Weinig aandacht voor 100 jaar Russisch-Japanse oorlog
Internationale betrekkingen - Politieke geschiedenis
donderdag 23 juni 2005De tentoonstelling 100 jaar Russisch-Japanse oorlog in de Yasukuni-tempel, hartje Tokyo, trekt niet veel publiek. Ook de andere activiteiten in het kader van de herdenking krijgen nauwelijks aandacht. Toch zette de overwinning op Rusland Japan als grootmacht op de wereldkaart. door Judith Stalpers/ Tokio
Toen de Japanse vloot de oorlog op 8 februari 1904 begon met een verrassingsaanval in de Chinese haven Lu Shun, dachten de Russen snel te kunnen zegevieren. Japan zette echter al zijn politieke, menselijke en materiële krachten in om het westers imperialisme in Azië tegenwicht te bieden. Dit was geen ideologische strijd, maar economische noodzaak. Japan had afzetgebieden voor zijn producten nodig. Ook wilde het delen van China en Korea onder zijn invloed krijgen om grondstoffen te winnen. Te vuur en te zwaard kwam Japan in opstand tegen Ruslands claim op Mansjoerije en Korea.
De oorlog baarde in het westen veel opzien. Talrijke correspondenten werden naar het front gestuurd om van nabij verslag te doen van het gevecht met het 'Gele Gevaar'. Europese en Amerikaanse kranten en tijdschriften werden verlucht met kleurrijke prenten van de veld- en zeeslagen. De grote aandacht in de massamedia zorgde ervoor dat het Verre Oosten voor het eerst bij de gewone bevolking in beeld kwam.
Na een dik jaar vechten leidde de tweedaagse '
Tsutsumi'-zeeslag in de Gele Zee tegen de Baltische vloot tot de capitulatie van Rusland. De twee landen ondertekenden op 5 september 1905 het Verdrag van Portsmouth. In Azië was een precedent geschapen: een niet-westerse macht had over een westerse vijand gezegevierd.
Deze 'gele' overwinning voedde het zelfbewustzijn van de Aziatische volkeren. Zij inspireerde Gandhi in India en de Sun Wens in China tot hun onafhankelijkheidsstrijd. Japan maakte echter geen gebruik van deze sympathie in de regio. Integendeel. Het spande met de westerse machten samen in de verdeling van de koloniale koek. En het zette, zoals bekend, zijn expansiepolitiek in de buurlanden op agressieve wijze voort. Herinneren aan deze historische overwinning en haar gevolgen kan de relaties met de Aziatische buren dan ook alleen maar schaden.
De Yasukuni-tempel is de enige plek in Japan waar openlijk het militaire succes wordt gevierd. Het is dé broedplaats van Japans nationalisme en militarisme. De zielen van meer dan twee miljoen gevallen soldaten zijn er vereeuwigd, onder hen de veertien ter dood veroordeelde oorlogsmisdadigers uit de Tweede Wereldoorlog. Het pelgrimsoord is daarom een doorn in het oog van China en Korea. Dat weerhoudt premier Koizumi er niet van er officiële ceremonies bij te wonen om de doden te eren. En daarmee heeft hij de relaties met de twee buurlanden op ramkoers gebracht.