Alle themapagina's

Het verdrag van Versailles

Door: Ivo van de Wijdeven

HN nr. 10/2008‘Het is gemakkelijker oorlog te voeren dan vrede te sluiten’

10/2008In 1919 sloten de voormalige vijanden uit de Eerste Wereldoorlog vrede in Versailles. Het vredesverdrag is bekritiseerd omdat het niet kon voorkomen dat er twintig jaar later opnieuw oorlog uitbrak. De onderhandelaars hadden grootse idealen, maar werden ingehaald door nieuwe nationalistische conflicten. Het uiteindelijke verdrag was het best haalbare.

Op 13 december 1918 arriveerde de George Washington in de Franse havenstad Brest. Aan boord was de Amerikaanse president Woodrow Wilson. Hij werd door een mensenmassa als een held onthaald. Dit was, volgens de Fransen op straat, de man die na vier wrede oorlogsjaren vrede naar Europa kwam brengen. President Wilson had in een toespraak zijn Fourteen Points gepresenteerd, een idealistisch ontwerp voor een rechtvaardige en duurzame vrede. Wilson pleitte voor open diplomatie, zelfbeschikkingsrecht voor alle volkeren en de oprichting van een Volkenbond.
De regeringsleiders van de andere grootmachten die deelnamen aan de vredesconferentie in Parijs waren aanzienlijk minder enthousiast over de Fourteen Points. De premiers Georges Clemenceau van Frankrijk, David Lloyd George van Groot-Brittannië en Vittorio Orlando van Italië hadden tijdens de oorlog al geheime afspraken gemaakt over de verdeling van grondgebied en koloniën van het verslagen Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk. Zij zagen er weinig in om die afspraken nu te moeten herzien omdat Wilson open diplomatie wenste.
Bovendien strookten hun eigen wensen lang niet altijd met de punten van Wilson. Zo hadden de Fransen zich ten doel gesteld om eens en voor altijd af te rekenen met de Duitse dreiging en forse herstelbetalingen binnen te slepen. Italië hoopte simpelweg op het annexeren van zo veel mogelijk grondgebied van het voormalige Oostenrijk-Hongarije. De Engelsen zagen in Wilsons pleidooi voor vrije wateren en vrijhandel een bedreiging voor hun Empire.
Naast de vier grootmachten waren er vertegenwoordigers van 28 andere landen in Parijs aanwezig, elk met hun eigen wensen. België en Servië hadden zwaar geleden onder het oorlogsgeweld en eisten ook herstelbetalingen, Griekenland had grote plannen met de westkust van het huidige Turkije, en Japan en China aasden op de Duitse bezittingen in Azië.
Rusland was de opvallende afwezige. Na de Oktoberrevolutie van 1917 was het land terechtgekomen in een burgeroorlog tussen de bolsjewistische Roden en hun tegenstanders, de Witten. De geallieerden konden geen overeenstemming bereiken over de vraag of er een Russische delegatie uitgenodigd moest worden, en zo ja, wie daar dan deel van moesten uitmaken. Uiteindelijk liet men Rusland maar links liggen.

Betere wereld
Op 18 januari 1919 werd de vredesconferentie van Parijs officieel geopend in het paleis van Versailles. Deze datum was met zorg door de Fransen uitgekozen. Op dezelfde dag in 1871 was in de Spiegelzaal, na een Franse nederlaag, het Duitse Keizerrijk uitgeroepen. De delegatieleden hadden voor de conferentie het model van het Congres van Wenen in 1814-1815 voor ogen. De wereld was echter in de honderd jaar tussen het Congres en de vredesbesprekingen in Parijs flink veranderd. Terwijl de onderhandelaars in Wenen min of meer ongestoord tot een overeenkomst konden komen, was er in 1919 veel meer druk vanuit de publieke opinie.
De vredesconferentie van 1919 was een van de eerste grote internationale bijeenkomsten waarbij de pers massaal aanwezig was. Ongeveer zevenhonderd journalisten waren in Parijs neergestreken. Daardoor kon het thuisfront de onderhandelingen beter volgen dan ooit tevoren. Omgekeerd hielden de onderhandelaars nauwlettend de publieke opinie in de gaten.
Bijna allemaal vertegenwoordigden ze democratisch gekozen regeringen, dus het was zaak om de kiezers tevreden te houden. Die hoopten na de verschrikkingen van de oorlog, mede op basis van de Fourteen Points van Wilson, op een betere wereld. Tegelijkertijd eisten ze genoegdoening, zo niet vergelding, voor diezelfde verschrikkingen. Het was aan de regeringsleiders in Parijs om daar een middenweg in te vinden.
De vertegenwoordigers van de 32 deelnemende landen en de journalisten waren niet de enigen die op de Parijse conferentie af kwamen. De meest uiteenlopende groepen kwamen pleiten voor hun zaak. Nationalisten uit Polen, Armenië, Ierland, Koerdistan en Oekraïne zochten erkenning voor hun land. Zo was een jonge Ho Tsji Minh aanwezig om te pleiten voor een onafhankelijk Vietnam. Ook de vakbonden en de vrouwenbeweging waren in Parijs om petities in te dienen. Het resultaat was dat de toch al niet kleine lijst van te bespreken onderwerpen razendsnel groeide.

Tegelijkertijd hadden de geallieerde regeringsleiders haast om tot een overeenkomst te komen. Er wordt vaak geschreven dat zij de vrije hand hadden, maar zelf hadden ze het idee dat ze door de gebeurtenissen in de wereld werden ingehaald. De geallieerden keken met lede ogen toe hoe de Roden de overhand kregen in de Russische burgeroorlog, hoe de Duitse regering de grootste moeite had om opstanden in diverse steden te onderdrukken, en hoe de communisten in Hongarije in april 1919 de macht grepen. De vrees voor een verdere verspreiding van het revolutionaire gedachtegoed was groot in Parijs.
Daarnaast kregen de grootmachten te maken met een sterk opkomend nationalisme. In diverse landen riepen nationalisten de onafhankelijkheid uit, zich daarbij vaak beroepend op Wilsons pleidooi voor zelfbeschikkingsrecht. In het geval van Finland, Estland, Letland en Litouwen, die zich onafhankelijk van Rusland hadden verklaard, had men in Parijs echter niet meer te bieden dan erkenning. Het was aan die landen zelf om hun onafhankelijkheid te behouden.
De nieuwe landen Tsjecho-Slowakije en Joegoslavië daarentegen worden vaak gezien als creaties van de vredesconferentie van Parijs. Maar de Tsjechen en Slowaken pleitten in Parijs zelf voor één land, en ook de Serven, Kroaten en Slovenen kwamen zelf met het idee voor Joegoslavië. Dat beide landen uiteindelijk uiteen zouden vallen, was niet te wijten aan de geallieerde onderhandelaars.
Ook de grenzen van Polen en Roemenië werden grotendeels bepaald door die landen zelf, met uitzondering van de Pools-Duitse grens. Sterker nog: de Polen en Roemenen probeerden nog ten tijde van de vredesbesprekingen een groter grondgebied te veroveren ten koste van respectievelijk Rusland en Hongarije. Zij maakten daarbij handig gebruik van de instabiele situatie die door de machtsovername door de communisten in Rusland en Hongarije was ontstaan.
De Poolse en Roemeense offensieven baarden de grootmachten zorgen. De mogelijkheid om Europa hun wil op te leggen werd met de dag kleiner. Door de demobilisatie van hun legers na de wapenstilstand en grote oorlogsschulden kregen de grootmachten steeds minder militaire macht. Bovendien ontbrak het maatschappelijk draagvlak voor nieuwe oorlogshandelingen. Het was dus zaak voor de onderhandelaars om snel tot een vredesverdrag te komen, voordat ze ingehaald werden door de actualiteit.

Mandaatgebieden
De geallieerden besloten daarom eerst tot gezamenlijke standpunten te komen, alvorens de delegaties van de verslagen landen aan de onderhandelingstafel uit te nodigen. Desondanks verliepen de onderhandelingen uiterst stroef. Daarom ging men al snel over tot besprekingen tussen de regeringsleiders van de vier grootmachten in plaats van alle 32 deelnemers. Wilson, Lloyd George, Clemenceau en Orlando vormden de Raad van Vier, die in feite alle belangrijke besluiten nam.
Wilson stond erop om de door hem gewenste Volkenbond eerst te behandelen, omdat deze als kapstok kon dienen voor verdere afspraken. Bovendien moest de Volkenbond de vrede die in Parijs gesloten zou worden gaan bewaren. Om aan Wilsons wens te voldoen werd het Convenant van de Volkenbond integraal opgenomen in het vredesverdrag met Duitsland. Dat land mocht overigens niet meteen lid worden van de bond, waardoor de bizarre situatie ontstond dat de Duitsers zouden moeten tekenen voor de oprichting van een organisatie waarvan ze zelf geen deel mochten uitmaken.
Het enthousiasme van de andere regeringsleiders voor de Volkenbond was niet groot. Zo was Clemenceau, met eventuele Duitse agressie in het achterhoofd, teleurgesteld dat de Volkenbond geen eigen leger kreeg. In ruil daarvoor kreeg hij de belofte van de Verenigde Staten en Groot-Brittannië dat zij Frankrijk te hulp zouden komen bij een Duitse aanval. Er was één aspect van de Volkenbond waar de Fransen, Engelsen en Italianen wel enthousiast over waren: de mandaten voor landen die, volgens de grootmachten, nog niet klaar waren om op eigen benen te staan, zoals de voormalige Duitse koloniën.
De mandaatgebieden vielen in naam onder de Volkenbond, maar werden bestuurd door de westerse machten. Zo konden Frankrijk, Groot-Brittannië en Italië toch grotendeels hun in het geheim gemaakte afspraken nakomen. Zij namen grote delen van Afrika en het Midden-Oosten onder hun hoede. Van het zelfbeschikkingsrecht voor de mandaatgebieden kwam daarmee in de praktijk weinig terecht.
De onderhandelingen over de voorwaarden die aan Duitsland en de andere verslagen vijanden gesteld zouden worden, verliepen verder uiterst moeizaam. De idealistische opstelling van Wilson leidde tot veel irritatie bij de andere regeringsleiders, al deed hij, nadat er een akkoord was bereikt over de Volkenbond, veel water bij de wijn. De delegatie van Italië verliet zelfs voor enige tijd de conferentie, omdat de Italiaanse territoriale eisen met betrekking tot de Adriatische kust niet allemaal ingewilligd werden. Ook Japan, China en België waren ontevreden over het verloop van de onderhandelingen en dreigden te vertrekken uit Parijs.

132 miljard goudmark
Op 4 mei 1919 bereikte de Raad van Vier eindelijk overeenstemming op alle punten en kon de verdragstekst naar de drukker. Volgens het voorliggende verdrag verloor Duitsland al zijn koloniën en zo’n 10 procent van zijn grondgebied. Het Rijnland werd gedemilitariseerd. Daarnaast mocht Duitsland slechts een leger van 100.000 man behouden. Een luchtmacht en zwaar materieel, zoals tanks, werden verboden.
Van juridisch belang waren artikel 231 van het verdrag, waarin Duitsland de verantwoordelijkheid – maar niet de schuld – voor de oorlog kreeg, en artikel 232, waarin stond dat Duitsland naar vermogen herstelbetalingen moest doen. De hoogte van de herstelbetalingen werd pas na lange onderhandelingen in 1921 vastgesteld op 132 miljard goudmark, een bedrag vergelijkbaar met 47 miljoen kilo goud, te betalen in 66 jaartermijnen, aan met name Frankrijk, Engeland, Italië en België.
Het was tijd om de Duitsers uit te nodigen in Parijs. Zij verkeerden in de veronderstelling dat ze nog konden onderhandelen over het uiteindelijke verdrag en kwamen met kisten vol documenten naar Parijs om hun betoog te ondersteunen. De geallieerden zagen er echter niets in om nog eens over hun met veel pijn en moeite bereikte compromis te gaan marchanderen. Ze deelden de Duitsers mee dat zij geacht werden simpelweg te tekenen. De verontwaardiging aan Duitse zijde was groot, helemaal toen ze de inhoud van het verdrag onder ogen kregen.
Toch tekenden de Duitsers uiteindelijk op 28 juni 1919 het verdrag, in de Spiegelzaal van het paleis van Versailles. Daarna vertrokken de regeringsleiders van de grootmachten naar huis. Zo kwam er na zes maanden een einde aan wat een soort wereldregering in Parijs was geweest. Het sluiten van de verdragen met Oostenrijk, Hongarije, Bulgarije en het Ottomaanse Rijk werd overgelaten aan de mindere goden.

De regeringsleiders die in 1919 in Parijs bijeen waren, wordt vaak verweten dat ze de kiem gelegd hebben voor nieuwe conflicten. Daarbij wordt echter voorbijgegaan aan de beslissingen van hun opvolgers. Bovendien handelden ze over het algemeen met de beste intenties. ‘Het is gemakkelijker oorlog te voeren dan vrede te sluiten,’ zei Clemenceau al aan de vooravond van de vredesconferentie. Het is maar de vraag of er in de toenmalige geopolitieke situatie betere besluiten genomen hadden kunnen worden.
Van het idealisme van de Fourteen Points was in de praktijk maar bar weinig terechtgekomen. De eerder feestelijk onthaalde Wilson vertrok met stille trom uit Parijs. Om zijn ideaal van de Volkenbond te kunnen verwezenlijken had hij veel concessies moeten doen, en dat had zijn populariteit geen goedgedaan.
Ook in de Verenigde Staten zelf was hij, mede door zijn lange afwezigheid, niet populair. Ondanks een zware publiciteitstour, die hij uiteindelijk moest bekopen met een herseninfarct, slaagde Wilson er niet in om het Verdrag van Versailles geratificeerd te krijgen. Daardoor werden de Verenigde Staten ook geen lid van de door hem zo vurig gewenste Volkenbond. Die werd daarmee definitief een tandeloze papieren tijger.

Vliegclubs
Vooral het zelfbeschikkingsrecht voor alle volkeren werd vaak met voeten getreden. Niet alleen in de mandaatgebieden in Afrika en het Midden-Oosten, maar ook in Europa. De geallieerden stonden bijvoorbeeld toe dat Griekenland een militair avontuur in Turkije begon, en Roemenië mocht het op Hongarije veroverde gebied houden, ondanks de overwegend Hongaarse bevolking. Veel middelen om de Grieken en Roemenen te stoppen hadden de geallieerden immers niet.
Ook Italië kreeg uitbreiding en mocht het overwegend Duitstalige Zuid-Tirol en het Kroatische Istrië inlijven. Desondanks was de Italiaanse ontevredenheid over het bereikte resultaat zo omvangrijk dat het land in politieke chaos terechtkwam. Groot was de opluchting in het land en daarbuiten toen Mussolini eindelijk orde wist te scheppen. Zo is er in Italië, in tegenstelling tot Duitsland, een directe lijn te trekken tussen de besprekingen in Parijs en de opkomst van het fascisme.

In Duitsland probeerde men de bepalingen van het verfoeide Verdrag van Versailles – in de volksmond algauw het Diktat genoemd – zo veel mogelijk te ontduiken. Vooral de herstelbetalingen bleken een heikel punt. Hoewel het bedrag diverse keren bijgesteld werd en er diverse gunstige regelingen getroffen werden, bleef Duitsland achter met betalen. In 1932 stopte Duitsland door de economische crisis definitief met de herstelbetalingen. Achteraf wordt geschat dat in de periode 1918-1932 ongeveer 22 miljard goudmark betaald is.
Ook op militair gebied lapten de Duitsers het verdrag aan hun laars, zowel openlijk als in het geheim. Bij gebrek aan een luchtmacht steeg het aantal vliegclubs enorm, voormalige tankfabrieken bouwden opmerkelijk zware tractoren, en als klap op de vuurpijl sloot Duitsland een militair samenwerkingsverdrag met Rusland, de andere paria in Europa, waardoor het land buiten het bereik van de geallieerden experimenten en trainingen kon uitvoeren.
De Engelsen en de Amerikanen waren echter ook steeds minder geneigd om de Duitsers te dwingen tot naleving van het verdrag, omdat ze het op bepaalde punten toch erg onredelijk vonden. Zij waren dan ook niet van plan de sanctiemogelijkheden die het verdrag bood te gebruiken. Dit leidde tot grote ergernis bij de Fransen, die in 1923 samen met de Belgen nog wel kortstondig het Ruhrgebied bezetten om Duitsland te dwingen aan zijn betalingsverplichting te voldoen. Groot-Brittannië en de Verenigde Staten keerden zich echter onherroepelijk af van Europa. Het isolationisme vierde in beide landen hoogtij in het Interbellum, zeker tijdens de economische crisis.
Maar ook de Franse vasthoudendheid bleek vanaf de jaren dertig tanende. Toen Hitler in 1936 het Duitse leger opdracht gaf om het Rijnland binnen te trekken, was Frankrijk niet bereid daartegen op te treden. De bepalingen van het verdrag en vooral de naleving ervan in ogenschouw nemend moet de conclusie dan ook zijn dat de soep door Duitsland niet zo heet gegeten werd als hij werd opgediend. Het Verdrag van Versailles vormde op zichzelf dan ook zeker niet de basis voor de Tweede Wereldoorlog, maar het kan niet ontkend worden dat Hitler met het Diktat een mooi propagandamiddel in handen had.



Prostituees en paardenraces
Parijs in 1919 vertoonde nog sporen van de oorlog: van gehandicapte soldaten en vluchtelingen op straat tot kraters van Duitse bombardementen. Maar dankzij de vredesconferentie met haar vele delegatieleden en andere bezoekers herwon de stad snel zijn vooroorlogse grandeur.
De stad bood vele vormen van vermaak, zoals de paardenraces van Saint-Cloud, de ondanks grote schaarste nog steeds uitstekende restaurants, de Opéra en natuurlijk de beroemde revues. Zelfs Wilson, die altijd netjes om tien uur in bed lag, bezocht er een, al was hij niet te spreken over sommige schuine grappen.
Mooie Parisiennes hadden ondertussen de tijd van hun leven. De delegatieleden waren over het algemeen zonder hun vrouwen naar Frankrijk gekomen en het was een komen en gaan in de hotels van de diverse delegaties. De prostituees van Parijs waren naast de Duitsers dan ook de enigen die niet blij waren toen het verdrag ondertekend werd.
Vooral de dansfeesten in het Hôtel Majestic, waar de Engelse delegatie verbleef, waren berucht. De jongste dochter van Lloyd George, de zestienjarige Megan, wist zich daar zo goed te vermaken dat men algauw sprak van het Megantic. Met als gevolg dat haar vader haar snel naar een strenge kostschool stuurde.
Een Canadees delegatielid schreef enthousiast aan zijn vrouw over de geneugten van Parijs, maar toen zij terugschreef dat ze ook graag wilde komen, veranderde hij van toon. Ze moest, als ze al wilde komen, dikke, warme kleren meenemen en liefst ook een voorraadje conserven. Kolen en levensmiddelen waren immers schaars en eigenlijk was Parijs ook maar een gevaarlijke stad.



MEER INFORMATIE

Boeken
In Paris 1919. Six Months that Changed the World (2001) geeft Margaret Macmillan een uitgebreid en uitvoerig verslag van de vredesbesprekingen in Parijs. In dit overzichtelijke en zeer leesbare boek beschrijft zij aan de hand van een grote collectie bronnen en literatuur het verloop van de onderhandelingen, voorzien van fraaie anekdotes. Het boek is ook in het Nederlands verkrijgbaar.
Een zeer academische benadering bieden M. Boemeke, G. Feldman en E. Glaser in The Treaty of Versailles. A Reassessment after 75 Years (1998). Deze bundel bevat een bonte verzameling artikelen waarin 27 historici een verfrissende blik geven op de totstandkoming en de gevolgen van het Verdrag van Versailles. In deze bundel worden diverse mythes aan de kaak gesteld, maar helaas zijn sommige artikelen nogal gedetailleerd en abstract.
Wie meer wil weten over de gevolgen van de vredesbesprekingen in Parijs voor het Midden-Oosten kan terecht bij het uitstekende A Peace to End All Peace. The Fall of the Ottoman Empire and the Creation of the Modern Middle East (1989) van David Fromkin.
Het aantal biografieën van de Amerikaanse president Woodrow Wilson is legio. Het ietwat hagiografische Woodrow Wilson (2003) van H. Brands en A. Schlesinger geeft een mooi overzicht van zijn carrière, waarbij de nadruk ligt op zijn internationale politiek.

Websites
De Law School van Yale University heeft op internet een uitgebreide collectie historische documenten verzameld. De Fourteen Points van Wilson zijn na te lezen op http://avalon.law.yale.edu. Ook het Verdrag van Versailles en het daarin opgenomen Convenant van de Volkenbond zijn hier terug te vinden. Op wwi.lib.byu.edu zijn het Verdrag van Neuilly met Bulgarije, het Verdrag van Trianon met Hongarije en de Verdragen van Sèvres en Lausanne met het Ottomaanse Rijk verzameld.

Afbeelding: William Orpen, Het tekenen van de vrede in de Spiegelzaal, Versailles (1919) 







 
 
 

Kerstspecial


Speciaal voor de kerst verrast Historisch Nieuwsblad zijn lezers met een extra online special over vrede. Spannende en opmerkelijke verhalen leest u in onze online Kerstspecial.

Ook in de special: ideeën voor leuke uitstapjes in december en de beste cadeautips voor kerst.

Liever offline lezen? Download de special hier (3MB).


Klik hier voor het Thuiswinkelcertificaat