CPN-vrouwen aan het woord
Politieke geschiedenis
Het Internationaal Informatiecentrum en Archief voor de Vrouwenbeweging (IIAV) gaat vrouwen interviewen die lid zijn geweest van de Communistische Partij van Nederland (CPN). Dit oral history-project wordt gedaan in het kader van Erfgoed van de oorlog, een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) om materiaal over de Tweede Wereldoorlog te verzamelen.
Op dit moment is het IIAV nog op zoek naar vrouwen die lid waren van de CPN. ‘Het gaat om vrouwen die vóór 1925 zijn geboren. In eerste instantie zullen we kort met de aangemelde vrouwen spreken. Vanaf 1 juli willen we met de echte interviews beginnen,’ aldus Josien Pieterse, die de interviews zal afnemen. Ze hoopt op een diverse groep vrouwen. ‘We zijn niet nadrukkelijk op zoek naar de sleutelfiguren van het verzet.’
Er zal niet alleen naar de Tweede Wereldoorlog worden gekeken. ‘Deze periode is zeer relevant en zal meer aandacht krijgen, maar wordt niet los gezien van de tijd erna,’ legt Pieterse uit. ‘We zullen de vrouwen vragen naar hun motivatie om lid te worden van de CPN, hun rol in de partij en of ze actief waren binnen het verzet. En we besteden aandacht aan wat de gevolgen van de Koude Oorlog voor hen waren.’
Het IIAV is geïnteresseerd in vrouwen die zich bezighielden met politiek ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Eerder deed het IIAV onderzoek naar NSB-vrouwen. Dit keer is voor CPN-vrouwen gekozen. ‘Zij vormen een uitgesproken politieke groep,’ legt projectleider Grietje Keller uit. In de toekomst zal er ook onderzoek komen naar dochters van NSB- en CPN-vrouwen, en vrouwen uit de Bersiap-periode: de gewelddadige tijd die volgde op het uitroepen van de onafhankelijkheid van Indonesië.
Het is niet de bedoeling om de interviews met de vrouwelijke CPN-leden te koppelen aan die met de NSB-vrouwen. ‘Wel gebruiken we dezelfde vraagstellingen,’ vertelt Keller. ‘Als we vergelijkingen trekken tussen deze twee groepen zal dit op een structureel niveau zijn, niet inhoudelijk. De organisatievorm bijvoorbeeld. Zo waren breiclubjes bij NSB-vrouwen belangrijk.’
De interviews worden op video vastgelegd en komen in een database terecht, die voor onderzoekers te raadplegen zal zijn bij het IIAV. ‘Meestal worden mensen geïnterviewd vanuit een bepaalde onderzoeksvraag,’ legt Pieterse uit. ‘Maar wij creëren bronnen voor een archief, en dat is nieuw in Nederland.’
Evelien Vleeshouwers
11 maart 2009