
klik om een oordeel te geven!
Met regelmaat plaatst Kamerlid voor D66 Boris van der Ham filmpjes op het internet waarin hij historische beschouwingen uiteenzet. In deze videoblogs trekt Van der Ham een directe lijn van de ideeën van grote denkers uit het verleden naar de uitdagingen van de samenleving in de eenentwintigste eeuw. De videoblogs worden ook op de site van D66 geplaatst. Van der Ham studeerde geschiedenis voordat hij de politieke arena betrad. Met dezelfde zelfverzekerdheid waarmee hij zichzelf strak in het pak presenteert op zijn website, strooit hij in zijn videoblogs met imponerende citaten van grote denkers uit voorbije jaren. Erasmus, Voltaire, Goethe, Bentham en vele anderen komen aan bod. Zoals op zijn site vermeldt staat doet Van der Ham dit om te achterhalen wat de grote denkers zeggen ‘over de politieke en persoonlijke vraagstukken van onze tijd’.
Het is echter maar zeer de vraag of we de antwoorden op de uitdagingen van het heden in teksten uit het verleden kunnen vinden. De behandelde denkers intervenieerden met hun teksten in de specifieke vraagstukken van hun tijd. Deze teksten bieden daarom antwoorden op de uitdagingen waar de denkers zichzelf mee geconfronteerd zagen. Het was nooit de intentie van de denker om de politieke vraagstukken van de eenentwintigste eeuw te behandelen, die kon hij immers niet weten. Door dit te negeren geeft Van der Ham een valse voorstelling van wat de aangehaalde denkers met hun teksten werkelijk bedoelden te zeggen.
In meerdere van zijn videoblogs haalt Van der Ham de zeventiende-eeuwse filosoof Spinoza aan. Van der Ham doet vermoeden dat Spinoza bewust de fundamenten heeft gelegd voor een atheïstisch wereldbeeld dat voorrang geeft aan rede boven geloof. Van der Ham prijst Spinoza hiervoor en geeft toe een fan van de filosoof te zijn. Wanneer we Spinoza analyseren vanuit zijn maatschappelijke en intellectuele context blijkt echter dat Spinoza allerminst een atheïst genoemd kan worden. Het is waar, Spinoza kwam in opstand tegen de dominante geloofsovertuigingen van zijn tijd, maar dat maakt hem nog niet ongelovig.
In zijn videoblogs presenteert Van der Ham een simplistische visie op de verlichting die neerkomt op de onverenigbaarheid van rede en geloof. Spinoza wordt in deze zwart-wit voorstelling van de historische werkelijkheid zonder twijfel in het kamp van de rede geplaatst. In een opinie artikel op weblog GeenStijl stelt Van der Ham dat Nederland trots moet zijn op haar ‘vrijzinnige traditie’. Volgens Van der Ham zou het passend zijn om daarbij Spinoza te eren als pionier van de Nederlandse vrijzinnigheid.
De denkwijze van Van der Ham wordt in de geschiedwetenschap gezien als wensdenken. De historicus wil graag dat de denker een belangrijke bijdrage leverde aan een veronderstelde traditie. Het opeisen van denkers voor een bepaalde traditie impliceert dat zij die ertoe behoren dezelfde vraagstukken adresseerden. Maar dat gaat voorbij aan de specifieke tijd- en plaatsgebondenheid van de vraagstukken waar de verschillende denkers met hun teksten werkelijk in intervenieerden. Van der Ham gaat nog een stap verder door Spinoza tot grondlegger van deze vrijzinnige traditie te benoemen. Dergelijke classificaties van denkers staan over het algemeen ten dienste van degene die ze bedenkt en hebben weinig te maken met waar de betreffende denkers met hun teksten mee bezig waren.
De reden dat Van der Ham Spinoza bestempeld tot grondlegger van de vrijzinnige traditie volgt uit het feit dat hij volgens eigen zeggen als politicus bijdraagt aan die traditie. Van der Ham probeert dagelijks de idealen geformuleerd door Spinoza in wetgeving om te zetten. Een dergelijke denkwijze kan gevaarlijke consequenties hebben. De geschiedenis is rijk aan politici die zich lieten leiden door de opdracht idealen van een vermeende traditie te verwezenlijken. Er wordt dan niet meer gekeken naar de wereld zoals zij is, maar alleen nog naar de wereld zoals zij moet worden.
Zou Van der Ham zijn verwrongen denkbeelden in beleid om kunnen zetten, dan eert Nederland jaarlijks uitbundig de grondlegger van het atheïsme, Spinoza. Daarnaast wordt met een beroep op Spinoza religie door wetgeving ondergeschikt gemaakt aan rede.
Toch wil ik Van der Ham tegemoet komen in zijn grote verlangen om citaten van Spinoza in het heden toe te passen. Robert Fruin, de vader van de Nederlandse historiografie, haalde bij zijn oratie in 1860 een zinsnede van Spinoza aan die ook bruikbaar is voor Van der Ham. Fruin benadrukte met deze zinsnede de noodzaak tot onpartijdigheid aan de kant van de historicus. Men moet de geschiedenis ‘niet bewonderen, niet beschimpen, maar begrijpen’. Geschiedenis is er om te begrijpen, niet om te misbruiken.
Thijs Bogers (1983) is politicoloog en intellectueel historicus