Historisch Nieuwsblad

Huis van de Democratie komt er toch

Politieke geschiedenis

In 2013 opent nabij het Binnenhof een Huis van de Democratie en Rechtsstaat. Een eerder voorstel om staatkunde en geschiedenis te bundelen in één instituut strandde op het politieke besluit om een Nationaal Historisch Museum (NHM) te bouwen. Nu trekt het kabinet geld uit voor een apart educatief centrum over democratie in Den Haag - de stad die het NHM aan haar neus voorbij zag gaan.

Politiek is saai en onbegrijpelijk. Althans, dat denken veel Nederlanders. Slechts weinig mensen weten wat de democratische rechtsstaat precies inhoudt. Het Huis van de Democratie heeft als doel de kennis over democratie onder Nederlanders te vergroten en hun belangstelling voor de politiek te stimuleren. De bezoeker moet gaan inzien dat ‘democratie niet vanzelfsprekend is, maar veroverd is en voortdurend aan veranderingen en bedreigingen onderhevig is.’ Vanaf dit jaar draait het proefprogramma ‘De Haagse Tribune’, waaraan in het tweede jaar al 25.000 scholieren deelnemen.

‘Het Huis zal een plek zijn waar een grote veelzijdigheid aan activiteiten rondom de democratie plaatsvindt,’ zegt Cathrien van Herwaarden-Canneman, secretaris van de stichting Huis van de Democratie. Er zullen tentoonstellingen georganiseerd worden over de politieke geschiedenis van Nederland en er komt een documentatiecentrum. Maar de bezoeker kan ook zelf ervaring opdoen door gesprekken met politici, een simulatiespel, debatwedstrijden en evenementen als CoolPolitics. ‘Stap voor stap moet het uitgroeien tot een ware oefening in democratie,’ zei CDA-kamerlid Jan Schinkelshoek in juni 2008.

De plannen komen niet uit de lucht vallen. Al ruim tien jaar wordt er nagedacht over de invulling van een educatief centrum over democratie. Het idee ontstond al in 1998, tijdens de viering van 750 jaar Den Haag. Pas in 2004 kwam er een voorstel van minister Thom de Graaf van D66 waarin het Huis van de Democratie werd samengevoegd met de plannen voor een centrum voor geschiedenis. Dit Centrum voor Geschiedenis en Democratie (CGD) strandde toen SP-leider Jan Marijnissen en CDA-voorman Maxime Verhagen een motie indienden voor een Nationaal Historisch Museum. De motie werd aangenomen, waardoor ‘democratie’ uit de plannen verdween en al het geld naar het geschiedenismuseum ging.

Het Instituut voor Publiek en Politiek (IPP), dat zich toespitst op democratie in de huidige samenleving en ontwerper is van de StemWijzer, besloot daarom samen met het Haags Historisch Museum een proefproject te starten voor een educatief centrum over democratie. Het IPP en het Forum Democratische Ontwikkeling (FDO) zullen opgaan in het nieuwe Huis van de Democratie.

Nadat Den Haag de strijd om het NHM had verloren, ontstond er meer ruimte en belangstelling voor een Huis van de Democratie. Het kabinet besloot alsnog geld te investeren. Vanaf 2012 mag het Huis rekenen op een jaarlijkse subsidie van 4.750.000 euro. Omdat het om een onafhankelijke organisatie gaat, kunnen er ook nog eigen inkomsten worden geworven. Wie er toezicht gaat houden op de onafhankelijkheid van de stichting is nog niet duidelijk. Van Herwaarden: ‘Wij hebben de minister geadviseerd vooral mensen te benoemen die zich werkelijk betrokken voelen en ervaring hebben.’

Velen vrezen eenzelfde scenario als bij het NHM, waarbij de politiek zal zich gaan mengen in de plannen, wat ten koste zal gaan van de onafhankelijkheid van het Huis. Voorzitter van het FDO Joop van den Berg zei in een rondetafelgesprek: 'De Kamer moet zijn handen thuishouden.' Cathrien van Herwaarden denkt dat het niet zo’n probleem gaat worden als bij het NHM. ‘De plannen verlopen goed, de politiek kan vertrouwen hebben. Het parlement is bovendien zelf een belangrijke partner in het Huis.’

‘De democratie is van en voor ons allemaal, het Huis van de Democratie dus ook,’ aldus de website van de stichting Huis van de Democratie. Toch zal het Huis zich voornamelijk richten op jongeren. Van de 250.000 bezoekers die het Huis per jaar wil gaan verwelkomen, moet maar liefst 175.000 scholier of student zijn. De doelstelling is dat elke leerling op het voortgezet onderwijs op zijn minst één keer in zijn schooltijd het Huis bezoekt.

Het is nog niet duidelijk waar het Huis voor de Democratie gevestigd gaat worden. Het gemeentebestuur van Den Haag en de stichting Huis van de Democratie hebben een voorkeur voor nieuwbouw tussen het stadhuis en de Kamer. Op die plek kan het Huis ook een uitvalsbasis zijn voor bezoeken aan de Tweede Kamer en de Ridderzaal. Bezoekers kunnen op deze manier van dichtbij zien hoe de wetgeving tot stand komt. ‘Het moet gek lopen als het niet op die plek komt,’ aldus Herwaarden.

Op 9 september is er algemeen overleg tussen de Kamer en de minister van Binnenlandse Zaken. Dan komt er misschien meer duidelijkheid over de benoeming van een directeur en welke locatie wordt toegewezen. Pas dan kan er begonnen worden met de definitieve invulling.

Dorien de Vos
15 juli 2009

Gerelateerde artikelen



Login

Zoek

Deze maand