Bourgondische TijdDe Franse prins Filips de Stoute (1342-1404), van het huis van Valois, luidde met zijn komst in de Nederlanden de Bourgondische Tijd in. Langzaam maakte hij een begin aan de samenvoeging van het gebied, dat voorheen bestond uit een lappendeken van verschillende bestuurlijke eenheden. Vooral onder zijn kleinzoon Filips de Goede (1396-1467) zou de unificatie gestalte krijgen.Filips de Stoute Filips II kreeg de bijnaam 'de Stoute' dankzij zijn heldhaftige optreden tijdens de Honderdjarige Oorlog. Door zijn moed speelde hij zich in de kijker bij zijn vader, koning Jan II van Frankrijk, die hem het hertogdom Bourgondië in leen gaf. Een veelzeggend gebaar, aangezien Filips zijn jongste zoon was.Filips de Stoute was een ambitieus man, die zijn gebied graag uit wilde breiden. Hij koos ervoor dit via een vreedzame manier te bereiken en trouwde zeer strategisch met Margaretha van Male. Zij was de erfdochter van Lodewijk van Male, graaf van Vlaanderen, Rethel, Nevers, Artesië en Franche-Comté. Vooral Vlaanderen was begeerd gebied, want het was economisch gezien enorm in opkomst. De eveneens opbloeiende gebieden Holland, Zeeland en Henegouwen wist Filips ook aan zich te binden, toen zijn dochter en zoon trouwden met de kinderen van Albrecht van Beieren, graaf van deze streken. Het was het begin van een machtige staat, die uiteindelijk zou reiken van Midden-Frankrijk tot de Noordzee, als buffer tussen Frankrijk en het Heilige Roomse Rijk. Filips de Goede Filips III de Goede zette de succesvolle gebiedsuitbreiding van zijn grootvader Filips de Stoute voort. Hij wist hierin te slagen dankzij gewiekste diplomatie, militaire druk en een grote dosis geluk. Het feit dat de Bourgondische Nederlanden een nog weinig gecentraliseerd gebied waren stoorde hem. Hij wist Namen, Brabant en Limburg bij het gebied te voegen. Daarnaast lukte het hem de heerlijkheid Friesland (het huidige West-Friesland) en het hertogdom Luxemburg in te lijven. Ten slotte kreeg hij het gezag over de graafschappen Holland, Zeeland en Henegouwen, toen zijn rivale Jacoba van Beieren hiervan afstand moest doen. De strijd tussen Jacoba en Filips de Goede was een escalatie van een twist die al langer gaande was tussen de Hoeken en Kabeljauwen. Het ging daarin vooral om het verkrijgen en behouden van invloed op het bestuur in de twee meest dynamische gewesten: Holland en Zeeland. Uiteindelijk moesten Jacoba van Beieren en de Hoeken zich gewonnen geven, waarop de Zoen van Delft volgde en daarmee de overdracht van Holland, Zeeland en Henegouwen aan Filips. De spanningen verdwenen echter niet, pas in 1490 zouden de Hoekse en Kabeljauwse twisten eindigen. ![]() Voor Filips de Goede was de gebiedsuitbreiding niet genoeg. Hij streefde ernaar de lappendeken van op verschillende manieren bestuurde gebiedjes te unificeren. Centralisatie was echter een uitermate traag en moeizaam proces. Alle gewesten hadden een eigen boekhoudkundig systeem, een zelfstandig bestuur en een eigen rechtspraak en waren niet van plan hun werkwijzen zomaar aan te passen. De regionale bestuurlijke elites begrepen dat ze dan aan invloed zouden moeten inboeten. Filips wist toch enkele bestuurlijke vernieuwingen door te voeren. Zo stichtte hij de hertogelijke hofraad, bestaande uit de hoge adel en geestelijkheid. De raad adviseerde de hertog over gewichtige staatszaken en functioneerde als hoogste hof van beroep. Daarnaast ontwikkelde hij de Staten-Generaal. Dankzij dit nieuwe orgaan kon hij de vertegenwoordigers van alle provincies in één keer samen laten komen, waarmee hij tijd won als hij hun zijn wil op wilde leggen. De belangrijkste verantwoordelijkheid van de Staten-Generaal was dat zij medezeggenschap kregen over de belastinginning. De nauwere samenwerking legde de gewesten geen windeieren. Vooral de rijkere gewesten Vlaanderen, Brabant, Holland en Zeeland profiteerden ervan dat zij regelmatig bij elkaar kwamen. Ze konden constructief overleggen over economische zaken en kregen steun van hun heer toen zij in botsing kwamen met de Deense koning tijdens de Wendische oorlog, die draaide om toegang tot handel op de Oostzee. Zo ontstond langzaam een saamhorigheidsgevoel. De Bourgondische machtscentralisatie mislukt Filips' zoon Karel de Stoute zette de centralisatiepolitiek door, maar pakte dit een stuk minder subtiel en diplomatiek aan. Hij stortte zich vrijwel onafgebroken in oorlog, om op die manier te proberen zijn invloedssfeer verder uit te breiden. Militair ingrijpen is kostbaar en onder de onderdanen ontstond dan ook een groeiend protest tegen het feit dat zij steeds meer geld in het laatje moesten brengen voor de risicovolle militaire expedities van hun vorst en voor het uitdijende ambtenarenapparaat. Toen Karel de Stoute in1477 stierf op het slagveld, was zijn enige erfgenaam, dochter Maria van Bourgondië, nog geen twintig jaar oud en politiek onervaren. De gewesten walsten over Maria heen. Ze bedongen met het Groot Privilege dat ze meer invloed kregen op het bestuur. Maar ze besloten ook dat de landen bij elkaar gehouden moesten worden in de strijd tegen Frankrijk. Hoewel de Bourgondische machtscentralisatie mislukt was - Gelre en Luik splitsten zich af, en Frankrijk pikte Artesië, Picardië en het hertogdom Bourgondië in - was een zekere eenheid geboren. Habsburgers Maria van Bourgondië vormde een gunstige partij en er dienden zich dan ook veel huwelijkskandidaten aan. Uiteindelijk viel de keuze op Maximiliaan, keizer van het Heilige Roomse Rijk en aartshertog van Oostenrijk, afkomstig uit het Habsburgse huis. Gedacht werd dat hij goed tegenwicht zou kunnen bieden aan de Franse koning, maar al snel bleek dat Maximiliaan een eigen politiek voerde, die vaak regelrecht indruiste tegen de belangen van de gewesten. Maria zou de laatste hertogin van Bourgondië zijn. Na haar dood in 1482 kwamen haar eigendommen toe aan haar zoon Filips de Schone, die echter minderjarig was, waardoor zijn vader Maximiliaan de verantwoordelijkheid naar zich toe kon trekken. Maximiliaan zorgde ervoor dat Filips een gunstig huwelijk sloot met Johanna van Aragon. Hiermee kreeg hij uitzicht op de tronen van Castilië en Aragon. Filips de Schone overleed vroegtijdig toen zijn zoon Karel minderjarig was, waardoor Maximiliaan weer de regering waar moest nemen. Karel V Op vijftienjarige leeftijd, in 1515, werd Karel meerderjarig verklaard en in 1516 erfde hij de Spaanse kronen. Bovendien werd hij in 1519 gekozen tot keizer van het Heilige Roomse Rijk. Hiermee viel half Europa in de invloedssfeer van keizer Karel V. Tijdens Karels bewind ontstond een andere machtige staat: Gelre. Hertog Karel van Gelre had Groningen veroverd plus de Ommelanden, Overijssel en Drenthe. Ook Friesland voegde zich bij zijn bewind. Hij sloot bovendien een bondgenootschap met Frankrijk. De concurrentiestrijd met de keizer leidde tot de Gelderse oorlogen. Uiteindelijk wist Karel V de gebieden voor zich te winnen, waardoor alle Nederlanden onder één gezag vielen en de Zeventien Provinciën een feit waren. (tekst: Simone Olsthoorn) Hoofdrolspelers Albrecht van Beieren★ 1336 - † 1404 Graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen. Speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van Den Haag en de onafhankelijkheid van het bestuur van Amsterdam. Filips de Goede★ 1396 - † 1467 Ook wel Filips de III, hertog van Bourgondië vanaf 1419. Beroemd om de oprichting van de Orde van het Gulden Vlies en in Nederland als landsheer van Vlaanderen, Brabant, Namen en Limburg. Filips de Schone★ 1478 - † 1506 Van 1482 tot 1506 vorst van de Bourgondische Nederlanden. Hij was de laatste vorst uit het huis van Bourgondië die de Nederlanden persoonlijk regeerde. Jacoba van Beieren★ 1401 - † 1436 Gravin van Holland en Zeeland en hertogin van Beieren. Door de vete met haar oom Jan VI van Beieren laaiden de Hoekse en Kabeljauwse twisten op. In 1428 sloot zij vrede met Filips van Bourgondië met de Zoen van Delft, een verdrag dat zij enkele jaren later schond. Karel de Stoute★ 1433 - † 1477 Hertog van Bourgondië, Brabant, Limburg, en Luxemburg; graaf van Vlaanderen, Artesië, Bourgondië, Henegouwen, Holland, Zeeland en Namen; heer van Mechelen. Zijn dood bracht een crisis teweeg in Bourgondië.
|