Juryrapport Grote Geschiedenis Prijs 2009
zoals uitgesproken door juryvoorzitter Frits Bolkestein op 15 oktober 2009HN nr. 0/0000
De Grote Geschiedenis Prijs voor het beste geschiedenisboek wordt dit jaar voor de derde
keer uitgereikt. Net als vorig jaar mag worden vastgesteld dat de prijs opnieuw stevig aan
reputatie heeft gewonnen. Het doel een prijs op te bouwen die binnen de historische wereld
wordt gewaardeerd en serieus wordt genomen, mag als bereikt worden beschouwd.
Het eerste jaar van de Grote Geschiedenis Prijs, toen nog de Volkskrant/Historisch
Nieuwsblad Prijs was Auke van der Woud met zijn boek
Een nieuwe wereld een zeer terechte
winnaar. Vorig jaar volgde Luuc Kooijmans hem op met
Gevaarlijke kennis, een gedurfde
biografie van Jan Swammerdam, waarmee hij volgens het juryrapport ‘boven de klassieke
wetenschapsgeschiedenis uitsteeg’. Ook Kooijmans’ werk hoort bij de historische boeken van
topklasse.
De jury van afgelopen jaar, 2009, bestond uit: Judith Pollmann, bijzonder hoogleraar in de
geschiedenis en cultuur van de Republiek der Verenigde Nederlanden aan de Universiteit
Leiden; Doeko Bosscher, hoogleraar eigentijdse geschiedenis aan de Rijksuniversiteit
Groningen; Carla Boos, eindredacteur van NPS-televisie; Martin Sommer, chef parlementaire
redactie van
de Volkskrant, en Frans Smits, hoofdredacteur van
Historisch Nieuwsblad. Ik
had zelf de eer deze jury te mogen voorzitten.
Als gebruikelijk is het voorwerk verricht door Frans Smits, Martin Sommer en Annemarie
Lavèn, medewerkster van
Historisch Nieuwsblad. Uitgeverijen in Nederland en Vlaanderen
zijn aangezocht over hun historische publicaties uit de periode juli 2008 tot juli 2009. Niet
álle historische uitgaven kwamen in aanmerking – ze moesten in het Nederlands geschreven
zijn (dus niet vertaald) en in beginsel voor een breder publiek toegankelijk. Na afstrepen bleek
een lijst over van tachtig boeken, die allemaal aangevraagd, bekeken, besproken en gewogen zijn. Uiteindelijk resteerde een longlist van tien titels, die door de jury gelezen zijn, en op
grond waarvan een shortlist van vijf kanshebbers is gemaakt.
De beoordelingscriteria waren leesbaarheid, degelijkheid en originaliteit. Ook dit jaar was de
kwaliteit van de inzendingen hoog. Met dien verstande dat het genre biografie nogal
overheerste. Drie van de vijf titels op de shortlist zijn biografieën, de vierde heeft zeker
biografische trekken. Bespreekster Anet Bleich concludeerde niet ten onrechte in
de
Volkskrant dat kennelijk sprake is van ‘een nieuwe behoefte aan helden’.
De vijf genomineerde boeken betreffen alle de vaderlandse geschiedenis. Daarover het
volgende. Het traditionele geschiedenisonderwijs was gericht op het overdragen van veel feiten en
jaartallen. In de jaren zeventig is de nadruk verschoven naar thema’s, dat wil zeggen,
gespecialiseerde, los van elkaar staande en probleemgerichte onderwerpen. Van een
chronologisch overzicht was geen sprake meer. Maar de bestudering van thema’s
veronderstelt kennis van feiten en jaartallen, dus van inzicht in de chronologie. Vóór
leerlingen slavernij en horigheid bestuderen, zullen ze toch moeten weten wie eerder leefde:
Floris V of Willem van Oranje.
Tegenstanders van de chronologie protesteerden dat die benadering getuigde van een
“politieke, dominant-mannelijke en euro-centrische benadering van het verleden”. Dit soort
onzin hoort men tegenwoordig gelukkig niet meer. Maar denk niet dat de thematische
benadering verdwenen is. Dat leert de discussie omtrent het Nationaal Historisch Museum in
Arnhem.
Volgens de toekomstige directeuren zou dat Museum ook een thematische benadering kiezen
in de vorm van de “vijf werelden” zoals: “rijk en arm” oorlog en vrede” en “land en water”.
Beoogd directeur Schilp zei: “Iemand die het over vroeger heeft, gaat snel vervelen. (-) Het
verleden alleen heeft geen betekenis. Het moet niet te veel praatjes hebben.” Gelukkig heeft
de Tweede Kamer, initiatiefnemer Jan Marijnissen voorop, hier een stokje voor gestoken en
de chronologie in ere hersteld.
Vergeef mij deze uitwijding. Terug naar de genomineerde boeken. De beraadslaging van de jury leverde de volgende beoordeling op:
Juliana & Bernhard. Het verhaal van een huwelijk. De jaren 1936-1956. Cees Fasseur maakt
met dit boek een definitief einde aan de geruchtenstroom rond de Greet Hofmansaffaire. De
jury vindt dat dit een consciëntieus en belangrijk boek is, bovendien mooi en met humor
geschreven.
Rampjaar 1672. Hoe de Republiek aan de ondergang ontsnapte, van Luc Panhuysen. De
auteur heeft van een bekend onderwerp een spannend verhaal gemaakt en beschrijft op
heldere wijze de politieke en militaire constellatie waar de Republiek ten tijde van het
Rampjaar in verkeerde. Een knap gecomponeerd en uitgedacht boek, met goed uitgediepte
bronnen.
Cornelis Kraijenhoff 1758-1840. Een loopbaan onder vijf regeervormen, Wilfried
Uitterhoeve. De auteur maakt inzichtelijk hoe maatschappelijk ingenieur Cornelis
Kraijenhoff zich aanpaste aan de wisselende regimes, voor, tijdens en na de Franse tijd. Een
geslaagd boek over een fascinerend persoon, voorzien van veel interessante details.
Joke Smit. Biografie van een feministe, Marja Vuijsje. Marja Vuijsje geeft een evenwichtige
levensbeschrijving van de grillige feministe Joke Smit. De indringende wijze waarop Vuijsje
haar hoofdpersoon neerzet levert een ontluisterend portret op dat afsteekt tegen het bestaande
ideaalbeeld.
Weest manlijk, zijt sterk. Pim Boellaard (1903-2001). Het leven van een verzetsheld door
Jolande Withuis.
Jolande Withuis schreef volgens de jury een meeslepend boek over het leven van verzetsheld
Pim Boellaard. Haar afgewogen behandeling van de vraag wat een held is, en wat iemand tot
een held maakt, heeft ervoor gezorgd dat dit boek van een bijzondere categorie is. De
generaalszoon Pim Boellaard (1903 – 2001) steeg in de oorlog uit boven zijn beperkte,
standsbewuste milieu. Hij zocht het verzet, werd gearresteerd en verdween als Nacht-und-
Nebel gevangene in het concentratiekamp Natzweiler en vervolgens Dachau. Hij hield zijn
onverzettelijke houding vol tegenover SS-leider Himmler en weigerde een medegevangene af
te ranselen. Hij bemoedigde zijn lotgenoten waar hij maar kon. Bij elkaar was Boellaard, daar
kan geen twijfel over bestaan, een echte oorlogsheld, over wiens leven nu een veelzijdig en
vaardig geschreven boek ligt.
Maar de betekenis van de biografie van Withuis overstijgt het boekstaven van de daden en
gedachten van een groot man. Zij stelt met dit boek de overheersende gedachte over de
Tweede Wereldoorlog ter discussie, namelijk de oorlog als ‘grijs verleden’ waarin het leven
niet zozeer draaide om ‘goed en fout’, maar een kwestie was van aanpassen aan een moeilijke
tijd. Het boek van Withuis markeert de kentering in die opvatting – helden mogen weer op
een voetstuk. Jolande Withuis is een zeer waardige winnaar van de Grote Geschiedenis Prijs
2009.