Historisch Nieuwsblad

Parlementaire democratie

1848 was wereldwijd een veelbewogen jaar. Europa stond in het teken van diverse revoluties, onder andere in Parijs, Rome, Pruisen, Wenen en Hongarije. In de Verenigde Staten werd met de eerste vrouwenconferentie het startschot gegeven voor de vrouwenbeweging. Karl Marx publiceerde zijn Communistisch Manifest.

De Nederlandse koning Willem II nam met grote zorg kennis van de ontwikkelingen op het wereldtoneel. Hij probeerde te voorkomen dat in Nederland een revolutie uitbrak, door in te stemmen met de invoering van een nieuwe Grondwet, die zijn macht danig inperkte. Het zou het begin markeren van een modern Nederland met een parlementaire democratie.

Thorbecke
De liberaal Johan Rudolph Thorbecke wordt gezien als de grondlegger van de Grondwet van 1848. Hij was voorzitter van de commissie die de grondwet ontwierp.

Thorbecke en zijn commissie presenteerden in 1844 een eerste voorstel voor een grondwetswijziging, maar deze werd weggestemd. Toen koning Willem II Thorbecke gebood zijn eerdere voorstel alsnog uit te werken, was dat de laatste daad waarmee de koning voorbij ging aan de volksvertegenwoordiging.

De nieuwe Grondwet hield onder andere in dat de ministers verantwoordelijkheid droegen voor wetgeving en beleid, en dat zij werden gecontroleerd door het parlement. De koning bleef staatshoofd, maar stond los van de politieke besluitvorming. Het stemrecht werd uitgebreid en de Tweede Kamer werd voortaan direct gekozen. De Staten-Generaal kregen meer bevoegdheden en diverse wetgevende en controlerende instrumenten. De mogelijkheid van Kamerontbinding werd ingevoerd, evenals het recht van amendement, interpellatie en enquête . Bovendien werd een strikte scheiding tussen kerk en staat vastgelegd, evenals vrijheid van onderwijs, vereniging en drukpers. De ministeriële verantwoordelijkheid werd steeds meer zo uitgelegd, dat de koning geen directe invloed op de politiek mocht uitoefenen.

De grondwetswijziging van 1848 kan met recht een staatsrechtelijke revolutie worden genoemd. Vergeleken met de situatie in de 21e eeuw was de grondwet van Thorbecke echter nog niet democratisch. Thorbecke was dan wel voorstander van het algemeen kiesrecht, hij geloofde ook dat de meeste mensen deze verantwoordelijkheid nog niet zouden kunnen dragen. Alleen mensen die welgesteld waren en dankzij hun bezit konden bewijzen de gewenste 'burgerlijke kwaliteiten' te bezitten, mochten actief of passief deelnemen aan de politiek. In de praktijk zou in het midden van de negentiende eeuw nog geen drie procent van de bevolking voldoen aan deze eisen.

Oude Tweede Kamer

Tot 1917 gold in Nederland de combinatie van een meerderheidsstelsel en een districtenstelsel. Om gekozen te worden was een absolute meerderheid van de stemmen binnen een district een vereiste.

Het politieke bedrijf
Hoewel parlementaire instrumenten als het recht van amendement, interpellatie en enquête in de nieuwe grondwet waren vastgelegd, was het praktische gebruik ervan nog nergens uitgelegd. Al doende vormden zich de geschreven en ongeschreven regels zoals wij die nu nog herkennen in de Tweede Kamer, die zichzelf in de jaren na 1848 langzamerhand zou uitvinden. Thorbecke, die immers de 'bedenker' was van de grondwet, speelde ook hier een voorname rol in.

Gaandeweg ontstond een verschil tussen links (liberaal en radicaal) en rechts (confessioneel en conservatief). Politieke partijen bestonden nog niet. Politiek werd bedreven door met name notabelen, die niet zichzelf of een groep in de samenleving vertegenwoordigden, maar het algemeen belang dienden. In 1879 kwam hierin verandering, toen op instigatie van Abraham Kuyper de eerste politieke partij werd opgericht: de Anti-Revolutionaire Partij (ARP). Deze partij vertegenwoordigde het gereformeerde deel van de bevolking. Het zou niet lang duren of de katholieken stichtten een eigen partij. Door de industrialisatie was er bovendien een grote nieuwe groep ontstaan: de fabrieksarbeiders. Hiervoor ontstonden aan het begin van de twintigste eeuw socialistische partijen.

Kiesrecht en schoolstrijd
Doordat al deze nieuwe groepen zich gingen roeren in de samenleving en zich bovendien vertegenwoordigd zagen in de diverse politieke partijen, groeide ook de wens om het algemeen kiesrecht in te voeren. Voor mannen gebeurde dit in 1917, maar hiermee was er echter nog steeds geen sprake van algemeen kiesrecht. Vanuit alle lagen van de bevolking kon dan wel gestemd worden, maar alleen door mannen.

Met de strijd om algemeen kiesrecht was een andere belangrijke strijd gelijk opgegaan: de schoolstrijd. Gedreven door de nieuwe, op religie gestoelde partijen werd bedongen dat het bijzonder onderwijs evenveel subsidie zou ontvangen als het openbaar onderwijs. De christelijke partijen verschilden onderling op veel gebieden, maar wat de vrijheid van onderwijs betreft vormden ze een blok. Hier tegenover stonden de liberalen en socialisten, die juist het openbaar onderwijs fel verdedigden. Voor hun grondwetswijziging die algemeen mannenkiesrecht zou bewerkstelligen hadden ze echter steun van een deel van de christelijke partijen nodig. Zo kon het gebeuren dat in ruil voor het algemeen mannenkiesrecht, het bijzonder onderwijs grondwettelijk gelijk werd gesteld aan het openbaar onderwijs. Dit dubbelbesluit staat bekend als de Pacificatie.

Inmiddels was er wereldwijd een vrouwenbeweging opgekomen, die in Nederland gestalte kreeg in de persoon van Aletta Jacobs. In 1894 had zij samen met Wilhelmina Drucker de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht opgericht. Tegelijk met het onvoorwaardelijk kiesrecht van mannen kregen vrouwen passief kiesrecht. Hiermee konden vrouwen wel gekozen worden, maar nog niet stemmen. Het actief vrouwenstemrecht werd in 1919 ingevoerd, maar pas vanaf 1922 krijgen vrouwen automatisch een stembriefje in de bus. In dat jaar werd het actief vrouwenkiesrecht opgenomen in de Grondwet. (tekst: Simone Olsthoorn)
 
 

Hoofdrolspelers


Abraham Kuyper
★ 1837 - † 1920
Oprichter van de ARP, de eerste politieke partij van Nederland, stichter van de Vrije Universiteit Amsterdam, van 1901-1905 minister-president van Nederland. 

Aletta Jacobs
★ 1854 - † 1929
De eerste vrouw die toehoorster mocht zijn aan de HBS, de eerste vrouw die zich mocht inschrijven aan een universiteit, de eerste vrouwelijke arts en de eerste vrouwelijke promovenda. Beroemd om haar aandeel in de vrouwenemancipatie en met name voor haar inzet voor de invoering van het vrouwenkiesrecht.

Ferdinand Domela Nieuwenhuis
★ 1846 - † 1919
Oprichter van het tijdschrift De Vrije Socialist. Secretaris van de Sociaal-Democratische Bond. Staat bekend als één van de grondleggers van het socialisme in Nederland. 

Gijsbert Karel van Hogendorp
★ 1762 - † 1834
Maakte deel uit van het driemanschap en was één van de opstellers van de grondwetten van 1814 en 1815. 

Herman Schaepman
★ 1844 - † 1903
Eén van de eerste katholieken in het parlement, op basis van zijn partijprogramma uit 1903 werd in 1904 de eerste katholieke politieke partij opgericht. Beroemd om zijn aandeel in de emancipatie van de katholieken in Nederland. 


Meer weten

Nieuws

Artikelen

 

Links

Parlement en politiek
Alle politici, partijen en kabinetten vanaf 1848

Briefwisseling van Thorbecke
Online correspondentiearchief

Tweede Kamer
De geschiedenis van het Nederlandse parlement

ProDemos
Het Huis voor Democratie en Rechtsstaat

Chronologie

1839
Eerste druk van Thorbeckes Aantekening op de Grondwet

1844
Thorbecke en zijn commissie presenteren hun voorstel tot grondwetherziening aan de Tweede Kamer

1848
Op 3 november wordt onder leiding van Thorbecke de nieuwe grondwet ingevoerd. Het maakt een einde aan de persoonlijke regeermacht van de koning en voert de ministeriële verantwoordelijkheid in. Nederland is vanaf nu een constitutionele monarchie

1849
Willem III volgt zijn plotseling overleden vader Willem II op

1869
Het socialisme krijgt gestalte in Nederland met de oprichting van het Nederlandsch Werklieden-Verbond. Het liberale Algemeen Nederlandsch Werkliedenverbond wordt als reactie opgericht in 1871 en in 1876 het streng-christelijke Nederlandsch Werkliedenverbond Patrimonium

1871
Aletta Jacobs, die een jaar eerder als eerste vrouw wordt toegelaten aan een HBS, wordt nu toegelaten als medicijnenstudente aan de Rijksuniversiteit Groningen

1874
Het Kinderwetje van Houten wordt ingevoerd. De wet moest een einde maken aan kinderarbeid, maar dit gebeurde pas echt in 1900, toen de leerplicht werd ingesteld

1879
Abraham Kuyper richt de Anti-Revolutionaire Partij op, de eerste landelijke partij

1894
Aletta Jacobs richt samen met Wilhelmina Drucker de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht (VvVK) op, met als doel het algemeen vrouwenkiesrecht te bewerkstelligen

1917
Pacificatie: links kreeg algemeen kiesrecht, rechts kreeg overheidssubsidie voor het bijzonder onderwijs, en gezamenlijk kon men vervolgens gaan beginnen aan de opbouw van de sociale zekerheid

1919
Initiatiefwet voor actief vrouwenkiesrecht aangenomen

1922
Dankzij een grondwetswijziging kunnen vrouwen voor het eerst stemmen
 

Login

Zoek

Deze maand

Geschiedenis 24