Gezien: Het tropenmuseum
Waardering: 2 van 5
donderdag 14 september 2000Het Tropenmuseum heeft alle registers opengetrokken om het Indisch koloniaal verleden opnieuw tot leven te brengen. De vernieuwde vaste expositie over voormalig Nederlands-Indië, die in februari openging, streelt het oog. Een uitgelezen collectie, aangevuld met de laatste digitale snufjes, en prachtige aangeklede zalen moeten een breed publiek bekoren. Dat zal zeker lukken. Maar het leed en de last van het koloniale verleden komen onvoldoende aan bod.
Twee contrasterende beelden markeren het begin van de tentoonstelling. Een zeventiende-eeuws schilderij van een gezellige markt aan de rand van het oude Batavia hangt boven een Javaanse doek in wajangstijl van de kunstenaar Sitisiwan. De Javaanse doek, uit het begin van de twintigste eeuw, stelt de aanhouding, berechting en terechtstelling van een groep Javanen voor. De Nederlanders zijn gemakkelijk te herkennen aan hun vervaarlijke snorren en enorme neuzen.
In het nagebouwde zeventiende-eeuwse rariteitenkabinet van natuuronderzoeker Georg Rumphius (1627-1702) is een piepklein hoekje vrijgemaakt voor het thema 'koloniale oorlogen'. Hier valt te lezen dat opstanden bloedig werden neergeslagen. Maar namen van beruchte generaals of aantallen slachtoffers ontbreken. En de interactieve digitafel die dit thema moet illustreren is helaas kapot.
Het zwaartepunt van de tentoonstelling ligt in zaal 3, waar de samenstellers de laatste vijftig jaar van 'ons' Nederlands Indië dichterbij willen halen. Daarvoor gebruiken ze poëziealbums, brieven, een koloniaal leesplankje ('Jaap, Gijs, Dien, zus, boe') en ander heimweemateriaal. Verder staan er wassen beelden die de bezoeker vertellen hoe zij hun tropenjaren hebben beleefd. Leuk idee, maar het geluid is te hard afgesteld en de beelden praten door elkaar.
Wie meer wil weten over de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd moet plaatsnemen in een eenpersoonsschoolbankje. Daar volgt een video van twaalf minuten waarin de term 'politionele actie' geen enkele maal wordt genoemd. Dat is een misser in deze herinrichting. Het rechtlijnige zwart-witdenken mag dan in de wetenschap zijn beste tijd hebben gehad, de gemiddelde bezoeker van het Tropenmuseum verdient een duidelijk verhaal over de neergang van het Nederlands kolonialisme.
De laatste zaal, ten slotte, is vrijgemaakt voor de vroegere wereldtentoonstellingen en Nieuw-Guinea. Ook hier valt weer genoeg te genieten: een prachtig miniatuur-gamelanorkest, en de schedelmeter van een in koppensnellers geïnteresseerde fysisch antropoloog.
Nee, aan de collectie ligt het zeker niet.
Sabien OnvleePermanente tentoonstelling
Tropenmuseum, Linnaeusstraat 2, Amsterdam, tel: 020-5688215.