'Westalgie bemoeilijkt Europese integratie'
Internationale betrekkingen
maandag 9 november 2009‘Sinds de val van de Muur hebben West-Europeanen te weinig de hand in eigen boezem gestoken, als het gaat om het vastlopen van de Europese integratie. Ze hebben het probleem steevast bij Oost-Europa gelegd.’ Dit stelde Frans Timmermans, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken tijdens een debatavond over 1989 en West-Europa, op 4 november in Het Nutshuis in Den Haag.
Costijn van der Ploeg | 9 november 2009
‘In de verwachting dat de Oost-Europeanen vanzelf wel weer zouden vertrekken, hebben we de nieuwkomers als tafelgasten behandeld, grappen gemaakt over hun vreemde tafelmanieren en nagelaten om te vertellen hoe het wel moet,’ zei Timmermans.
Daarnaast verlangen veel West-Europeanen volgens Timmermans terug naar het vooroorlogse neutrale Europa. Een verschijnsel dat hij in navolging van Margriet Brandsma omschrijft als
westalgie. ‘In ons verlangen onze wereld weer in de greep te krijgen, zoeken we naar de instrumenten die ons vroeger zo goed gediend hebben, de natiestaat voorop. Het benadrukken van culturele verschillen en het vasthouden aan de idee van de natiestaat, die alle problemen voor haar burgers oplost, zal de Europese integratie echter niet verder helpen,’ denkt Timmermans.
Paul Scheffer, hoogleraar Grootstedelijke problematiek aan de Universiteit van Amsterdam, stelde dat West-Europeanen na de val van de Muur dachten dat de democratie onkwetsbaar was en dat de instroom van Oost-Europese immigranten door de samenleving kon worden opgevangen. Die verwachting is niet uitgekomen. Daarom moeten we ‘onszelf in de spiegel bekijken, de doelstellingen van de Europese Unie – stabiliteit en veiligheid – benadrukken en daarbij het gebruik van historische argumenten vermijden.’
Scheffer is pessimistisch als het gaat om de toekomstige integratie van de Europa. ‘De EU gaat gebukt onder een gebrek aan centralisatie en de balans binnen de EU is met 27 lidstaten te fragiel. Bovendien is men in Oost-Europese landen bang dat de regionale culturele identiteit door de voortschrijdende Europese integratie verloren gaat.’
Timmermans vindt dergelijke gevoelens bij aspirant-lidstaten volledig ongegrond, omdat ‘het EU-Verdrag juist regionale culturele diversiteit waarborgt’.