Historisch Nieuwsblad

Eindexamen over Nederlands-Indië te veel op Nederland gericht

Historiografie - Koloniale geschiedenis

maandag 20 november 2000Het eindexamen geschiedenis 2001 gaat over de betrekkingen tussen Nederland en voormalig Nederlands-Indië. Veel historici hebben kritiek op de wijze waarop vwo-leerlingen over deze periode geïnformeerd worden.

‘De eerste zin van de stofomschrijving van het eindexamen geschiedenis 2001 luidt: "Dankzij de koloniale bezittingen was Nederland vroeger een invloedrijke natie in de wereld, een land dat meetelde tussen de grote staten van Europa." Dat we leerlingen van het vwo met die zin de samenleving insturen, is een gotspe', vindt Remco Raben, medewerker van het NIOD. Hij is niet de enige die bij het lezen van de stofomschrijving zijn wenkbrauwen optrekt.
Zijn bezwaren tegen de stof laten zich samenvatten in zijn reactie op de titel, Nederland en Indonesië: vier eeuwen contact en beïnvloeding . ‘Deze is werkelijk mystificerend, hij suggereert een wederzijdse beïnvloeding, er spreekt vriendelijkheid uit. Maar in feite wordt hier de historie verwrongen, zijn er talrijke anachronismen. Alleen al door de gehanteerde periodisering – de begint bij de oprichting van de VOC – blijkt dat neerlandocentrisme overheerst.'
        In de stofomschrijving wordt gesuggereerd dat de invloed van Nederland op Nederlands-Indië heel groot was. Raben twijfelt daaraan. ‘Kijk alleen maar naar Thailand dat formeel nooit gekoloniseerd is geweest. Daar zijn net zo goed spoorwegen en koelkasten gekomen.' Raben betreurt bovendien de geringe aandacht in de eindexamenstof voor de interne dynamiek van Zuidoost-Azië. ‘De islam is nu een dominerende factor in Indonesië, maar omdat Nederland daar niets mee te maken had, wordt er niet over gesproken.'
        Ook Henk Smeets van het Moluks Historisch Museum is ongelukkig met de eindexamenstof. Zijn bezwaren behelzen voornamelijk de manier waarop de dekolonisatie wordt beschreven. ‘Er worden te veel gemeenplaatsen betreden, niet duidelijk wordt waarom er Molukkers naar Nederland zijn gekomen. Nergens staat hoe zij door de Nederlandse regering op de keien zijn gezet. Het is zo belangrijk dat leerlingen goed geïnformeerd worden over de Molukken. De huidige protesten van de Molukkers komen voort uit die geschiedenis. Dat moeten de leerlingen weten.'
        Met zijn ongenoegen is Smeets op bezoek geweest bij staatssecretaris Karin Adelmund. Buiten een ‘ik betreur het' ving hij bot. Om toch nog de grootste schade te herstellen nam hij contact op met verschillende uitgevers van de eindexamenboeken. ‘De meeste proberen met ons mee te denken, maar in de boeken van Wolters Noordhof staan zo mogelijk nog meer fouten dan in de stofomschrijving zelf.'.
        Jeroen Touwen, universitair docent aan de Rijksuniversiteit Leiden en lid van de stofomschrijvingscommissie, vindt de bezwaren van Smeets terecht. Ook diens initiatief juicht hij toe: ‘Smeets toevoegingen zijn waardevol in de klas.' Het verwijt van neerlandocentrisme legt hij wél naast zich neer. ‘Het gaat hier om de vaderlandse geschiedenis, en die is per definitie neerlandocentrisch. Dat is onvermijdelijk. We wilden een ouderwets lang verhaal vertellen en daarin was Nederland als kolonisator nou eenmaal de actor. Je kunt hierin niet politiek correct zijn, want dat was het koloniseren ook niet.'
Rianneke Huibers

Gerelateerde artikelen



Login

Zoek

Deze maand

Geschiedenis 24