Telefoongesprekken president Johnson gepubliceerd
Politieke geschiedenis
woensdag 18 januari 2006In de Verenigde Staten worden alle telefoongesprekken uitgeschreven die president Johnson in de Oval Office voerde. Het kolossale Presidential Recordings-project levert verrassende kijkjes op in de politieke werkwijze van de president.
President Bush staat niet alleen in zijn onlangs weer uitgesproken hekel aan medewerkers die anoniem met de pers kletsen. Lyndon B. Johnson, de vorige Texaanse president, was vooral erg negatief over de ambtenaren op het ministerie van Buitenlandse Zaken. 'Ik vertrouw ze ongeveer net zoveel als een Sovjet-spion.'
Dit citaat komt uit de Presidential Recordings, een kolossaal project waarin alle telefoongesprekken worden uitgeschreven die president Johnson voerde in het Oval Office. Inmiddels zijn drie kloeke delen verschenen, met 9500 conversaties uit de periode tussen 22 november 1963 - de dag dat Kennedy werd doodgeschoten - en januari 1964.
De Recordings brengen in herinnering dat Johnson net als Bush te maken kreeg met een verschrikkelijke orkaan, in zijn geval Betsy, die driekwart van New Orleans onder water zette. Beide presidenten kwamen pas na enige aarzelingen en een tikje laat naar het rampgebied.
Louisiana's senator Russell Long belde Johnson om hem te overtuigen dat hij moest gaan: 'Als u nu naar Louisana afreist, een staat waar u afgelopen jaar hebt verloren, dan bespaart dat u weer een campagnespeech.' Johnson antwoordde twijfelend dat hij het verdomd druk had. Long: 'Als u nú meegaat, Mister President, dan kunnen ze u zelfs niet verslaan als Eisenhower meedoet aan de volgende verkiezingen.' Johnson stapte dezelfde dag nog op het vliegtuig.
De onderzoeksleider van het project, Philip Zelikow, verklaarde dat 'deze tapes voor de bestudering van de regering hetzelfde betekenen als de ontdekking van
Pompeii voor de studie van
Rome'. Dat is wellicht wat overdreven, maar ze geven een prachtige kijk in de politieke werkwijze van Johnson.
Uit de transcripties komt het beeld naar voren van de ijdele, niet ongeestige, vrij lompe man met een honger naar macht, dat menig historicus al van hem gaf. Tegelijk is het opvallend hoeveel tijd Johnson besteedde aan het paaien van politici en journalisten, aan beide kanten van het politieke spectrum. Hij praatte iedereen naar de mond, in ruil voor loyaliteit en steun.
Tegen een invloedrijke Conservatief: 'Ik ga proberen die onwetende negers uit te leggen hoe ze voor zichzelf kunnen werken, in plaats van zich alleen maar voort te planten.' Tegelijk stelde hij links gerust. 'Schrik nou maar niet van al die onzin over de economie,' zei hij tegen een vakbondsman. 'Wat ik doe is jatten van de rijken en geven aan de armen.' Tegen een leider van de zwarte gemeenschap: 'Als jullie ooit een vriend hadden in dit huis, dan is het nu.'
Daar was geen woord van gelogen. De telefoongesprekken bevestigen de inzet en overgave waarmee Johnson zich, nu precies veertig jaar geleden, inspande om Republikeinen voor de Civil en Voting Righs Act te laten stemmen. Zo blafte hij tegen een van de Republikeinse wetgevers, een oud kabinetslid van Eisenhower: 'In godsnaam, doe mee of hou je bek!'
door Pieter van Os/ Washington