Historisch Nieuwsblad

Omgang met ‘fout’ verleden onderzocht

Hoe ging Nederland na de Tweede Wereldoorlog om met NSB’ers en andere ‘foute’ Nederlanders? Met die vraag start het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) een onderzoeksprogramma, dat in 2012 drie nieuwe boeken moet opleveren.

‘Erfenissen van collaboratie’ heet het onderzoeksprogramma, dat op 24 oktober jongstleden werd gelanceerd. Volgens het NIOD zegt de naoorlogse positie van ‘foute’ Nederlanders en hun gezinnen iets over de Nederlandse samenleving als geheel. Het onderzoek wil ‘inzicht geven in de mechanismen van uitsluiting en integratie en de daarmee samenhangende ideeën van goed burgerschap,’ zo vermeldt de website www.erfenissenvancollaboratie.nl.

Het NIOD-onderzoek bestaat uit drie onderdelen. Helen Grevers gaat zich bezighouden met het leven in de interneringskampen, waar na de bevrijding ongeveer 130.000 NSB’ers en andere zogenaamde politieke delinquenten zijn opgesloten. Grevers studeerde onlangs af op een onderzoek naar steunbetuigingen die buren en bekenden van oud-NSB’ers stuurden naar de tribunalen die deze mensen moesten berechten. ‘De brieven nuanceren de mate van sociaal isolement waarin ‘foute’ Nederlanders verkeerden,’ zegt Grevers.

De maatschappelijke integratie van ex-politieke delinquenten na hun vrijlating wordt onderzocht door Ismee Tames. Zij zal vooral kijken naar arbeidsparticipatie. ‘Ex-collaborateurs bleven herkenbaar door hun strafblad. Werkgevers probeerden deze mensen buiten de deur te houden.’ Tames werkte de afgelopen jaren aan een studie naar de lotgevallen van kinderen van ‘foute’ ouders, waarvan het resultaat in het voorjaar van 2009 zal worden gepubliceerd.

De emancipatie van deze ‘kinderen van’, zoals die sinds de jaren tachtig langzaam plaatsvindt, is onderwerp van het derde onderdeel van ‘Erfenissen van collaboratie’. Hiervoor is als onderzoeker de psycholoog Bram Enning aangetrokken. Enning publiceert volgend jaar een dissertatie over psychiater Jan Bastiaans, die in de jaren zestig oud-verzetsdeelnemers behandelde met LSD. Ook in dat onderzoek kwam Enning een geval van uitsluiting tegen. ‘In de beroemde film die Louis van Gasteren maakte over Bastiaans’ therapie, is de verzetsman Telling als patiënt te zien. Telling was zelf een kind van ‘foute’ ouders. Daardoor was hij niet welkom bij een behandelinstelling als Centrum ’45, hoewel hij in het verzet had gezeten.’

Naast ‘Erfenissen van collaboratie’ ondersteunt het NIOD nog twee nieuwe onderzoeksprojecten die te maken hebben met het ‘foute’ oorlogsverleden. Zonneke Matthée werkt aan een oral history-project waarbij interviews met vrouwelijke ex-collaborateurs op geluidsband of video worden vastgelegd. Josje Damsma gaat aan de Universiteit van Amsterdam een promotieonderzoek doen naar de partijcultuur binnen de Nationaal-Socialistische Beweging. Zij studeerde onlangs af op een scriptie over het leven van doorsnee NSB’ers in de hoofstad. ‘Loe de Jong heeft de NSB’ers beschreven als een kleine, geïsoleerde en gehate minderheid,’ aldus Damsma. ‘Het is de vraag of dat beeld standhoudt.’

Gerelateerde artikelen



Login

Zoek

Deze maand