Historisch Nieuwsblad

Demjanjuk-proces: Jules Schelvis klaagt aan

Sociale geschiedenis

Rechtbankverslag van Sobibor-overlevende (4)

maandag 1 maart 2010De Nederlander Jules Schelvis overleefde Sobibor. Nu is hij mede-aanklager en getuige in de rechtszaak tegen oud-kampbewaker John Demjanjuk. Vanuit de rechtbank in München brengt Schelvis regelmatig verslag uit van het proces. Dit keer deel 4: De transportlijsten.

Voordat ik een week op vakantie ga naar warme oorden, doe ik graag kort verslag van de laatste zittingsdagen in het proces tegen Demjanjuk. Dinsdag kwam professor Johannes Houwink ten Cate, hoogleraar Holocaust- en Genocidestudies aan het woord. Hij zou als getuige-deskundige gaan berichten over de transportlijsten Westerbork-Sobibor. Maar hij had ternauwernood zijn personalia aan de voorzitter van de rechtbank Alt kunnen opgeven, of Dr. Busch, de advocaat van Demjanjuk, kwam alweer met zijn inmiddels vrijwel wekelijkse wrakingverzoek.

Volgens Busch had professor Houwink ten Cate zich in een interview met de Wereldomroep in mei 2009 uitgelaten over de schuld van de verdachte, had hij een artikel over Demjanjuk geschreven waarin gesteld werd, dat Demjanjuk in Sobibor had gewerkt en had hij de Duitse vooronderzoekers aan documenten had geholpen. Wat betreft het eerste verwijt zei Houwink ten Cate dat hij mogelijk zoiets had gezegd, maar dat het misschien ook verkeerd was weergegeven. Het gewraakte artikel – de basis voor de biografie die het Historisch Nieuwsblad over Demjanjuk publiceerde - dateert van januari 2009, dus nog van vóór de uitlevering van Demjanjuk, en heeft - iedereen kan dit op internet nalezen - niet de minste juridische pretentie, terwijl de transportlijsten door het Herinneringscentrum Westerbork zijn aangeleverd.

De rechtbank deelde mee – ook dat is inmiddels gangbaar geworden – niet meteen te beslissen over het wrakingverzoek en hoorde Houwink ten Cate niet als getuige-deskundige maar als getuige, zodat hij niet mocht concluderen maar over eigen waarneming moest berichten. Juridisch maakt dit overigens niet veel uit; er is niet of nauwelijks een statusverschil tussen getuige-deskundige en getuige. Beide zijn onderworpen aan dezelfde waarheidsplicht en wat de rechtbank als bewijs beschouwt mogen rechters – in Nederland én in Duitsland - zelf beslissen. Overigens was zijn voordracht zeer indrukwekkend. Niet alle aanwezige journalisten uit Nederland realiseerden zich dit.

Bovendien kon Houwink ten Cate uit eigen waarneming verklaren, want hij heeft de transportlijsten stuk voor stuk in handen gehad. Ik weet dat heel zeker, want ik was daar zelf bij. Ik zat naast hem toen hij dat onderzoek deed. Het overzicht van types transportlijsten en vindplaatsen daarvan, zoals dat nu onderdeel uitmaakt van het dossier, hebben hij en ik samen opgesteld.

Voor de pauze zette Houwink ten Cate aan de hand van voorbeelden op de overheadprojector helder uiteen, waarin die verschillende types van elkaar verschillen en in welke volgorde ze zijn gemaakt. Na de pauze nam hij die lijsten transport voor transport door, alle negentien. Hij verklaarde over het rapportschrift van de Orde Dienst, de joodse toezichthouders in Westerbork die met de Nederlandse marechaussees de geïnterneerden vanuit hun barak naar de trein brachten. De gedeporteerden wisten niet dat zij naar Sobibor gingen, maar kampcommandant Gemmeker wist dat wel. Hij vertelde ook over de overlijdensverklaringen van de gedeporteerden van na de oorlog, zoals die onder de auspiciën van het Nederlandse ministerie van Justitie op basis van onderzoek door het Rode Kruis zijn opgesteld.

Houwink ten Cate kon dus niet concluderend verklaren dat de transportlijsten echt en authentiek zijn, maar wel dat hij in 25 jaar beroepservaring nog nooit heeft meegemaakt dat iemand wiens naam op de transportlijst stond tijdens de oorlog ergens anders is overleden dan in Sobibor - behoudens de weinigen die vanuit Sobibor werden doorgestuurd naar werkkampen in Lublin en, zoals ik, Dorohucza. Dit was de essentie van zijn hele optreden daar die dag. Een Israëlische journalist pikte dit wel op, de Nederlandse collega’s jammer genoeg niet. Dat één van hen, Max Pam van de Volkskrant, mij ook nog verkeerd citeerde, zodat het leek dat ik me van het werk van Houwink ten Cate distantieerde, ergerde me een beetje.

En, een laatste opmerking: bij welke mensen komt het in vredesnaam op om aan de echtheid van die transportlijsten te twijfelen? Niet bij de Nebenkläger, die weten maar al te goed dat de namen van hun vermoorde familieleden op die lijsten voorkomen. Het overkwam medeaanklager Rob Wurms, die op een van de door Houwink ten Cate getoonde lijsten de namen van zijn zusters Veronika, geboren op 9 juni 1927, en Kaatje, geboren op 4 mei 1929, zag staan. Hoe oud zij waren toen zij in Sobibor werden vermoord, kunt u zelf uitrekenen.

Op woensdag werd getuige Alex Nagorny verhoord, die verklaarde zoals een man van 90 dat soms niet anders kan, met gaten in zijn herinnering. Eerst zat hij als krijgsgevangene in een kamp in Chelm. Daar 'was het leven slecht. We sliepen buiten en hadden geen barakken. Het was zomer. We aten vlees van overleden paarden. Vele Russische soldaten stierven.'

Hij is ook in het opleidingskamp Trawniki geweest. 'Daar begrepen we de instructies niet, want we spraken geen Duits. De tolk zei wat we moesten doen. Exerceren, links, rechts. Er werd getoond hoe een geweer werkt. In Trawniki kreeg ik een Dienstausweis, een kleine kaart. Aan de hand van een liniaal moest hij de rechters aangeven hoe groot, of klein, die kaart wel was. Voor de Ausweis Hiervoor werd een foto gemaakt. Ik weet niet of ik een handtekening moest plaatsen. Ik ben niet naar school geweest.' Via Rostock kwam Nagorny in het concentratiekamp Flossenbürg terecht. Er was een restaurant in de buurt. Het bier daar was niet goed, herinnerde hij zich wel weer.

Nagorny wist niet meer of hij in Flossenbürg een Dienstausweis bij zich had. Daarna diende hij met duizenden andere Oekraïeners in leger van generaal Vlassow aan de kant van de Duitsers. In het Vlassow-leger ontdeed hij zich, toen de Amerikanen kwamen, van zijn Dienstausweis. Nagorny vertelde verder: 'Ik heb in Würzburg in de gevangenis gezeten. Er was een pistool gevonden in een brood door de Duitse of Amerikaanse politie. Ik ben veroordeeld. We waren met z’n drieën. Demjanjuk, Topka en ik. Ik kreeg drie jaar gevangenisstraf, de andere twee werden vrijgesproken.'
 
'Demjanjuk en Topka kwamen uit Landshut. Ik woonde met Demjanuk in Landshut. Ik leerde Demjanjuk kennen te Flossenbürg, hij was al daar toen in daar kwam. Demjanjuk was daar wachtman. Na Flossenbürg zijn Demjanjuk en ik gezamenlijk naar Heuberg gegaan naar het Vlassow-leger. Naar Rusland kon ik na de oorlog niet meer terug, Stalin had mij opgehangen.
Dus ben ik in Landshut gebleven. Ik ben niet naar Amerika gegaan alhoewel ik het wel wou. Bij een verhoor door de Amerikaanse autoriteiten kreeg ik te horen dat ik als Russisch soldaat niet welkom was. Demjanjuk vertrok naar Amerika nadat hij te Duitsland getrouwd was.'

Tot zover de zittingsdagen van deze week. Na mijn vakantie hoort u weer van mij, en zeker niet voor het laatst, want deze week hoorden we ook dat het vonnis, dat eerst nog voor deze zomer werd verwacht, niet voor november te verwachten is. Als de verdachte dat nog maar beleeft. Hetzelfde geldt trouwens voor mij. Wij zijn ongeveer van dezelfde leeftijd.

Jules Schelvis,
Nebenkläger en getuige.


Gerelateerde artikelen



Login

Zoek

Deze maand

Geschiedenis 24