Poetin herstelt tsaristische militaire onderscheiding in ere
Algemeen
maandag 16 oktober 2000De Russische president Vladimir Poetin heeft de hoogste militaire onderscheiding uit het tsaristische tijdperk, de orde van Sint George, in ere hersteld. Daarmee geeft de Russische leider opnieuw te kennen in de huidige post-communistische periode voort te willen borduren op de voor-revolutionaire tsaristische orde.
De orde van Sint George werd in 1769 ingevoerd door tsarina Catherina de Grote als beloning voor getoonde moed op het slagveld. Tot de afschaffing ervan door de bolsjewieken in 1917 was ze de belangrijkste onderscheiding die de Russische militaire elite kon ontvangen.
De orde is onderverdeeld in vier rangen. De hoogste bestaat uit een massief gouden kruis met een afbeelding van Sint George die een draak doodt. De kruisen van de drie lagere rangen zijn gemaakt van zilver.
Tot de Russische revolutie in 1917 ontvingen zo'n duizend Russische officieren uit het tsaristische leger een dergelijke onderscheiding. De eerste officier die de trotse bezitter werd van alle vier de rangen van de Sint George-orde was Michail Koetoezov, de aanvoerder van de Russische troepen bij de overwinning op Napoleon in 1812.
Andere beroemdheden die deze onderscheiding kregen, zijn sovjetmaarschalken Georgi Zjoekov en Semjon Boedjonni. Beiden ontvingen de orde vanwege hun verdiensten in de Eerste Wereldoorlog, net voordat de communisten het symbool vervingen door hun eigen orde. Dit was de roemruchte ‘Held van de Sovjet-Unie' die tot de val van het communistische regime in Rusland is blijven bestaan.
Als een Russische officier nu in aanmerking wil komen voor de tsaristische orde, dan moet hij hebben deelgenomen aan militaire operaties 'onder omstandigheden van een invasie van een buitenlands leger'. Daarbij moet hij bovendien heldendaden hebben gepleegd die 'kunnen dienen als een voorbeeld voor alle generaties'.
De onderscheiding is nadrukkelijk bedoeld voor heldendaden tegen buitenlandse troepen, maar de Russische staatswapenmeester denkt dat hij ook uitgereikt zal worden aan deelnemers van de oorlog in Tsjetsjenië. Volgens hem is daar immers sprake van 'buitenlandse huurtroepen' en worden de rebellen grotendeels gefinancierd door buitenlands kapitaal. De oorlog in de afvallige republiek kan daarom beschouwd worden als een oorlog tegen een 'buitenlandse interventie'.
Critici menen dan ook dat Poetin de Sint George-orde vooral in ere heeft hersteld om de oorlog in Tsjetsjenie meer legitimiteit te geven. Anderen zien in de terugkeer van de tsaristische onderscheiding een bewijs dat de Russisch-orthodoxe kerk een steeds belangrijkere rol opeist in de Russische politiek. Het in ere herstellen van de onderscheiding is weer een stap dichter bij de volledige terugkeer van de tsaristische orde, die de kerk voorstaat. Ook de heiligverklaring van de laatste tsaar Nicolaas II moet volgens hen in dat licht worden gezien.
Karel Onwijn