‘Dries’ bedroog ‘Ed’ bij formatie 1977
woensdag 21 mei 2008Oud-premier Dries van Agt heeft toegegeven dat hij tijdens de mislukte formatie met de PvdA in 1977 zijn onderhandelingpartner Ed van Thijn heeft bedrogen. Van Agt deed zijn bekentenis tijdens de presentatie van zijn biografie, op 19 mei in Den Haag.
Na de officiële overhandiging van de biografie Tour de force door premier Balkenende (51, geen biografie) in het Catshuis werd Van Agt (77, twee biografieën) in het tegenovergelegen Bel Air Hotel toegesproken door enkele oud-collega’s. Ed van Thijn (74, vier autobiografische boeken) riep de mislukte formatie van een kabinet-Den Uyl II in herinnering.
Volgens de toenmalige PvdA-fractieleider hadden hij en Van Agt in hoge mate overeenstemming bereikt over ‘de poppetjes’. Dat gebeurde tijdens het zogenoemde conclaaf, dat Van Thijn onder vier ogen met Van Agt had in de nacht van 24 op 25 oktober 1977. Van Agt zou hem voor de keuze hebben gesteld: óf Frans Andriessen óf Roelof Kruisinga namens het CDA in het kabinet. ‘Ik aarzelde geen moment. Andriessen was een man waar je van op aan kon. Rechtdoorzee.’
Verder was volgens Van Thijn afgesproken dat Ruud Lubbers minister van Ontwikkelingssamenwerking zou worden, in plaats van Jan Pronk. Voor de PvdA-partijraad was dat onaanvaardbaar, maar Van Thijn weigerde om terug te gaan naar de onderhandelingstafel. ‘Een man een man, een woord een woord. Ik had een afspraak met Van Agt.’
Van Agt zelf heeft dat echter altijd ontkend. Volgens hem was er tijdens het conclaaf niet over personen gesproken. Behalve, zo zei hij destijds tegen de NOS-televisie, ‘dat we geen van beiden waanzinnigen zullen aanleveren’. Op 1 november bleek dat Van Agt toch per se zowel Andriessen als Kruisinga op een ministerpost wilde hebben; Den Uyl blokkeerde dat. Tien dagen later zei het CDA definitief nee tegen Den Uyl II en lag de weg open voor het eerste kabinet-Van Agt, samen met de VVD van Hans Wiegel.
Nu, ruim dertig jaar later, gaf de oud-premier Van Thijn gelijk. Hij deed dat op de hem typerende, indirecte wijze: ‘Heb ik de kluit belazerd toen na het conclaaf? Ik zal tot mijn sterfbed met deze vraag bezig blijven. Het kán zijn.’
Van Thijn sprak in Bel Air ook over de zaak-Menten uit 1976. Deze gezochte oorlogsmisdadiger ontsnapte naar Zwitserland, een dag voordat de politie hem wilde oppakken. Van Agt werd in de Tweede Kamer keihard aangepakt door met name de PvdA-fractie. Volgens Wiegel (66, geen biografie), die ook een toespraak hield, té hard. ‘Niemand die erbij zat, kon dat accepteren.’ Volgens Van Thijn had het allemaal ‘weinig met politiek te maken, en alles met persoonlijke betrokkenheid. Dat Menten kon ontkomen voelde alsof er op ons hart werd getrapt. Dat was niet de schuld van Dries, maar wel zijn staatsrechtelijke verantwoordelijkheid’.
De zaak-Menten en Van Agts eerdere pleidooi voor de vrijlating van de Drie van Breda, hebben hem in de ogen van sommigen verdacht gemaakt. Van Agts huidige pro-Palestijnse standpunt draagt daaraan bij. Van Thijn echter vindt elk vermoeden van antisemitisme ‘schandelijk’. ‘Dries is nooit een antisemiet geweest en nu ook niet.’ Van Agt reageerde op deze woorden dankbaar en ontroerd: ‘Ed, dit is het mooiste geschenk van deze middag.’
Bas Kromhout