NIOD en KITLV onderzoeken moderne geschiedenis van Indonesië
Internationale betrekkingen - Koloniale geschiedenis - Politieke geschiedenis
woensdag 4 december 2002LOESANNE HAKKENS . Twee Nederlandse instituten startten onlangs een onderzoek naar de moderne geschiedenis van Indonesië. Het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land-, en Volkenkunde (KITLV) neemt de huidige tijd als uitgangspunt. Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) bestudeert de periode tussen 1920 en 1960.
Het onderzoek van het KITLV wordt gefinancierd door de Koninklijk Nederlands Academie voor Wetenschappen (KNAW) en duurt vier jaar. Dan moeten er vijf Engelstalige boeken liggen. Daarnaast zal een samenvatting verschijnen in het Indonesisch en het Nederlands. Het onderzoek van het NIOD wordt gefinancierd door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Ook het NIOD hoopt het onderzoek binnen vier jaar af te ronden; de resultaten worden verwerkt in vijf monografieën, en een reeks bundels in het Engels en Indonesisch.
Het KITLV-project bestudeert de regionale ontwikkelingen in Indonesië en neemt daarvoor de eigen tijd als uitgangspunt. ‘Je kunt de huidige gebeurtenissen pas begrijpen als je naar het verleden kijkt,’ vertelt Henk Schulte Nordholt, coördinator van het onderzoek. ‘Neem bijvoorbeeld het geweld op Ambon, dat voert terug tot de koloniale tijd. Toen zijn bepaalde religieuze verhoudingen ontstaan.’
Het onderzoek vindt voor het grootste gedeelte plaats in Indonesië zelf. ‘Als je vanuit de huidige situatie teruggaat naar het verleden, is veldwerk erg belangrijk. We maken gebruik van oral history,’ zegt Schulte Nordholt. Daarnaast wordt nauw samengewerkt met Indonesische wetenschappers. ‘Ze kennen hun eigen land natuurlijk uitermate goed. En het zou wel heel neokoloniaal zijn als we niet samenwerken.’
Ook het NIOD startte onlangs een onderzoek naar de moderne geschiedenis van Indonesië. Van Indië tot Indonesië. De herschikking van de Nederlandse samenleving bestudeert de maatschappelijk veranderingen in het land onder de opeenvolgende regimes van Nederland, Japan en de Republiek. Bij dit onderzoek zijn ook Indonesische wetenschappers betrokken. ‘Het is de gezamenlijke geschiedenis van Indonesiërs en Nederlanders. Bovendien kunnen we leren van elkaars stokpaardjes en perspectieven,’ vertelt Remco Raben, onderzoeker bij het NIOD.
Daarnaast vindt Raben het belangrijk dat de Indonesische geschiedschrijving gestimuleerd wordt. ‘Door de politieke en economische situatie in Indonesië is de geschiedschrijving slecht.’ Schulte Nordholt: ‘In Indonesië staat de geschiedbeoefening in dienst van de staat. Dat is typisch postkoloniaal. De geschiedschrijving moet gedekoloniseerd worden.’