Alle themapagina's

50 jaar na de dood van Stalin

Historiografie - Ideeëngeschiedenis - Politieke geschiedenis

Door: Bas Kromhout

HN nr. 1/2003‘Stalin geloofde heilig in zijn eigen propagandaleuzen’

1/2003Over Stalin kunnen we kort zijn: hij was een monster, een gek die miljoenen opofferde aan zijn eigen machtshonger. Einde verhaal. Of is er meer? Vijftig jaar na zijn dood schetsen Nederlandse onderzoekers een ander beeld. Volgens hen koesterde Stalin de heilige overtuiging een hoger doel te dienen. ‘Hij geloofde in het communisme zoals de paus in God.’
Stalin, leider van de Sovjet-Unie tussen 1924 en 1953, is helemaal terug. Tien jaar geleden zijn de archieven van de voormalige Sovjet-Unie opengegaan en een stroom van nieuwe publicaties is het gevolg. Twee Nederlandse historici, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, publiceerden in 2002 allebei een boek over de stalinistische tijd. Marc Jansen schreef samen met Nikita Petrov Stalin’s loyal executioner: people’s commissar Nikolai Ezhov. Erik van Ree kwam met The political thought of Joseph Stalin. A study in twentieth-century revolutionary patriotism. Beide onderzoekers proberen nieuw licht te werpen op het bewind van een man die is omgeven met stereotypen. We toetsen er tien aan hun laatste inzichten.

1. De pragmaticus
‘Het idee heerst dat Stalin een koele pragmaticus was, die onverschillig stond tegenover de communistische ideologie’, zegt Van Ree. ‘Dat misverstand heeft een aantal oorzaken. Mensen met radicale ideeën worden zelden serieus genomen. Óf het zijn verwarde geesten, óf hun denkbeelden dienen slechts een zelfzuchtig doel. Bovendien was Stalin tactisch zeer wendbaar en dat maakt een pragmatische indruk. Verder is het voor mensen moeilijk te accepteren dat exemplarische schurken als Stalin en Hitler werden gedreven door idealisme. Het wordt opgevat als excuus.’
        
Van Ree heeft als eerste historicus een boek gewijd aan het politieke denken van Stalin. Maandenlang spitte hij in de papieren nalatenschap van de sovjetleider. Diens persoonlijke boekenkast bevat zo’n 390 titels. Niemand kan dus volhouden dat Stalin nooit een boek heeft gelezen. ‘Hij was geen groot academicus, maar had wel vijf jaar op een seminarie gezeten en kende dus Grieks. Uit zijn persoonlijke notities rees voor mij het beeld van Stalin als overtuigd marxist. Hij geloofde in het communisme zoals de paus in God.’

2. De opportunist
‘Veel mensen denken dat Stalin geen rol van betekenis speelde in de Oktoberrevolutie van 1917’, zegt Jansen. ‘Hij zou zich pas later op de voorgrond hebben gedrongen. Volgens één verhaal heeft hij zelfs door de revolutie heen geslapen. Dat is onzin. Stalin was in 1917 een van de topleiders van de communistische partij en had een belangrijk aandeel in de revolutie in Sint-Petersburg. Ook speelde hij een rol in de daarop volgende burgeroorlog tegen de vijanden van het nieuwe bewind. Die rol is later in de stalinistische propaganda wel sterk uitvergroot.’ Op tekeningen en schilderijen zie je Lenin en Stalin gebroederlijk de revolutie aanvoeren, terwijl de werkelijke tweede man Trotski is verdwenen.
        
Volgens een populaire opvatting wantrouwde Lenin Stalin. Dat is slechts gedeeltelijk waar. Stalin was Lenin al vóór de revolutie opgevallen als een gewiekst organisator van politieke aanslagen en overvallen. In 1912 kreeg Stalin een stoel in het Centraal Comité van de partij. In 1917 werd hij volkscommissaris voor de Nationaliteiten en in 1922 secretaris-generaal van de bolsjewistische partij. ‘Als topfunctionaris had hij direct contact met Lenin’, zegt Jansen. ‘Pas later kwamen er conflicten.
        
Lenin en Stalin waren het oneens over de manier waarop Moskou moest omgaan met de niet-Russen binnen de Sovjet-Unie. Stalin, hoewel zelf Georgisch, stelde zich centralistischer op dan Lenin. Het conflict liep uit de hand na een telefoongesprek tussen Stalin en Lenins vrouw, waarbij hij haar onheus zou hebben bejegend. Daarop schreef Lenin zijn beroemde “testament”: een brief aan het partijcongres met het voorstel Stalin af te zetten als secretaris-generaal.’
Het liep anders. In 1924 stierf Lenin en was Stalins macht definitief gevestigd.

3. De verrader van de revolutie
Het wijdverbreide idee dat Stalins politiek haaks stond op die van Lenin is zwaar overdreven. Stalins beleid was stevig geworteld in het marxistisch-leninistische gedachtegoed. Van Ree: ‘Neem de doctrine van het “socialisme in één land”, waarmee Stalin bedoelde dat de opbouw van een sterke sovjetstaat in Rusland prioriteit had boven verspreiding van het communisme naar het buitenland. Hoewel Marx en Engels dat idee afwezen, vond onder meer de Duitse theoreticus Karl Kautsky (1854-1938) dat een communistisch land autarkisch moest zijn. Ook Lenin vond dat, zolang de rest van de wereld niet klaar was voor revolutie, de opbouw van een stabiele rode staat in Rusland voorop stond.’
        
Het ‘socialisme in één land’ heeft Stalin het verwijt opgeleverd dat hij de wereldrevolutie verraadde. Onterecht, zegt Van Ree. ‘Hij geloofde absoluut dat de wereld ooit helemaal communistisch zou zijn. Alleen, het zou een zaak van lange duur zijn. Eerst moest een aantal grote oorlogen plaatsvinden, waarna het ene volk na het andere zou revolteren. Kapitalisme en communisme waren gedoemd om elkaar te bestrijden. Wereldrevolutie was staatsbelang.’
        
In sommige opzichten week Stalin af van Marx. ‘Utopische denkbeelden als het afschaffen van de grote steden, van geld en iedere vorm van marktwerking wees Stalin van de hand als niet realistisch. Ook daarin stond hij niet alleen. Kautsky begreep al dat een samenleving van volledige gelijkheid niet werkt. Hij pleitte voor een moderne staatsbureaucratie. Stalin schafte de oude heersersklasse af en schiep een nieuwe geprivilegieerde klasse van bureaucraten.’
        
Tegelijkertijd schrapte hij de onder Lenin ingevoerde positieve discriminatie van arbeiders. ‘In plaats van het proletariaat stelde Stalin “het volk” centraal. Een vaag begrip, dat ook de intellectuelen omvatte. Bourgeoisie en kapitalisten hoorden natuurlijk niet tot het volk. Boeren wel, maar op het tweede plan: voor hen golden allerlei beperkende regels met betrekking tot vestiging en reisbevoegdheid.’
        
Stalins politiek om al het boerenland onder te brengen in grote collectieve bedrijven was volgens Van Ree ideologisch glaszuiver. ‘Marx en Engels schreven in het Communistisch Manifest dat de grond genationaliseerd moest worden en de boeren verenigd in arbeidslegers.’ Dat als gevolg van de collectivisatie de landbouwopbrengsten daalden, deed Stalin niet van koers veranderen.

4. De psychopaat
Marx had voorspeld dat wanneer de communistische heerschappij was gevestigd, de oude bezittende klasse in opstand zou komen. Dus was het voor Stalin zaak de vijanden van het bolsjewisme uit te schakelen. Het gemak waarmee hij dat deed en de omvang die de vervolging aannam hebben hem de reputatie bezorgd van een bloeddorstige maniak. Tussen de tien en twintig miljoen doden heeft Stalin op zijn geweten. Tijdens de zogenoemde Grote Terreur van 1937-1938 liet hij binnen vijftien maanden zo’n zevenhonderdduizend ‘volksvijanden’ ombrengen. Maar ook hierin was Stalin niet veel anders dan zijn voorganger. Jansen: ‘Lenin oefende na de revolutie een Rode Terreur uit tegen boeren en politieke tegenstanders, ook socialisten. Het verschil met Stalin is dat diens terreur zich ook tegen de partij keerde.’
        
Stalin voelde zich voortdurend bedreigd, ook vanuit de partijtop. Dat was niet helemaal onbegrijpelijk, vindt Jansen. ‘Stalins “kroonprins” Kirov is immers vermoord in 1934. Volgens veel historici zat de leider er zelf achter. Door eerst zijn rivaal Kirov uit de weg te ruimen en vervolgens de invloedrijke partijleden Kamenev en Zinovjev te beschuldigen en ter dood te laten brengen, zou hij drie vliegen in één klap hebben geslagen. Maar voor deze theorie zijn nooit bewijzen gevonden.’
        
Stalins moordcampagnes gingen gepaard met veel retoriek; overal zag hij plutocraten, reactionaire ophitsers en saboteurs. ‘Stalin geloofde heilig in zijn eigen propagandaleuzen’, zegt Van Ree. ‘Zelfs in zijn meest persoonlijke papieren schrijft hij soms dat iemand een ‘mensjewistische vijand van het communisme’ is die moet worden verdelgd. Of Stalin een psychopaat was? Hij had zeker een karakterstoornis. Velen noemen hem paranoïde. Ik zeg: Stalin was de gevangene van een paranoïde ideologie. Als er ergens een brug instortte, dan kón hij gewoon niet geloven dat het een ongeluk was; er móest sabotage in het spel zijn.’

5. De patriot
Voor een communist was Stalin soms verbazend nationalistisch. Hij maakte de Russische taal en cultuur dominant en noemde de strijd tegen Hitler de Grote Vaderlandse Oorlog. ‘Stalin, zelf Georgiër, werd Russischer dan de Russen zelf’, zegt Jansen. ‘Op papier waren er autonome republieken waar verschillende nationaliteiten woonden, maar in praktijk betekende dat weinig.’
Van Ree: ‘Stalin geloofde in de opheffing van de natiestaat, maar pas in de verre toekomst. Hij was zich bewust van de kracht van de nationale idee. Dat had hij geleerd in Georgië, waar hij lid is geweest van een nationalistische beweging alvorens zich tot het marxisme te bekeren. Stalin bewonderde Rusland omdat het moderner was dan Georgië, waar familieclans de dienst uitmaakten en bloedwraak nog bestond. Zulke ‘achterlijkheid’ bestreed hij fanatiek.’
        
Veel slachtoffers van de Grote Terreur waren niet-Russen. Toch was Stalin geen echte xenofoob, stelt Jansen. ‘Anders had hij bijvoorbeeld nooit Armeniërs in zijn eigen staf gehad. Maar een zekere xenofobe politiek voerde hij wel.’ Stalin was ervan overtuigd dat de Sovjet-Unie van buiten én binnen werd bedreigd. ‘Verdacht waren etnische minderheden als Polen, Roemenen en Koreanen, die agenten heetten te zijn van de desbetreffende grensstaten. Zij werden op grote schaal vervolgd en terechtgesteld.’
        
Tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen het Rode Leger de Duitse legioenen terugdrong, werden in één moeite door vele duizenden Balten, Oekraïners, Tsjetsjenen, Kalmukken en Kozakken gedeporteerd. ‘Zij werden beschuldigd van collaboratie met de nazi’s’, zegt Jansen. ‘Want een aantal regimenten van Oekraïners en Kozakken – maar ook Russen – streed aan Duitse zijde. Stalin maakte daar hele volkeren voor verantwoordelijk.’
        
Na 1945 verklaarde Stalin de oorlog aan het ‘kosmopolitisme’, gericht tegen repatrianten en joden. Drijfveer was opnieuw de angst voor infectie met westerse denkbeelden. Van Ree: ‘Met name na de oprichting van de staat Israël wantrouwde Stalin de sovjetjoden. Bovendien koesterde hij het aloude vooroordeel van de jood als kapitalistische schurk.’

6. De rode tsaar
‘Stalin als de Rode Tsaar: helaas een wijdverbreid stereotype’, verzucht Jansen. De sovjetleider zou zich hebben vereenzelvigd met Iwan de Verschrikkelijke en Peter de Grote. Hún biografieën zouden op Stalins nachtkastje hebben gelegen en niet de werken van Marx en Lenin. Onhoudbaar, oordelen de Amsterdamse Stalin-kenners. ‘Stalin zou zichzelf nooit als “rode tsaar” hebben bestempeld’, zegt Jansen, ‘want de tsaren hoorden bij het verfoeide Ancien Régime.’ Van Ree: ‘Stalin was geïnteresseerd in Iwan en Peter omdat hij hen progressieve tsaren vond. Maar de idee van een heersersdynastie verwierp hij. Stalin heeft nooit geprobeerd zijn familie in het centrum van de macht te krijgen, zoals Mao en Ceauçescu dat deden met hun vrouwen. De oude Stalin werd zelfs steeds anti-tsaristischer. Hij begon te vinden dat de tsaren Rusland hadden verraden, omdat ze het land achterlijk hadden gehouden en dansten naar de pijpen van het Westen.’
        
In hoeverre was de heerschappij van één man vreemd aan het marxisme, dat immers stelt dat we allemaal kameraden zijn? Van Ree: ‘Leiderschapscultussen bestonden ook in de West-Europese arbeidersbeweging, bijvoorbeeld rond Marx en Engels. Het marxisme beschouwt zichzelf als een wetenschap. Wie de historische wetten het beste doorgrondt en weet te gebruiken, vergaart enorme macht. Stalin vond dat hij daar een genie in was.’

7. Big Brother
Het stalinistische systeem inspireerde George Orwell tot zijn roman 1984. Daarin is ‘Big Brother’ de totalitaire leider, die dankzij een uitgebreid medianetwerk alom tegenwoordig is en ieder individu controleert. Was Stalin een Big Brother? ‘Volledig totalitarisme bestaat niet’, zegt Jansen. ‘Stalin heeft nooit helemaal alleen kunnen beslissen; altijd was er concurrentie tussen Moskou en de provincie. De staatsveiligheidsdienst NKVD had overal informanten en hield dossiers bij van verdachte personen. Toch was hij behoorlijk chaotisch. Ook de NKVD werd namelijk regelmatig gezuiverd. Toen Jezjov in 1936 chef van de NKVD werd, ruimde hij eerst zijn voorganger en een groot aantal medewerkers op. Een paar jaar later werd hijzelf terechtgesteld door zijn opvolger Beria.’
        
Rondom Stalin woedt dezelfde discussie als rond Hitler: plande hij zijn acties vooruit, of reageerde hij ad hoc op wat er gebeurde? Jansen: ‘Mijn conclusie is dat de Grote Terreur wel degelijk is voorbereid. Ook de zogenaamde “dekoelakkisatie” van begin jaren dertig was een welbewuste actie. Een bepaalde groep boeren werd bestempeld tot koelakken, grote, zelfstandige boeren, en afgemaakt. Hongersnoden waren het gevolg en miljoenen stierven, vooral in de Oekraïne. De vraag is of dat ook bij Stalins plan hoorde. Volgens de historicus Robert Conquest wel: in Harvest of Sorrow (1986) wijst hij erop dat Stalin geen graan importeerde om de nood te lenigen. Maar het gaat mij te ver om te zeggen dat hij de Oekraïners expres heeft uitgehongerd.’

8. De veldheer
‘Stalins heldenrol als legerleider in de strijd tegen het fascisme is sterk overtrokken’, zegt Jansen. ‘Hij was eigenzinnig, ging tegen verstandige beslissingen van zijn generaals in en heeft heel wat brokken gemaakt.’ Ook had hij weinig greep op de rivaliserende maarschalken Zjoejov en Konjew, die een wedstrijdje hielden om als eerste Berlijn te veroveren en wier legers elkaar zelfs beschoten. Uiteindelijk kreeg Zjoekov de eer.
        
Toen was het al 1945 en zat de Tweede Wereldoorlog er op. Vier jaar eerder had Hitler de Sovjet-Unie aangevallen en was de rode reus bijna door te knieën gegaan, om ternauwernood weer op te krabbelen en de strijd toch te winnen. Stalin kroop door het oog van de naald en het had er alles van weg dat hij niet op oorlog had gerekend. ‘De grootschalige zuiveringen van het officiersbestand in de jaren dertig worden vaak gebruikt als bewijs voor deze stelling. Maar misschien wilde Stalin wel een loyalere legertop juist omdat hij van plan was ten strijde te trekken. Veel officieren waren opgeleid in Duitsland.’
        
In de jaren dertig liet Stalin duizenden moderne tanks en vliegtuigen bouwen. ‘Hij vreesde voor een aanval van het kapitalistische Westen, samen met nazi-Duitsland. Daarom sloot hij in 1939 een niet-aanvalsverdrag met Hitler.’ Volgens Van Ree kreeg Stalin in mei 1941 van Zjoekov het voorstel Hitler aan te vallen. Blijkbaar heeft Stalin nee gezegd. ‘Hij vond waarschijnlijk dat het leger er niet klaar voor was en hij vreesde dat zijn rivaal zich met de Westerse geallieerden zou verbinden tegen Rusland.’
        
Maar als Stalin mogelijkheden zag het communistische rijk uit te breiden, liet hij dat niet na. In 1939 bezette het Rode Leger de Baltische Staten, Bessarabië (Moldavië) en delen van Polen en Finland. En toen aan het eind van de Tweede Wereldoorlog de Duitsers werden teruggedrongen, viel een groot aantal Midden- en Oost-Europese landen binnen de invloedsfeer van de Sovjet-Unie: het Oostblok.

9. De Oosterse despoot
‘We beschouwen Stalin maar al te graag als een product van het achterlijke Rusland, dat eerder een Aziatisch dan een Europees land heet te zijn’, zegt Van Ree. ‘Maar Stalin was een kind van de westerse Verlichting. Hij geloofde in de rede. Stalin bouwde aan een totaal geplande samenleving. Het vrije individu vond hij geen rationeel concept, want als iedereen mag doen wat hij zelf wil, ontstaat er chaos.’
        
Van Ree plaatst Stalin in de traditie van de Jacobijnen, de radicale Franse revolutionairen van 1789. ‘Hun gedachtegoed bereikte Stalin via de geschriften van Vissarion Belinski, een negentiende-eeuwse Russische revolutionair-democraat. Bij de sovjetleider vind je Jacobijnse ideeën terug over het belang van één heersende partij, het opbouwen van een rationele maatschappij en geweld als noodzakelijk middel. Hetzelfde geldt voor de combinatie van patriottisme en internationalisme: ook de Jacobijnen koppelden liefde voor het vaderland aan de verbreiding van de revolutie over de grenzen.’

10. De rotte appel
In 1953 stierf Stalin. Zijn lichaam was amper koud of zijn opvolger Nikita Chroetsjov sprak van ‘destalinisatie’. De gevangenkampen werden ontmanteld en de terreurmachine kwam langzaam tot stilstand. Jansen: ‘Stalin en het communisme werden vanaf nu voorgesteld als tegenpolen. Tegenover de ‘goede’ lijn van Lenin werd de ‘slechte’ lijn van Stalin gezet. Dit was een kromme voorstelling van zaken, die desondanks tot op de dag van vandaag wordt geloofd. Vooral door mensen die sympathie hebben voor het marxisme. Ze ontkennen dat het stalinisme een legitieme interpretatie was van de ideeën van Marx.’


Levensloop Stalin
1879        Josif Vissarionovitsj Dzjoegasjvili wordt geboren in Gori, Georgië. Pas op zijn elfde leert hij Russisch.
1894        Josif meldt zich bij het seminarie in Tblisi.
1898        Hij wordt lid van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij Rusland.
1899        Josif wordt het seminarie afgetrapt wegens deelname aan revolutionaire activiteiten
1903        Hij sluit zich aan bij de bolsjewisten. Na verbanning naar Siberië trouwt hij en krijgt hij een zoon.
1904        Josif vlucht uit Siberië en begint een leven als communistische bendeleider. Hij leidt onder meer een geslaagde overval op de rijksbank in Tblisi.
1907        Josif eerste vrouw overlijdt.
1912        Lenin benoemt Josif tot lid van het centraal comité van de bolsjewistische partij. Vanaf nu noemt hij zich Stalin: ‘man van staal’.
1913        Stalin wordt voor drie jaar verbannen naar Siberië.
1917        Als lid van centraal comité en redacteur van Pravda helpt Stalin bij de planning en uitvoering van de Oktoberrevolutie in Sint-Petersburg.
1918        Stalin werkt als politiek commissaris aan het front tijdens de burgeroorlog tussen Roden en Witten.
1919        Stalin wordt volkscommissaris voor de nationaliteiten.
1922        Stalin wordt secretaris-generaal van de bolsjewistische partij.
1924         Lenin overlijdt, Stalin wordt de machtigste man in de Sovjet-Unie.
1929        ‘Socialisme in één land’ wordt officieel tot doctrine verheven.
1937        Begin van vijftien maanden Grote Terreur tegen ‘volksvijanden’.
1939        Molotov-Ribbentroppact, een niet-aanvalsverdrag met Duitsland. Bezetting van de Baltische staten, Fins Karelië, Bessarabië en oostelijk Polen.
1941        Hitler begint operatie ‘Barbarossa’ tegen de Sovjet-Unie. Begin van de Grote Vaderlandse Oorlog.
1945        Het Rode Leger verovert Berlijn. Tijdens de conferenties van Jalta en Potsdam komt Oost-Europa officieel binnen de Russische invloedsfeer.
1953        Stalin sterft.


Degelijkheid en discipline
Vijftig jaar na zijn dood is Stalin nog overal aanwezig in Rusland. Maar zijn naam wordt steeds minder in verband gebracht met het communistische systeem en de daar aan verbonden staatsterreur. Veel meer staat de naam Stalin tegenwoordig symbool voor sterk leiderschap, onoverwinnelijkheid, discipline en degelijkheid. En nationalistische Russen gebruiken de als sterk antisemitisch en xenofoob bekendstaande sovjetdictator graag als hun voorbeeld.
        
Het meest tastbare van Stalins erfenis zijn wel de zeven neoclassicistische wolkenkrabbers die hij aan het einde van zijn leven in de Moskouse binnenstad heeft laten bouwen door Duitse krijgsgevangenen. De als ‘suikertaarten’ aangeduide groteske gebouwen vormen nog steeds de skyline van de Russische hoofdstad.
        
Ironisch genoeg staan ze voor de meeste Moskovieten synoniem voor degelijkheid. Appartementen in deze Stalin-skyscrapers zijn zeer gewild, vooral onder de Novyje Roesskije, de Russische nouveaux riches. Het Moskouse stadsbestuur heeft inmiddels besloten een nieuwe serie Stalin-suikertaarten uit de grond te stampen, waarvan de appartementen nu al grotendeels voor hoge prijzen zijn verkocht. Het heeft daarmee dus handig ingespeeld op de positieve associatie die het woord Stalin-architectuur onder de huidige bevolking heeft.
        
Een andere tastbare erfenis van de Stalin-periode zijn de portretten van de sovjetdictator, die je regelmatig bij oppositiedemonstraties ziet. Ze worden gedragen door slecht geklede mensen op leeftijd. Deze oudere generatie heeft in sociaal-economisch opzicht de meeste nadelen ondervonden van de postcommunistische omwenteling in Rusland. Het zijn vooral mensen met een lage opleiding. Zij hebben relatief het minst geleden onder de Stalin-terreur. En als arbeidersklasse genoten ze in die periode juist een aantal voorrechten die ze nu moeten ontberen, zoals volledige werkgelegenheid en spotgoedkope eerste levensbehoeften.
        
Zij zetten de ongelijkheid en onzekerheid in het huidige Rusland af tegen de discipline en het sterke staatsgezag onder Stalin. Onder hen zul je nauwelijks vertegenwoordigers vinden van de intelligentsia en al evenmin van de alom in Rusland aanwezige niet-Russische bevolkingsgroepen. Het waren immers juist deze groepen die het zwaarst hebben geleden onder het Stalin-regime.
        
De ontevreden etnisch-Russische bejaarden hebben dus niet Lenin, maar Stalin als boegbeeld omarmd. Dat duidt erop dat er geen taboe meer rust op Stalin, en dit bevestigde een recent onderzoek van het Russische onderzoeksbureau Publieke Opinie. Sinds de val van het communisme in 1991 is het percentage onder de Russische bevolking dat openlijk positief denkt over Stalin bijna verdrievoudigd tot 22%, terwijl dat voor Lenin is gehalveerd tot 35%.
        
Deze herwaardering voor Stalin blijkt ook uit de in Rusland breed gesteunde actie om de stad Volgograd weer zijn oorspronkelijke (communistische) naam Stalingrad terug te geven. ‘Als symbool van de onoverwinnelijkheid van het Russische volk’, motiveert communistenleider Gennadi Zjoeganov deze wens.
        
In de Russische media is veel minder van deze positieve Stalin-symboliek terug te vinden. In de handvol televisiedocumentaires die de afgelopen tijd is uitgezonden over de Stalin-tijd staat toch vooral de terreur centraal. En de openheid waarmee hierover gesproken wordt, toont aan dat in ieder geval de Russische autoriteiten er op dit moment weinig behoefte aan hebben om Stalin te rehabiliteren.
Karel Onwijn
Karel Onwijn is correspondent in Moskou.


‘Hij was helemaal geen slechterik’
Moskoviete Lidija Makarovna Mogoerova (82) verontschuldigt zich bijna wanneer ze haar grote bewondering over Stalin uitspreekt. ‘Ik weet dat het nu niet populair is om het te zeggen, maar toen Stalin regeerde, heerste er nog een ijzeren discipline in ons land. Onder hem was het veel beter leven dan nu. En ik kan u verzekeren dat velen die die tijd hebben meegemaakt het met mij eens zijn.’
        
Niet dat de nog opvallend monter uitziende Mogoerova het nu zo slecht heeft. Als oorlogsveterane ontvangt ze een ruim twee keer zo hoog pensioen als de modale Moskoviet. Ook woont ze al jarenlang in een modern zelfstandig woonappartement in het centrum van de Russische hoofdstad, terwijl ze ten tijde van Stalin nog in een oude communale woning in de periferie van de stad woonde.
        
Mogoerova groeide op in de Wit-Russische stad Lepel. Al in haar vroege jeugd maakte Stalin een onderdeel uit van haar dagelijkse leven. ‘Op school zongen we liedjes over hem en lazen we zijn boeken. En overal hing zijn portret. Het was een sympathieke en mooie man. Ik heb nog steeds zijn portret ergens in een lade liggen.’
        
In 1939 verhuisde ze naar Moskou om een verplegersopleiding te volgen. Toen ze net was afgestudeerd, begon de oorlog. ‘Ik herinner me nog hoe Stalin begin juli de mobilisatie aankondigde en de bevolking via de radio toesprak. Hij begon toen met de woorden “Bratja i sjostry” ’– broeders en zusters.
        
Mogoerova werd al in augustus als verpleegster naar het front gestuurd. Ze kwam eerst nabij Koersk terecht, later in Wit-Rusland. ‘Iedereen op het front geloofde in Stalin. Op de tanks stond geschreven “Voor het Vaderland en voor Stalin”. Maar bij ons stond Stalin op de eerste plaats. Hij had immers rechtvaardigheid in ons land gebracht en bovendien steunde hij het leger.’
Aan het front heerste er volgens Mogoerova een ijzeren discipline. ‘Zo bestond er de oekaze zich nooit aan de vijand over te geven. Het was beter te sneuvelen. Slechts een enkeling bij ons onderdeel is krijgsgevangen gemaakt, velen vonden de dood.’
        
Zelf raakte ze in december 1943 gewond en de laatste anderhalf jaar van de oorlog verbleef ze in Moskou. ‘De bevrijding was een groot feest. En de jaren erna waren ook goed. We hadden geen honger. Iedereen had werk en er was overal orde en rechtvaardigheid. Dat is nu wel anders, mensen boven de veertig krijgen nu sowieso geen baan meer.’

Mogoerova heeft Stalin in die jaren twee keer van dichtbij gezien, tijdens parades op het Rode Plein. ‘Ik liep daar samen met een vertegenwoordiging van mijn werk, het röntgeninstituut. Ik wilde hem graag zien en ik zwaaide enthousiast naar hem. Hij stond op het Mausoleum, samen met andere regeringsleiders.’
        
De dood van Stalin in maart 1953 herinnert Mogoerova nog heel goed. Ze was naar het centrum van Moskou gegaan om een glimp van de begrafenisstoet op te vangen. ‘Het was enorm druk. God weet hoeveel mensen er waren, en iedereen huilde. En we vroegen ons allemaal af hoe we nu verder moesten leven zonder onze vader, eerlijk waar.’
        
Daarna heeft ze Stalin nog een keer gezien, gebalsemd in het Mausoleum. ‘Hij lag naast Lenin. Hij was wel wat klein. Ze hadden hem altijd als een grote mooie man getekend. Later zeiden ze dat hij allerlei lichamelijke gebreken had. Ook begonnen ze andere slechte dingen over hem te vertellen. Maar hij was helemaal geen slechterik, hij was een sympathieke en goedaardige man!’
        
Als we het thema terreur aansnijden, is de praatgrage Mogoerova opeens erg zwijgzaam. ‘Er was niets van dat’, zegt ze wat geïrriteerd en daarmee is het onderwerp wat haar betreft afgesloten. Wel wil ze nog kwijt dat ze het er de laatste tijd vaak met oude kennissen over heeft dat er zoveel onjuiste informatie over Stalin wordt verspreid. Ze komen eens in de zoveel tijd bijeen om herinneringen op te halen over vroeger, en herdenken daarbij ook nog wel eens de geboorte- en sterfdag van Stalin. ‘De jongere generaties weten helaas nog maar weinig over hem’, verzucht ze.
Karel Onwijn


Een dagje uit in StalinWorld
Als u alle pretparken van Nederland al heeft gezien, dan is de volgende attractie misschien iets voor u: StalinWorld. U moet er wel een reisje naar Litouwen voor overhebben, maar dan krijgt u ook honderd procent politiek incorrect vermaak.
        
Honderdtwintig kilometer ten zuidwesten van de hoofdstad Vilnius ligt de Sovjet Sculptuurtuin Grutas Park, in de volksmond StalinWorld. Kinderen kunnen in de draaimolen, er is een kleine dierentuin en natuurlijk een café-restaurant. Hoogtepunt zijn echter de meer dan zestig beelden van Stalin en andere oud-sovjetleiders, die verspreid over het terrein staan. Samen met een aantal propagandaposters en oude sovjetliedjes die uit luidsprekers door het park schetteren, roepen ze gedachten op aan de tijd dat Litouwen nog werd bestuurd door een communistisch Moskou.
        
Initiatiefnemer en exploitant van StalinWorld is de 61-jarige Viliumas Malinauskas, oud-worstelkampioen en Litouwens grootste producent van ingeblikte paddenstoelen. In 1998 kwam hij in het bezit van een grote verzameling beelden van sovjetleiders, die voorheen de straten en pleinen van de Litouwse steden hadden gedomineerd. Vanuit de overtuiging dat het verleden niet mocht worden vergeten, besloot hij de beelden te gebruiken voor een themapark.
        
‘Het Grutas Park koppelt de charme van Disneyland aan de gruwelen van een sovjetgevangenkamp’, verklaarde Malinauskas bij de opening op 1 april 2001. Volgens de paddenstoelenmagnaat is humor de meest gezonde manier om met het verleden om te gaan.
Dat is niet iedereen in Litouwen met hem eens. Tegenstanders zeggen dat StalinWorld de spot drijft met de honderdduizenden Litouwers die door het sovjetregime zijn verbannen, opgesloten en doodgeschoten. Bovendien bestaat er vrees voor nostalgie naar de sovjettijd onder de jeugd.
        
De bekendste criticaster is Leonas Kerosierius, die spreekt namens een groep van overlevenden van de communistische terreur. ‘Stel je voor dat KGB-agenten je huis zijn binnenkomen, je moeder en zus hebben verkracht, je broers vermoord en je hele familie verbannen. En nu komt er iemand die monumenten neerzet voor deze moordenaars en verkrachters!’, spuwt Kerosierius zijn gal in een grote Litouwse krant.
        
De regering van Litouwen toont zich gevoelig voor deze argumenten en geeft Malinauskas vooralsnog geen toestemming om bezoekers van Vilnius naar Grutas te vervoeren in een treintje van ‘authentieke’ veewagens. Toch laat de zakenman, wiens vader en oom zelf in 1944 naar Siberië zijn verbannen, zich niet uit het veld slaan. Kortgeleden liet hij voor de ingang van StalinWorld manshoge, houten beelden plaatsen van zijn felste tegenstanders. ‘Met hen praten is als spreken tegen zo’n houten beeld’, zegt Malinauskas. ‘Zij hebben geoordeeld dat ik fout ben. Laat het publiek dat maar beslissen.’ De exploitant rekent op een miljoen bezoekers per jaar.
 





 
 
 

​Bekijk nu: genomineerden Libris Geschiedenis Prijs over hun boeken


Lees verder

Klik hier voor het Thuiswinkelcertificaat