Van der Ploeg wil virtueel historisch museum
Cultuurgeschiedenis - Politieke geschiedenis
woensdag 24 oktober 2001NICO DE FIJTER - Een nationaal historisch museum is niet nodig, vindt staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen Rick van der Ploeg. Hij wil een geschiedenismuseum op internet. ‘En op dezelfde manier kunnen we een Europees historisch museum opzetten.’
In zijn brief over het museumbeleid die hij onlangs naar de Tweede Kamer stuurde, schrijft de staatssecretaris nog: ‘Ik ben niet bij voorbaat overtuigd van de noodzaak van een nationaal museum voor de geschiedenis.’ Komt hij daar nu op terug? ‘Nee. Ik heb gezegd dat de Nederlandse situatie allerlei mogelijkheden biedt om de geschiedenis in al haar veelzijdigheid neer te zetten. Er zijn heel veel musea, over het hele land verspreid, die bepaalde aspecten of periodes van onze geschiedenis presenteren. Zij vormen samen in feite het nationale museum.
        Van der Ploeg wil de bundeling en concentratie van collecties stimuleren, niet het ontstaan van nog meer musea. ‘Als de musea samenwerken kunnen ze een ‘virtueel geschiedenismuseum’ creëren, dat op internet voor iedereen toegankelijk is.’
        Sjarel Ex, directeur van het Centraal Museum in Utrecht, is een fervent pleiter van een nationaal historisch museum waar de bezoeker voor uit zijn stoel moet komen. ‘In feite is het Rijksmuseum ons nationaal museum voor de geschiedenis. Er zijn alleen aanpassingen nodig. Het probleem van het Rijksmuseum is de gecombineerde opstelling van kunst en geschiedenis. Geschiedenis laat zich niet kunsthistorisch vertellen. Er ontstaan hiaten; een oud-KNIL-strijder kan er zijn kleinkinderen niet eens laten zien wat er destijds in Indië is gebeurd.’
        Van der Ploeg weet niet wat het museale veld van zijn nieuwe plannen vindt. ‘De ideeën zijn erg prematuur. Ik wacht ook nog op een advies van de Raad voor Cultuur. Maar hij is ambitieus: ‘In veel buitenlandse collecties is informatie te vinden over de Nederlandse geschiedenis. Het zou, zeker gezien de internationale ontwikkelingen, goed zijn als we ook in Europees verband kunnen zorgen voor een gemeenschappelijk ontgrendeling van de collecties.’