Historisch Nieuwsblad

Nederlands-Indië

De Indische archipel was van groot belang voor de welvaart in Nederland en voor het aanzien van het land in de wereld. Het laatste speelde vooral vanaf de negentiende eeuw, toen men het gevoel had internationaal gezien geen land van betekenis te kunnen zijn zonder koloniën.
 
De Indische Archipel is van groot belang geweest voor de welvaart van Nederland en voor het aanzien in de wereld

Vanaf begin zeventiende eeuw boekten Hollandse en Zeeuwse handelaren grote winsten met de specerijenhandel op de Molukken, maar ook met de handel in zilver en zijde. Tot 1799 werd de Indische archipel bestuurd door de VOC, in feite dus door particuliere ondernemers. Toen de VOC in 1798 failliet ging, werd de inboedel overgedaan aan de Nederlandse staat. Nadat de Engelsen tijdens de Franse tijd kort de macht in het gebied hadden overgenomen, werd Nederland in de negentiende eeuw een koloniale macht.

Bij een bufferstaat hoort een koloniaal rijk
Gouverneur-generaal Herman Willem Daendels, onder andere verantwoordelijk voor de aanleg van de Grote Postweg op JavaOnder Lodewijk Napoleon werd Herman Daendels in 1807 aangesteld als gouverneur-generaal van Nederlands-Indië en hij stelde zich duidelijk anders op dan zijn voorgangers van de VOC. Hij gedroeg zich op Java niet als koopman, maar als autoritair leider. Daendels wist zijn stempel te drukken op het gebied, met name doordat hij de Grote Postweg liet aanleggen. Deze kostte veel mensen het leven, maar werd ook gezien als belangrijke ontwikkeling voor het gebied.

Toen het Koninkrijk Holland werd geannexeerd door het Franse keizerrijk, moest het Nederlands bestuur in Indië zich gewonnen geven aan de legermacht van de Engelsen onder leiding van Raffles. Tijdgenoten dachten dat hiermee een einde was gekomen aan een periode van drie eeuwen van Nederlands gezag, maar niets bleek minder waar. Slechts enkele jaren later gaven de Britten het gebied alweer terug aan Nederland, dat hiermee een koloniale macht werd, met een groot overzees grondgebied. De gouverneur-generaal in Nederlands-Indië - zoals het gebied toen officieel ging heten - vertegenwoordigde de Nederlandse vorst.

De nieuwe gouverneur-generaal, Godert van der Capellen, probeerde het vertrouwen te winnen van de inheemse elite, maar hij kon het uitbreken van de Java-oorlog in 1825 niet voorkomen. Onder leiding van de nationalistische leider Pangeran Diponegoro kwamen op Java grote groepen in opstand en begon een bloedige strijd die vijf jaar zou duren. Uiteindelijk kregen de Nederlanders bijna volledige heerschappij over Java. In andere gebieden werd niet voor een direct bestuur gekozen, maar bleven de Nederlanders samenwerken met de lokale vorsten.

Cultuurstelsel en ethische politiek
Van 1830 tot 1870 hanteerden de Nederlanders het zeer lucratieve cultuurstelsel in Indië. De inheemse bevolking moest gewassen verbouwen die de overheerser winst opleverden. Architect van het systeem was Johannes van den Bosch, die in het stelsel van geforceerde landarbeid de enige oplossing voor het verlieslijdende Indië zag. De 'inlanders' moesten - ten koste van hun eigen voedselproductie - op 20 procent van hun landbouwgrond producten verbouwen voor de Europese markt, waar ze door de Nederlandsche Handel-Maatschappij (opgericht door Willem I) verkocht werden.
Het boek dat Eduard Douwes Dekker onder zijn pseudoniem Multatuli schreef, was van grote invloed op de beweging voor afschaffing van het cultuurstelsel
Het misbruik dat de inheemse bevolking door het cultuurstelsel onderging, werd aan de kaak gesteld door Tweede Kamerlid Baron van Hoëvell, maar zijn goede kennis Eduard Douwes Dekker heeft een meer voorname plaats in het collectief geheugen ingenomen. Onder het pseudoniem Multatuli schreef hij Max Havelaar, waarin hij kritiek uitte op de uitbuiting van de bevolking door de inlandse vorsten. Het werk werd opgevat als een aanklacht tegen het cultuurstelsel en zou een grote rol spelen in de discussie over de afschaffing ervan. De belangrijkste argumenten van de voorvechters van afschaffing waren de benarde situatie van de inheemse bevolking, maar ook het feit dat Nederlands-Indië niet voldoende toegankelijk was voor particuliere ondernemers.

Het systeem zou echter niet zonder slag of stoot worden opgegeven, het batig slot (de winst uit Nederlands-Indië die ten goede kwam aan de Nederlandse schatkist) was van essentieel belang voor een sluitende Nederlandse begroting. Wel werd een zogenaamde 'ethische politiek' ingevoerd. Doelstelling hiervan was de koloniale bevolking op te voeden en voor te bereiden op politieke en economische zelfstandigheid. De opvatting dat de inlandse bevolking inferieur was, als een groep kinderen die opgevoed diende te worden, speelde hierbij een rol. Door middel van een intensiever Nederlands bestuur, dat aandacht zou besteden aan onderwijs en gezondheidszorg, zou het armoedepeil moeten dalen en een zelfbesturend Indië (zij het onder Nederlandse kroon) moeten ontstaan.

Na de opheffing van het cultuurstelsel moesten de Nederlanders een andere manier bedenken, hoe zij de winstgevendheid van hun kolonie konden voortzetten. Hiervoor werd een verkapte vorm van slavernij bedacht, die later bezegeld werd met de koelieordonnantie in 1880. De landbouw was na de afschaffing van het cultuurstelsel vrijgegeven voor private ondernemers en er zouden zich dan ook veel planters vestigen in de Oost. Zij hadden mankracht nodig om de plantages te bewerken en huurden hiervoor veelal koelies in: werknemers uit Java en China. De ordonnantie vergrootte de macht van de planters over hun werknemers - en deze macht was al niet gering. Hoewel de constructie enige weerstand ondervond in Nederland, werden de laatste koelieordonnanties pas in 1941 ingetrokken.

Van Heutz en de Atjehoorlog
In de laatste decennia van de negentiende eeuw kwam in heel Europa een sterke imperialistische stroming op. Ook Nederland ging hierin mee, door het gezag in Nederlands-Indië steeds sterker te doen gelden. Autonoom optreden van inheemse vorsten werd niet geduld en om de vorsten in het gareel te houden werden 'tuchtingsexpedities' georganiseerd. Een uitwas van het imperialisme werd de Atjehoorlog.

Dankzij de aanleg van het Suezkanaal - waar in 1869 het eerste schip doorheen voer - werd de reis naar Azië voordeliger en dus aantrekkelijker. De nieuwe route liep langs het sultanaat Atjeh op de noordpunt van Sumatra, waardoor het gebied van belang werd voor de Europese mogendheden. Nederland wilde Atjeh inlijven bij Nederlands-Indië om zo baas te blijven in de hele archipel. Nederland dacht Atjeh onder controle te hebben, maar de troepen werden onverwacht overvallen door Indische opstandelingen. Het feit dat hierbij 97 Nederlanders omkwamen, zette veel kwaad bloed bij het thuisfront. In Nederland was dan ook geen sympathie voor de 2000 doden die vielen onder de bevolking van Atjeh bij represailles van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). Toen luitenant-generaal J.B. van Heutz in 1898 gouverneur van Atjeh werd, voerde hij een andere strategie, namelijk actieve en agressieve contra-guerrilla.

Generaal Van Heutz bij de bestorming van Batoe Iliq in 1901

Van Heutz' rechterhand was arabist en islamoloog Snouck Hurgronje. Het was mede dankzij diens adviezen, dat Van Heutz het tij in de Atjehoorlog in zijn voordeel kon doen keren. Hurgronje had een verlicht koloniaal bewind op Atjeh voor ogen, waar echter niets van terecht zou komen. Hij keerde in 1906 teleurgesteld terug naar Nederland, waar hij zich wijdde aan de wetenschap.

Van Heutz was tijdens zijn bezoek aan Nederland in 1904 door juichende menigtes als held ontvangen. Het gevoel van nationalisme dat zich van Nederland meester had gemaakt, zorgde ervoor dat het leed dat de lokale bevolking in Indië had ondervonden er niet toe leek te doen. Als dank voor zijn daden werd Van Heutz tot gouverneur-generaal van Nederlands-Indië benoemd.

1942-1949
Nederlands-Indië werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door Japan bezet, nadat de Nederlandse strijdkrachten er op 8 maart 1942 capituleerden. De Nederlanders werden in Japanse kampen geïnterneerd.

Ex-geïnterneerden in het kamp Mater Dolorosa in Meester Cornelis te Batavia, enkele weken na de capitulatie van JapanDe Indonesische nationalistische beweging, die al langer sluimerde in Indië, werd tijdens de oorlog sterker. Hoewel Japan een verbonden Oost-Azië voor ogen had en dus niet positief tegenover een onafhankelijk Indonesië stond, steunde het de Indische nationalisten - uit opportunisme - toch. Maar Japan kwam als verliezer uit de oorlog, en nadat het land capituleerde riepen Indische nationalisten onder leiding van Soekarno en Hatta de Republik Indonesia uit, die heel Nederlands-Indië zou moeten omvatten. Nederland kon hier niet direct op reageren, omdat bestuurders gevlucht waren, of geïnterneerd waren geweest. De Bersiap-periode brak aan, die werd gekenmerkt door geweld, chaos en anarchie. Nederlandse ex-geïnterneerden waren hun leven buiten de kampen niet zeker. Radicale Indonesische nationalisten pleegden aanslagen en er vonden ontvoeringen en moorden plaats. Honderden Indische Nederlanders kwamen om, tienduizenden werden (opnieuw) geïnterneerd.

In 1947 en 1948 volgden van Nederlandse zijde twee Politionele Acties: militaire operaties waarmee de regie in Indië teruggewonnen moest worden. Nederland stemde in met gedeeltelijke dekolonisatie, maar wel op de eigen voorwaarden en op het door Nederland aangegeven tempo.

De Nederlandse troepenmacht bedroeg tijdens de Politionele Acties meer dan 100.000 manschappen. Van een beperkte actie, zoals de Nederlandse regering het omschreef, was dus geen sprake. Aan Nederlandse zijde stierven ongeveer 5000 militairen, onder de Indonesiërs vielen naar schatting ongeveer 100.000 doden. In 1949 werd een commissie opgericht, die 'de aard en de omvang van de gepleegde excessen en de maatregelen die daartegen genomen zijn' moest onderzoeken. Maar pas toen de interesse van enkele media eind jaren zestig voor het onderwerp gewekt was, kwam het onderzoek echt op gang. In 1969 verscheen een Excessennota. Tot een parlementaire enquête kwam het niet, waardoor de vraag of er sprake was geweest van incidenten of van een structureel beleid, niet werd beantwoord .

Het Nederlandse optreden in Indonesië wekte internationaal verontwaardiging en kwam Den Haag op een veroordeling door de Verenigde Naties te staan. Na vier jaar van heftige strijd gaf de Nederlandse regering zich gewonnen en werd een akkoord gesloten met de Republiek Indonesië. In 1949 vond de soevereiniteitsoverdracht plaats, waarmee Nederland nog probeerde enkele belangen veilig te stellen. De macht was inmiddels echter zodanig afgenomen, dat Indonesië het zich kon veroorloven de overeenkomst grotendeels te negeren. Alleen het westen van Nieuw-Guinea bleef nog tot 1962 een overzees gebiedsdeel van Nederland. Onder druk van de internationale gemeenschap en door de dreiging van een oorlog met Indonesië droeg Nederland Nieuw-Guinea over aan Indonesië.

Wederzijdse invloed
Nederlands-Indië was van groot economisch en internationaal belang voor Nederland. De hechte band met de archipel heeft dan ook zijn sporen nagelaten. Indische producten zijn volledig ingeburgerd, er zijn Indische buurten ontstaan, waar de straatnamen vernoemd zijn naar de verschillende eilanden. Er heeft een grootschalige migratie van Indische Nederlanders plaatsgevonden.

Aan de andere kant hebben de Nederlanders ook hun stempel op het eilandenrijk gezet. Zij hebben bijvoorbeeld een grote invloed gehad op de infrastructuur, door verharde wegen en spoorlijnen aan te leggen, maar ook door banken op te richten. Later zorgden de telegraaf en elektriciteit voor nieuwe mijlpalen. Niet alleen de Nederlandse overheerser had baat bij deze ontwikkelingen, ook Indische boeren en handelaren wisten er handig gebruik van te maken. Is zou de moderne eenheidsstaat Indonesië in de cultureel en etnisch diverse archipel ondenkbaar zijn geweest zonder de Nederlandse veroveringszucht. (tekst: Simone Olsthoorn)

Hoofdrolspelers


Eduard Douwes Dekker (Multatuli)
★ 1820 - † 1887
Werkte als ambtenaar in Nederlands-Indië. Verwierf wereldwijde bekendheid door zijn roman Max Havelaar, die werd opgevat als aanklacht tegen de omstandigheden in Nederlands-Indië.

Generaal Spoor
★ 12 januari 1902 - † 25 mei 1949
Simon Spoor, beter bekend als Generaal Spoor, was generaal en commandant in het Nederlands-Indische leger. Hij voerde het commando over verschillende acties tegen Indische nationalisten, waaronder de politionele acties.

Godert van der Capellen
★ 1778 - † 1848
Nam in 1816 het bestuur als gouverneur-generaal over van Raffles. Hij wilde het vertrouwen winnen van de inheemse elite, maar onder zijn bestuur brak toch een grote nationalistische opstand uit op Java. 

Henri Deterding
★ 19 april 1866 - † 4 februari 1939
Henri Deterding was ondernemer in olie. In 1900 kreeg hij van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij de leiding over de exploitatie van petroleumbronnen in Nederlands-Indië.



Herman Willem Daendels
★ 1762 - † 1818
Belangrijk Nederlands patriot en militair, richtte het Bataafs Legioen op. Van 1807 tot 1810 was hij gouverneur-generaal van Nederlands-Indië en nam hij het initiatief tot de bouw van de Grote Postweg.


Meer weten

Nieuws

Artikelen

 

Links

Tweede Wereldoorlog
Strijd en Japanse bezetting in Indië

Indiëgangers
Boten en passagierslijsten

Foto's
Collectie Geheugen van Nederland

Jappenkampen
Site van NPS-serie De Oorlog

Dekolonisatieoorlog
Site van ministerie van Defensie


Chronologie

1595
Nederlandse koopvaarders bereiken voor het eerst het huidige Indonesië

1619
Batavia, hoofdstad van Nederlands-Indië, gesticht

1798
Het beheer van Indië komt in handen van de Bataafse Republiek

1807
Daendels wordt voor het Koninkrijk Holland onder Lodewijk Napoleon gouverneur-generaal van Nederlands-Indië

1807-1808
Aanleg van de Grote Postweg

1811
De Britten veroveren Nederlands-Indië, Raffles wordt gouverneur-generaal

1825
Opstanden onder leiding van Diponegoro door Nederlanders neergeslagen

1830-1870
Cultuurstelsel

1860
Publicatie Max Havelaar

1870
Invoering Agrarische Wet en Suikerwet, particuliere bedrijven konden zich in Indië vestigen

1873-1904
Atjeh-oorlog, met name door het harde optreden van Van Heutz eindigt de oorlog in een overwinning voor Nederland

1895
Ethische politiek wordt leidraad beleid in Indië

1916
Instelling van de Volksraad, adviesorgaan voor de gouverneur-generaal

1942
Japan valt Nederlands-Indië binnen

1945-1946
Bersiaptijd

1947
Operatie Product, eerste van de politionele acties

1948
De tweede politionele actie begint, maar wordt op bevel van de VN Veiligheidsraad gestaakt

27 december 1949
De Akte van Soevereiniteitsoverdracht getekend

1960
Nederland stuurt een legermacht naar Nieuw-Guinea

1962
Nieuw-Guinea wordt de facto overgedragen aan Indonesië

Login

Zoek

Deze maand

Geschiedenis 24