Russen: Hitlers schedel is wél echt
Politieke geschiedenis
De controverse rond de ‘schedel van Hitler’ is nog niet voorbij. De Russische inlichtingendienst FSB bestrijdt de conclusies van Amerikaanse onderzoekers, die onlangs aantoonden dat het in Moskou bewaarde schedeldak afkomstig is van een vrouw.
15 december | bron:
Der SpiegelVasily Kristivorov, directeur van het archief van de FSB – de opvolger van de KGB – weet het zeker: de in zijn kluis bewaarde lichaamsdelen – een onderkaak plus het bewuste schedeldak – hebben toebehoord aan Adolf Hitler. Sovjet-leider Stalin liet de overblijfselen nauwkeurig onderzoeken om zeker te weten dat zijn rivaal dood was. Andere resten zijn er niet: Hitlers stoffelijke overschot zou op 4 april 1970 op bevel van KGB-chef Joeri Andropov uit een mortuarium in Magdeburg zijn gehaald en verbrand.
Afgelopen oktober onderwierp onderzoeker Nick Bellantoni van de Universiteit van Connecticut het schedeldak aan een DNA-test. Resultaat: het lichaamsdeel heeft toebehoord aan een vrouw tussen de 20 en 40 jaar, en kan dus onmogelijk van Hitler zijn geweest. Eerder waren er al twijfels gerezen aan de echtheid van het schedeldeel, dat recht in het voorhoofd een kogelgat vertoond. Volgens ooggetuigen zou Hitler zich diagonaal door zijn gehemelte hebben geschoten.
Kristovorov betwist de resultaten van Bellantoni. ‘De onderzoekers hebben nooit contact met ons gezocht. Waarmee hebben zij het DNA kunnen vergelijken?’ Bellantoni heeft een ander verhaal. Volgens hem is hij wel degelijk in Moskou geweest en mocht hij twee DNA-samples meenemen: één van de schedel en één van het bloed dat is aangetroffen op de sofa uit Hitlers bunker waarop hij zichzelf zou hebben doodgeschoten. Het bloed was volgens Bellantoni wel mannelijk en kan dus van Hitler zijn geweest.