Historisch Nieuwsblad

Ger Harmsen 1922-2005

Historiografie - Ideeëngeschiedenis

woensdag 18 mei 2005Op zondag 3 april stierf Ger Harmsen, bekend als geschiedschrijver van de arbeidersbeweging. Hoewel Harmsen werkzaam was tot aan zijn dood, was zijn tijd met de ineenstorting van het communisme in 1991 eigenlijk al voorbij.

Dat lijkt een boude bewering: Harmsen was al sinds 1958 geen lid meer van de Communistische Partij van Nederland (CPN). Zijn academische loopbaan moest toen bovendien nog beginnen. En toch is hij geheel verbonden met de jaren zestig en zeventig, toen het marxisme een tweede kans kreeg van de studentenbeweging in Nederland en Europa. Dat Harmsen geen lid meer was van de CPN en door die partij met scheldkanonnades ('NAVO-professor') werd achtervolgd, schaadde zijn naam niet. Integendeel, zijn omstreden reputatie binnen de CPN maakte hem interessant en onafhankelijk.

Onafhankelijk wás Harmsen. Hij moest niets hebben van studenten die dweepten met doorgeslagen marxistische theoretici, zoals de Franse filosoof Louis Althusser. Dit warhoofd, dat onleesbare boeken schreef en zich zou ontpoppen als psychiatrisch patiënt die uiteindelijk zijn vrouw vermoordde, werd door studenten op handen gedragen. Harmsen gruwelde van Althussers deterministische kijk op de geschiedenis. 'Als alles gedetermineerd is, stel ik voor naar huis te gaan, want de geschiedenis neemt toch wel zijn loop.' Hij wenste zijn held Karl Marx te beschermen tegen marxistische ideologen die de grote meester in een systeem wilden vangen.

Afkeer van systeemdwang was begin jaren zeventig ook de kern van zijn conflict met de Utrechtse hoogleraar sociale en economische geschiedenis Theo van Tijn. Kwantitatieve geschiedschrijving zou voorrang moeten krijgen boven het geschiedverhaal, meende Van Tijn. Harmsen daarentegen legde de nadruk op het verhaal en de biografie - zowel van de 'gewone man' als van bijzondere communisten als Alex de Leeuw en Daan Goulooze, over wie hij boeiende boeken schreef.

Dat waren in marxistische ogen destijds 'ouderwetse' biografische studies. Maar ze zijn van blijvende waarde. Dat geldt niet voor zijn geruchtmakende studies over de arbeidersbeweging. Voor de bevrijding van de arbeid en Mensenwerk zijn onverteerbare proeven van doorgeslagen ideologische geschiedschrijving - hoeveel informatie er ook in te vinden is.

Met dat werk wist Harmsen overigens protestants Nederland op de kast te krijgen: de confessionele vakbeweging zou het niet gaan om belangenbehartiging, maar om bekering. Van het Christelijk Nationaal Vakverbond zou een 'remmende werking' uitgaan op de voortgang van de geschiedenis. Al zwakte Harmsen dat standpunt de laatste jaren af, het toont nog eens hoezeer hij thuis was in de ideologische twintigste eeuw, die in 1991 zijn einde vond.

Wim Berkelaar

Gerelateerde artikelen



Login

Zoek

Deze maand

Geschiedenis 24