Onderzoek dekolonisatie Indonesië gepresenteerd
woensdag 24 juni 2009In opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport deed het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) de afgelopen vier jaar uitvoerig onderzoek naar de dekolonisatie van Indonesië. Op 11 januari werden de resultaten gepresenteerd op het jaarlijkse literaire festival Winternachten in Den Haag.
door Wouter Daemen
Het onderzoek is het resultaat van de lobby van de Indisch-Nederlandse gemeenschap, die meer aandacht wil voor de eigen historie. Naast individuele uitkeringen en de oprichting van een fonds voor collectieve projecten, kreeg het NIOD opdracht de geschiedenis van de oorlog en de dekolonisatie nog eens onder de loep te nemen. ‘Maar het is een onafhankelijk onderzoek en niet in dienst van de Indisch-Nederlandse gemeenschap geschreven,’ benadrukt Remco Raben, een van de bedenkers van het onderzoeksprogramma. Hij hoopt met de uitkomsten een breed publiek te bereiken. Daarom werd ook gekozen voor de presentatie tijdens Winternachten. ‘Het is niet de bedoeling ons op te sluiten in de ivoren toren van de wetenschap.’
‘We hebben er bewust voor gekozen om buiten de rancuneuze sfeer van de discussie rondom de politionele acties te blijven,’vertelt Raben. ‘We wilden de nationale en politieke perspectieven omzeilen en ons richten op de sociale en economische achtergronden van de dekolonisatie.’
De overgang van een Indische naar een Indonesische samenleving tussen grofweg 1930 en 1960 wordt van veel kanten belicht; zo behandelt het onderzoek de veranderingen in de steden, het bedrijfsleven en misdaad en veiligheid. Vanuit dat perspectief is de dekolonisatie een lang uitgesponnen proces van aanpassing en modernisering, met een politiek hoogtepunt tijdens de revolutie. ‘Je kunt het ook zo bekijken: wilde Nederlands-Indië zich ontwikkelen tot een moderne samenleving, dan was onafhankelijkheid van Nederland noodzakelijk,’ aldus Raben.
Tijdens de presentatie stipte elke onderzoeker kort de kern van zijn deelonderzoek aan. Freek Colombijn en Bambang Purwanto vertelden over de veranderende stadsaanzichten na vertrek van de Nederlandse kolonisten. De Leidse historicus Thomas Lindblad beschreef hoe de Indonesische economie zich pas in 1958 van zijn koloniale erfenis kon ontdoen.
Onder leiding van programmacoördinatrice Els Bogaerts is tijdens het onderzoek intensief samengewerkt met een groot aantal jonge Indonesische historici. De interesse in de sociale kanten van de geschiedenis, inclusief de koloniale tijd, was groot. ‘Hun bijdragen op lokale basis waren een waardevolle toevoeging aan het onderzoek,’ zegt Raben, ‘terwijl zij op hun beurt veel van hun Nederlandse collegae konden leren.’