
klik om een oordeel te geven!
Ad van Liempt vraagt zich in zijn column over de Politionele Acties (
Historisch Nieuwsblad 2011/6) af: ‘Waarom, in ’s hemelsnaam, ging Nederland in juli 1947, twee jaar na z’n eigen bevrijding, aan de andere kant oorlog voeren?’ Ik heb daarover een theorie, die ik weliswaar niet direct met bronnen kan onderbouwen, maar die mij – hoe kan het ook anders – plausibel schijnt: Nederland wilde de schande van de militaire nederlaag in mei 1940 uitwissen.
Kijkend naar de dvd-box
Strijd om Indië, samengesteld door het NIOD, valt me de overeenkomst op tussen de Nederlandse propaganda en de beelden die ik ken van de Duitse bioscoopjournaals. En dan bedoel ik niet de shots in kikvorsperspectief van gezonde blanke jongens met blonde kuiven, of de opgeschroefde voice-over die spreekt van de provocaties door de vijand en de beschavende taak van ‘onze jongens’. Ik doel op iets anders. De verovering van Yokjakarta in december 1948 door parachutisten, gevolgd door troepen die met transporttoestellen werden ingevlogen, doet me denken aan de Duitse aanval op Den Haag op 10 mei 1940.
De operatie in Yokjakarta was het huzarenstuk van de Nederlandse krijgsmacht in Indonesië. Zij combineerde bijna alle elementen van de moderne oorlogvoering: gespecialiseerde paratroepers, samenspel van luchtmacht en grondtroepen, snelle gemotoriseerde eenheden. Binnen een paar uur was Yokja veroverd en was Soekarno in Nederlandse handen. Hoewel de operatie politiek op een fiasco uitdraaide, was zij de ultieme demonstratie van hetgeen waartoe Nederland militair in staat was.
Ik vermoed dat dit precies was waar ons land behoefte aan had: laten zien dat de jongens van Jan de Witt nog altijd hun mannetje stonden. In mei 1940 was de Nederlandse defensie binnen vijf dagen kansloos van de kaart geveegd. Aan de bevrijding van 1944/’45 hadden Nederlandse militairen – op een paar uitzonderingen na – part nog deel gehad. Eerst moesten de Nederlanders de Duitse soldaat als superieur erkennen, daarna waren zij dankbaarheid verschuldigd aan bevrijders van overzee. Als de Tweede Wereldoorlog de Nederlanders één ding inpeperde, dan was dat, dat zij militair niets meer voorstelden.
Je zult in die tijd een Nederlandse man zijn geweest. Je zult hebben moeten toezien hoe sommige vrouwen – zoals Halina Reijns personage in
Zwartboek – eerst de Duitse en daarna de Canadese overwinnaars besprongen. Hoe zou je ooit nog het respect van de andere sekse en jezelf kunnen terugverdienen?
Toen ineens was er de revolutie in Indonesië. Een uitgelezen kans voor mannelijk Nederland om te laten zien dat het nog pit had. De schande van de razendsnelle nederlaag in 1940 en de vreemde bevrijding kon worden uitgewist, wanneer Nederland erin slaagde de ‘onverantwoordelijke elementen’ in de kolonie op de knieën te dwingen via een heuse, eigen
Blitzkrieg.
Deels lukte dat. Het Nederlandse leger haalde enkele grote overwinningen, vooral in de dichtbevolkte gebieden. Natuurlijk was de strijd bij voorbaat verloren, omdat een regulier leger, hoe groot ook, onmogelijk zo’n immens eilandenrijk in zijn geheel kon controleren. Niettemin: Nederland had laten zien dat het ondanks de vernederingen in de Tweede Wereldoorlog nog steeds een militaire macht bezat om rekening mee te houden. Patiënt overleden, operatie geslaagd.
Ben benieuwd wat Ad van Liempt van mijn theorie vindt.