes voor de Republiek Het Twaalfjarig Bestand eindigde in 1621. Vier jaar later volgde Frederik Hendrik zijn broer Maurits op als stadhouder. Hij zou een succesvol bewind voeren en vooral een indrukwekkende militaire staat van dienst tonen. Doordat hij veel door de vijand bezette steden wist te bevrijden, kreeg hij de bijnaam 'Stedendwinger'. Het grondgebied van de Republiek kreeg onder zijn leiding definitief vorm en het stadhouderschap van de Oranjes werd geconsolideerd. Een factor in het succes van de Republiek aan het begin van de zeventiende eeuw was de verovering van een Spaanse zilvervloot door Piet Hein in 1628. De buit die Piet Hein wist te veroveren was een fortuin waard en werd geïnvesteerd in de oorlog. Tegelijkertijd was Spanje, die de verdiensten uit de goud- en zilveropbrengsten uit Amerika inzette voor de oorlog, dit vermogen kwijt. ![]() Vrede van Münster Voor de Spanjaarden liep de Opstand in de eerste helft van de zeventiende eeuw uit op een tweefrontenoorlog, waarbij zij steeds grotere verliezen leden, zeker tegen Frankrijk. Daarnaast speelde mee dat in grote delen van Europa sinds 1618 de Dertigjarige Oorlog woedde, waarvoor in 1641 een begin gemaakt werd aan de vredesonderhandelingen. De Republiek was geen partij in deze oorlog, maar toch werd besloten ook de Nederlanden bij de onderhandelingen uit te nodigen. Na twee jaar onderhandelen was de Vrede van Munster een feit en werden de Nederlanders in al hun eisen tegemoet gekomen. (tekst: Simone Olsthoorn) Hoofdrolspelers Balthasar Gerards★ 1557 - † 1584 Hij was streng katholiek en beschouwde Willem van Oranje als verrader. Hij is de geschiedenis ingegaan als de moordenaar van Willem van Oranje. Fernando Alvárez de Toledo (Alva)★ 1507 - † 1582 Werd naar aanleiding van de Beeldenstorm aangesteld als landvoogd van de Nederlanden, om er orde op zaken te stellen. Door zijn harde bewind stond hij in de Nederlanden bekend als "IJzeren Hertog". Filips II★ 1527 - † 1598 Koning van Spanje, Napels, Sicilië, de Bourgondische Nederlanden en Portugal. Landsheer van de Noordelijke Nederlanden. De Nederlandse Opstand was tegen zijn starre heerschappij gericht. De provincieën die de Acte van Verlatinghe tekenden, zetten hem af als vorst. Frederik Hendrik★ 1584 - † 1647 Prins van Oranje, volgde zijn vader Maurits op als stadhouder. Stond bekend als de "Stedendwinger", dankzij zijn succesvolle militaire acties. Johan van Oldenbarnevelt★ 1547 - † 1619 Raadpensionaris van de Staten-Generaal, werkte nauw samen met Maurits. Werd geëxecuteerd als gevolg van de veroordeling voor hoogverraad en landverraad.
|