Museum Spitsbergen toont Nederlandse aanwezigheid
Economische geschiedenis - Internationale betrekkingen - Koloniale geschiedenis
door Windy Kester/ Oslo
dinsdag 9 oktober 2007Longyearbyen,
de hoofdstad van Spitsbergen, heeft een nieuw museum over de geschiedenis van de archipel. De Nederlandse wortels van
Spitsbergen komen uitgebreid aan bod.
'Dit is een Nederlandse walvisvaarder die 350 jaar geleden in Smeerenburg is overleden.' Conservator Sander Solnes houdt een gemummificeerde schedel omhoog. Het hoofd van de Nederlander maakt deel uit van de zogeheten Smeerenburgcollectie, die Nederland vorig jaar heeft teruggegeven aan Noorwegen. Een aantal van de 2500 voorwerpen is te zien in de permanente opstelling van het gloednieuwe historisch museum in Longyearbyen. De rest wordt opgeslagen in het magazijn.
Het museum in Longyearbyen heeft de afgelopen tijd zo veel mogelijk objecten verzameld die te maken hebben met de geschiedenis van de archipel in de Noordelijke IJszee. Onlangs kreeg het 9000 voorwerpen die de Russen in de loop der jaren bij hun nederzetting Barentszburg hebben opgegraven. Barentzburg was van 1920 tot
1932 in handen van het Nederlandse mijnbouwbedrijf NESPICO.
Heel
Spitsbergen ademt de de Nederlandse aanwezigheid. Willem Barentz ontdekte de archipel in 1596 en overwinterde iets verder naar het oosten op Nova Zembla. Gereedschappen, leer en speerpunten die hij en zijn mannen gebruikten liggen nu in Longyearbyen in de vitrinekast.
Nederlandse walvisvaarders slachtten in de zeventiende eeuw rond Amsterdameiland zo'n 57.000 walvissen af voor traan en baleinen. De voorwerpen die deze jagers achterlieten werden 25 jaar geleden opgegraven bij Smeerenburg en meegenomen naar het Arctisch Centrum in
Groningen.
Conservator Solnes is blij de collectie nu terug te hebben. 'Het bijzondere is dat deze voor een groot deel bestaat uit kleding van de gewone man' - meestal blijven vooral kleding van koninklijken en geestelijken bewaard. Ook de goede staat waarin de voorwerpen zich dankzij de permafrost bevinden is uniek. De 350 jaar oude walvisvaarder heeft op zijn hoofd nog haren en sporen van zijn wollen muts. Zijn tanden zijn weggesleten op de plek waar hij een tabakspijp in zijn mond hield.
De
kans bestaat dat het museum op den duur wordt uitgebreid. In het kader van het Internationale Pooljaar staan er nog enkele expedities van onder andere Nederlandse geschiedkundigen en archeologen gepland.