Historisch Nieuwsblad

Crisisjaren '30

Tijdens het Interbellum kreeg de wereldeconomie te kampen met een hardnekkige economische crisis. In Nederland wordt deze periode van stagnatie, grote werkloosheid en armoede meestal aangeduid als de Grote Depressie. Directe aanleiding voor de depressie in de jaren dertig was de beurskrach op Wall Street in 1929, waar hoge verwachtingen eind jaren twintig hadden geleid tot risicovolle speculaties.

Nederland werd pas twee jaar later getroffen, maar de economische malaise zou hier wel langer voortslepen dan in de rest van de wereld. Deze lange duur was voornamelijk het gevolg van de conservatieve economische en monetaire politiek onder minister-president Hendrik Colijn. De conservatieve aard van de Nederlandse politiek werd mede ingegeven door het feit dat Nederland buiten de Eerste Wereldoorlog was gebleven. Allerlei moderniseringen - zoals loonarbeid van gehuwde vrouwen - hadden hierdoor in Nederland nog geen wortel geschoten.

Werkloosheid
De Nederlandse economie stortte niet direct in na de beurskrach op Wall Street. De aandelenkoersen op de Amsterdamse beurs daalden wel al en de export en prijzen van landbouwproducten eveneens. Maar omdat de consumptie-uitgaven en de overheidsinvesteringen nog flink stegen in 1930, leek de Nederlandse economie als geheel nog niet in zwaar weer te verkeren. Het tij zou keren in 1931. De andere landen, handelspartners van Nederland, hadden met het licht op de depressie in eigen land protectionistische muren opgebouwd. Het gevolg was dat de Nederlandse export fiks daalde. Toen de Britten daarnaast de pond devalueerden, begon de crisis in Nederland pas echt.

Terwijl de werkloosheid in eerdere jaren nog was afgenomen, nam deze in 1931 juist toe. Een veeg teken voor wat Nederland de komende jaren nog te wachten stond, namelijk een continue stijging van het aantal werklozen. In 1931 stonden 144.000 mannen geregistreerd als werkloos, ruim 100.000 meer dan in 1929. Op het hoogtepunt van de crisis, in 1935-1936 waren volgens de cijfers meer dan 500.000 mensen werkloos, bijna een kwart van de beroepsbevolking.

De belabberde economische toestand en vooral de ermee gepaard gaande langdurige werkloosheid hadden een desastreuze uitwerking op het moreel van veel Nederlanders. De financiële steun die de werklozen kregen was minimaal, bovendien moesten ze tweemaal per dag een stempel halen om te bewijzen dat ze niet zwart werkten. Deze maatregelen vormden - samen met onder andere de gedwongen werkverschaffing en het fietsplaatje - vernederingen die voor veel mensen maar moeilijk te dragen waren.

ColijnHet conservatieve beleid van Hendrik Colijn was mede verantwoordelijk voor de lange duur van de depressie in Nederland
ARP-politicus en meervoudig minister-president Hendrik Colijn was van mening dat de welvaart van de geïndustrialiseerde landen in de twintiger jaren kunstmatig was. Hij pleitte voor een terugkeer naar het welvaartsniveau van voor de Eerste Wereldoorlog. In plaats van de gulden te devalueren, voerde hij een 'aanpassingspolitiek' in, bestaande uit een verlaging van lonen en prijzen. Andere landen hadden de economische situatie fors weten te verbeteren na devaluatie van hun valuta, omdat de export hiermee weer op gang kwam. Colijn hield echter verbeten vast aan de gouden standaard - de koppeling van de waarde van de gulden aan het goud.

In de meeste geïndustrialiseerde landen trok de economie vanaf 1933 alweer aan, maar het zou nog tot 1936 duren voordat Nederland het dieptepunt van de depressie bereikte. Pas toen de gulden gedevalueerd werd, kon de Nederlandse economie weer aansluiting vinden bij de internationale conjunctuur en kon de economie langzaam herstellen.

Politieke crisis
Naast een economische crisis was er in Nederland ook sprake van een politieke crisis, waarbij de parlementaire democratie ter discussie werd gesteld. Aan de ene kant omdat aan de verkiezingen in 1933 maar liefst 54 partijen deelnamen, aan de andere kant omdat de regering de economische crisis niet op leek te kunnen lossen. Extremistische partijen spinden garen bij de crisisstemming. Dat gold voor extreem-linkse groeperingen zoals de Communistische Partij van Holland (CPH) en voor extreem-rechtse zoals de Nationaal Socialistische Beweging (NSB).

Ter rechterzijde bestond angst voor het 'rode gevaar'. Veel partijen voerden campagne voor versterking van 'het gezag'. De angstgevoelens bereikten een hoogtepunt, toen begin februari 1933 muiterij uitbrak op het marineschip De Zeven Provinciën, dat zich in Indische wateren bevond. De muiterij was het gevolg van een regeringsbesluit om de salarissen van het marinepersoneel te korten. Na een week werd de opstand beëindigd door een luchtaanval, waarbij het schip gebombardeerd werd en drieëntwintig mensen omkwamen. De muiterij blies wind in de zeilen van een nieuwe politieke beweging: het Verbond voor Nationaal Herstel onder leiding van generaal Sneijders. Het Verbond kreeg enkele zetels in het parlement.

De belangrijkste extreemrechtse partij van de jaren dertig was de NSB. Bij de provinciale-statenverkiezingen van 1935 won de partij van Anton Mussert bijna 8 procent van de stemmen. Twee jaar later was zijn aanhang echter alweer gehalveerd. De NSB oriënteerde zich in toenemende mate op de politiek van Adolf Hitler in Duitsland.

Dat fascisme en communisme geen werkelijke bedreiging vormden voor de Nederlandse democratie, was te danken aan de eensgezinde afwijzing door de middenpartijen. De Sociaal-Democratische Arbeiderspartij zwoer definitief de revolutie af.  Ook kwam de SDAP met een alternatieve oplossing voor de economische depressie. In 1935 presenteerde de partij een Plan van de Arbeid. De sociaal-democraten pleitten voor conjunctuurstimulerende overheidsuitgaven, bijvoorbeeld door het laten uitvoeren van grote publieke werken. Hoewel de andere partijen in eerste instantie niet veel voelden voor het Plan, mocht de SDAP in 1939 voor het eerst deelnemen aan de regering.

Positieve gevolgen
Het feit dat de import en zeker de export in de eerste helft van de dertiger jaren sterk afnamen, had niet tot gevolg dat alle ondernemingen een halt toeriepen aan hun internationale activiteiten. Diverse bedrijven  richtten filialen in het buitenland op, om zodoende de tariefmuren te ontlopen. Bovendien groeide het aantal Nederlandse investeringen in buitenlandse ondernemingen, wat de werkloosheid in eigen land niet oploste, maar wel de positie van het Nederlandse bedrijfsleven versterkte.

Niet alleen internationaal nam de Nederlandse bedrijvigheid een hoge vlucht. Nationaal nam de arbeidsproductiviteit toe als gevolg van investeringen in moderne productiemethoden, zoals de lopende band en andere vormen van mechanisatie. Hoewel ook deze ontwikkeling in eerste instantie een versterkende werking had op de werkloosheid, verstevigde zij uiteindelijk de internationale concurrentiepositie van de Nederlandse industrie. Herman de Jong, hoogleraar economische wetenschappen in Groningen, zegt in een interview in Historisch Nieuwsblad 3/2002: 'Een van de verrassende uitkomsten van mijn onderzoek is dat er een heel ander beeld ontstaat van de jaren dertig. Doorgaans denken we aan rampspoed, zeer grote werkloosheid en grote problemen om de economie aan de gang te houden. Die werkloosheid is natuurlijk vreselijk, maar daar staat tegenover dat fabrieken nieuwe wegen inslaan en moderniseren.'

Er was onder ondernemers een grote behoefte ontstaan om 'modern' te zijn. Die uitte zich niet alleen in het productieproces, maar ook in de bedrijfsvoering. Ten eerste kwam de nadruk te liggen op het vakmanschap van managers en directie, terwijl topfuncties eerder vanzelfsprekend voorbehouden waren aan familieleden van de bedrijfsleiding. In deze tijd vond ook de opkomst van adviesbureaus en zelfstandig adviseurs plaats. Voorts investeerden bedrijven steeds meer in wat nu Research and Development genoemd zou worden. Grote bedrijven investeerden in eigen laboratoria, maar de industriële kennisverwerving werd bovendien geïnstitutionaliseerd met organisaties als TNO. (tekst: Simone Olsthoorn)

Hoofdrolspelers


Horace Hugo Alexander van Gybland Oosterhoff
★ 1887 - † 1937
Deze conservatieve en nationalistische Indoloog speelde een belangrijke rol in de lange voorbereiding die vooraf ging aan de oprichting van het Verbond voor Nationaal Herstel (VNH).  

Anton Mussert
★ 1894 - † 1946
Oprichter en leider van de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB). Verwelkomde de Duitse bezetting omdat hij hoopte op een zelfstandig Nederland onder zijn leiding, maar werd door de Duitsers slechts gebruikt. 

Cornelis Lely
★ 1854 - † 1929
Ingenieur en politicus. Al end negentiende eeuw presenteerde hij een plan om de Zuiderzee af te sluiten en in 1932 was de aflsuiting van de zee een feit en ontstond het IJsselmeer.  

Hein Vos
★ 1903 - † 1972
Econoom en politicus. Ontwierp samen met Jan Tinbergen het Plan van de Arbeid. Was minister in de eerste kabinetten na de oorlog. Als één van de weinigen uit zijn tijd openlijk homoseksueel. 

Hendrik Colijn
★ 1869 - † 1944
Minister-president van vijf kabinetten. Later is hij bekritiseerd om zijn conservatieve politiek. Van zijn toespraak ga maar rustig slapen van 1936 wordt vaak gedacht dat deze aan de vooravond van de oorlog uitgesproken was. 


Meer weten

Nieuws

Artikelen

 

Links

Amsterdamse Bosplan
Werkverschaffing voor stempelaars

Arbeidersbeweging
Biografisch woordenboek

Conjunctuur in het Interbellum
De cijfers van het CBS

Industrieel erfgoed
Site van de landelijke federatie FIEN

Chronologie

1925
Colijn stelt gouden standaard in

24 oktober 1929
Eerste dramatische koersval op Wall Street in New York

1932
Sluiting van de Afsluitdijk

1933
Muiterij op marineschip De Zeven Provinciën

juli 1934
Jordaanoproer

1935
NSB haalt 8% bij de Provinciale Statenverkiezingen
SDAP lanceert Plan van de Arbeid

1936
11 maart
Colijn maant de bevolking tot 'rustig slapen', nadat hij in verband met de Duitse herbezetting van het Rijnland de voormobilisatie heeft afgekondigd

26 september
Gouden standaard wordt losgelaten

1937
Tijdens de Tweede Kamerverkiezingen haalt de NSB niet meer dan 4% van de stemmen

1939
De SDAP neemt zitting in een noodkabinet onder leiding van Dirk de Geer (CHU) 

Login

Zoek

Deze maand

Geschiedenis 24