
klik om een oordeel te geven!
Het houdt de Nederlandse politiek al geruime tijd bezig, en ook de afgelopen algemene beschouwingen en de daaropvolgende debatten stonden in het teken van de bezuinigingen op de sociale zekerheid. Premier Rutte en zijn mede-VVD’ers zien het als een noodzakelijk kwaad. De linkse partijen komen hiertegen in opstand, voor hen is het onacceptabel dat er in een sociale samenleving wordt gekort op het sociale zekerheidsstelsel. Een nieuw debat? Welnee. Ook het ontstaan van dit stelsel ging gepaard met behoorlijk wat uiteenlopende meningen.
Een maandje voor de invoering van de armenwet van 1854, in feite de eerste stap naar het sociale zekerheidsstelsel zoals wij dit nu kennen, sprak de heer B.W.A.E baron Sloet tot Oldhuis rake woorden in de Tweede Kamer. Deze liberaal was niet mild over de rol die de staat speelde in deze eerste vorm van bijstand: ‘Wanneer de Staat het geld ontneemt aan den nijvere om het aan den luijaard, aan den spaarzame om het aan den verkwister, aan den matige om het aan den dronkaard te geven, dan zie ik daarin geene regeling van den arbeid, geen socialisme, maar eene verdeeling van de vruchten van den arbeid, een communisme, een roof, en wel een roof van den ergsten aard: een roof, dien den Staat kan uitoefenen, gerugsteund door het openbaar gezag en leunende op de wet.’
Sloets protest mocht niet baten. In juni 1854 werd de Eerste armenwet aangenomen: armenzorg zou vanaf nu wettelijk geregeld worden en ook de heer Sloet tot Oldhuis zou hier indirect aan gaan meebetalen. Sinds 1854 is de armenwet flink uitgebreid, tot het veelzijdige stelsel dat wij nu kennen. Maar de vergrijzing en de eurocrisis gooien anno 2011 roet in het eten, overal moet gekort worden, ook op het sociale stelsel.
Het is nodig, maar het zal schoorvoetend plaatsvinden. Waar Sloet tot Oldhuis nog hard uithaalde naar de rovende staat, was en is het gros van de bevolking vooral blij dat de staat in moeilijke tijden hulp bood en biedt. Dat er bij de invoering van dit stelsel flinke protesten over kwamen is wellicht net zo logisch als de protesten die nu zijn te horen wanneer er aan maatregelen ter bescherming van de bestaanszekerheid wordt geschaafd.
Één ding lijkt zeker: Sloet tot Oldhuis zou dit debat prachtig hebben gevonden. Want ‘tegen de zakkenrollers kan men zijn uurwerk te huis laten, […] tegen hen die willen inbreken in onze woning, kunnen wij onze deuren en vensters met grendels en sloten verzekeren: wij kunnen het niet tegen den Staat. Wij mogen het ook niet doen, of wij zouden daardoor de lasten van onze medeburgers vermeerderen.’ En zo is het, anno 2011, nog steeds.
Rozemarijn Smink